LONGREAD

Op dinsdag 21 april kwam de politie bij mijn moeder aan de deur om te vertellen dat mijn broer dood in zijn huis was gevonden. Mijn zus was bij mijn moeder. Het ging al langer niet goed met hem. We waren er eigenlijk al wel bang voor, maar we stonden machteloos. Drugsgebruik, depressies en manische, haast psychotische periodes. Lastig in de omgang. Zichzelf en zijn omgeving verwaarlozen, schulden. Regelmatig hyper en hypo’s vanwege zijn diabetes, ziekenhuisopnames nadat hij zelf via de app net op tijd om hulp vroeg. Deze keer niet.

Dit was de vierde periode in vijf jaar waarin het slecht met hem ging. Mijn vader, moeder, zus en ik hebben van alles gedaan om hem te helpen, op te lappen. Maar hij leek niet meer te willen. Alles wijst ook op suïcide, dat hij bezig was met afscheid nemen. Misschien een overdosis insuline. Maar als het dan echt gebeurd, is het toch een enorme schok. Zijn achterbuurvrouw vertrouwde het niet en heeft hem gevonden. Hij bleek er al zo’n vier dagen te liggen. Het werd ons afgeraden hem te zien, hij was ontoonbaar. Hij moest extra worden verpakt om in de kist te worden vervoerd. Aankleden kon niet meer, de kleren zijn over hem heen gelegd.

De reacties uit uit zijn omgeving, zijn vriendenkring, zijn geweldig en overweldigend. Hij was erg geliefd, stond bekend als iemand met (behoefte aan) diepgang, iemand die de verbinding zocht, filosofisch, die kon goed luisteren, aardig, attent, wars van schone schijn, uiterlijkheden, gezellig, humoristisch, slim, leuk met kinderen, sportief, muzikaal, creatief, kunstzinnig. Bijzonder begaafd dus in meerdere opzichten. En heel (fijn)gevoelig. Heeft veel gegeven, veel betekend. De laatste jaren werd hij steeds lastiger te bereiken. Veel hulp gehad; we komen uit een disfunctioneel gezin, traumatische opvoedingssituatie. Maar hij zocht en wilde geen hulp meer.

De afscheidsdienst was echt mooi. Mijn zus heeft een afscheidsbrief voorgelezen die ik heb geschreven. En deze wil ik graag met jullie delen.

Afscheidsbrief van mij aan mijn broer Gerrit Gerritsma, uitgesproken door mijn zus tijdens de afscheidssamenkomst dinsdag 28 april

Lieve broer,

Je bent hier helemaal niet meer, maar ik wil toch nog heel graag iets tegen je zeggen. Ook al is het misschien raar om rechtstreeks tegen jou te praten, ik weet helemaal niet of je dit hoort. Maar er gaat van alles door mij heen wat ik toch kwijt wil.

Als familie wisten we dat het niet goed met je ging. Je had de laatste paar jaar regelmatig periodes waarin ik me grote zorgen over je maakte en ik je heel graag wilde helpen. Je vertelde mij wel vaker dat je veel leuke contacten met mensen had, maar het toch moeilijk vond om echt verbinding te ervaren. Je voelde je toch eenzaam. Dat herkende ik. Ik hoopte dat we daar meer met elkaar over konden doorpraten en we steeds meer voor elkaar konden betekenen. Delen, van elkaar leren misschien. Maar dat lukte nooit zo goed. Je leidde voor mijn idee een actief, creatief, sportief en regelmatig leven. De laatste jaren werd dat steeds minder. In onze gesprekken vond ik het steeds moeilijker je te volgen. Je raakte zelf voor mijn idee ook vaker de draad kwijt als je wat wilde zeggen. En op den duur ging het alleen over oppervlakkige, gezellige en grappige dingen.

Toen het voor het eerst zo slecht met jou ging, trok je je terug uit al je contacten. Ik heb me als je oudste zus heel verantwoordelijk gevoeld om je te helpen. Je gaf toen aan dat je niet te helpen was en dat je het allemaal wilde laten gebeuren, want het was toch al een rommeltje geworden. Dat kon ik niet accepteren en heb me heel druk gemaakt om ervoor te zorgen dat dat geen waarheid zou worden. Ik gunde je zo veel beters. Toen het daarna vaker weer zo mis ging, merkte ik dat het ten koste ging van mezelf en van mijn gezin. Ik heb moeten leren dat grote verantwoordelijkheidsgevoel los te laten en ook toen hoopte ik eigenlijk dat dat iets zou uitwerken, omdat ik het meer mij jou neerlegde. Als familie waren we wel bang om je kwijt te raken. We gunden je het allerbeste. Tegelijk zagen we dat je het echt heel erg moeilijk had. Maar we konden jou zo moeilijk bereiken. Op den duur ging je je ook letterlijk afsluiten. Geen echte verbinding met jou kunnen krijgen, niet naast je kunnen staan, dat gaf zo’n machteloos gevoel!

De laatste tijd kreeg ik weer van verschillende mensen signalen dat het niet goed met je ging, dat zij zich zorgen om je maakten en jou moeilijk konden bereiken. Tot mijn verbazing wilde jij ineens graag langskomen in de voorjaarsvakantie. Ik heb gebeld hoe het allemaal zat, maar het ging goed met je, zei je en je klonk ook heel vrolijk en gezellig. Dat maakte me blij en bevreemde mij tegelijk. We hebben met onze kinderen, jouw neefjes een heel gezellige dag gehad, geschaatst, spelletjes gedaan, gelachen. Dat is echt een heel fijne herinnering. Maar daarna reageerde je niet meer op mijn appjes en mail, het leek erop dat je ze überhaupt niet had gelezen. Ook anderen hadden die ervaring.

En toen kregen we de Corona-crisis. Ik dacht toen: misschien is dat nu wel rustig voor je, dan hoef je niet per se contact te zoeken als jou dat nu even niet lukt. Je zou misschien met een coach gaan praten waar mem en ik heel goede ervaringen mee hadden, dat leek jou ook wel wat. Hoewel iets in mij dat eigenlijk niet helemaal vertrouwde. Maar ik kreeg geen vat op je. Hulp moesten we toch uitstellen, zoals zo veel dingen nu niet kunnen doorgaan, dat is toch een kwestie van loslaten, dacht ik. Ik had zorgen over jou, maar kon dat ook bij God neerleggen. Ik was ervan overtuigd dat jij bij Hem in goede handen was en Hij voor jou zou zorgen.

En op een bepaalde manier is dat ook zo. Het lijkt er nu achteraf gezien op dat jij op allerlei manieren bewust of onbewust afscheid aan het nemen was van ons als familie en van allerlei andere mensen die op de een of andere manier in jouw leven iets voor jou hebben betekend. Het lijkt er ook op dat jij de drive om te vechten helemaal had verloren. Dat je veel leed en hier eigenlijk helemaal niet meer wilde zijn. Je wilde het heel graag heel goed hebben, maar dat lukte maar niet. Dat je verlangde naar een einde van een uitzichtloos bestaan. Dat je verlangde naar het Licht. Die mooie foto die je op Facebook had gezet en naar allerlei mensen hebt gestuurd, spreekt boekdelen.

God vond het ook genoeg zo. Het erge vind ik dat je helemaal in je eentje bent gegaan. Ondanks zo veel mensen, ook dichtbij, die heel graag iets voor jou hadden willen betekenen. Je wilde, of kon het echt niet. We konden niet naast je staan, we konden geen afscheid van je nemen. Daar moet ik nu heel vaak aan denken. We denken, hopen dat je op het einde niet erg hebt geleden, maar langzaam bent weggegleden. Je verlangde naar de hemel, je ging naar het Licht toe. Daar stond de Vader en Jezus met Zijn engelen met open armen op je te wachten. Ze waren heel blij jou daar te mogen ontvangen. Nu ben je eindelijk Thuis. Ik weet zeker dat je nu ontzettend blij bent. Je viert feest, danst, en lacht uitbundig. Volgens mij zeg je nu tegen ons: ‘Maak je maar niet druk om mij, op aarde was het allemaal niet veel meer, maar hier is het geweldig. Het lijkt erop dat ik verloren heb, maar ik heb gewonnen! Ik ben niet dood, ik ben levend! Ik geniet!’ Wij zijn blij samen met jou.

Maar wij gaan jou ook heel erg missen. En ik weet dat heel erg veel mensen dat gaan doen. We hebben verdriet om jouw leven, jouw lijden. Ik hoor en lees nu zo veel mooie, verrassende dingen over jou van mensen die jou gekend hebben. En je kende een hoop mensen! Ik vraag me voortdurend af wie jij had kunnen zijn, had kunnen worden zonder belemmeringen. Je was ontzettend aardig, gevoelig, slim, creatief. Heel veel goede eigenschappen, talenten en gaven, teveel om op te noemen. Wat ik een heel fijne gedachte vind, is dat ik jou regelmatig terugzie in mijn kinderen, jouw neefjes. Zij spelen eindeloos met knuffels, net zoals wij dat vroeger ook deden. Alle knuffels krijgen een naam, soms heel gekke namen, eigenschappen, stemmetjes, een hele wereld op zich. Zoals wij dat opnamen, jij nog het meest, op cassettebandjes, zo maken de jongens nu filmpjes. En zetten dat op YouTube, dat kon vroeger niet. En ze experimenteren met van alles, zoeken de grens op, zien overal de lol van in, kunnen heel stoer zijn, maar hebben een heel klein hartje, zijn heel sociaal en willen graag aardig zijn voor andere kinderen bij hen op school. Ze zijn ook erg bezig met muziek en muziekinstrumenten, zijn sportief. De eindeloze fantasie die ze hebben, ook het gevoelige en het zorgzame van jou zie ik in hen terug. Dat doet mij echt goed, het klinkt cliché, maar zo geef je toch nog iets van jezelf aan ons door.

Ik zou nog veel meer willen zeggen, maar dat zou teveel worden. Ik heb veel vragen en ik voel een leegte, een gat en heb veel verdriet. En tegelijk ervaar ik ook vrede en rust. Ik weet dat jij nu in goede handen bent, volledig verlost en bevrijd bent en jij het nu echt goed hebt. God weet wat Hij doet. Hij heeft het goede, het aller-, allerbeste met ons voor. Hij laat zich nu ook aan ons kennen, ik ervaar ook dat Hij kracht en rust geeft. Ik wens iedereen toe die verdriet heeft om jou dat zij Zijn troost mogen ervaren.

© Tekst Titia de Haan | Figuur Gerrit Gerritsma | Redactie Alice K. Burridge van Green Writing | Beeld Seth Matahelumual van Epicart | Stichting Hoogbegaafd!