Het heeft twee jaar geduurd, mijn experiment met bestuurlijke functies, en nu is het gelukkig voorbij. Sinds een jaar of twee ben ik lid van het bestuur van een vereniging, eerst als secretaris en sinds mei vorig jaar als voorzitter. In maart vorig jaar heb ik op mijn werk een functie als hoofd van een kleine afdeling gekregen. Dat heeft er in geresulteerd dat ik per 1 oktober dat bedrijf zwaar gefrustreerd verlaten heb en sindsdien bezig ben om andere invullingen voor mijn werkzame leven te vinden.

Ik heb zeventien jaar in de Nederlandse archeologie gewerkt, meest bij commerciële bedrijven. Je begint onderaan de boom, maar als je een beetje ambitieus bent, kun je al snel wat takken omhoog klauteren naar projectleider, en nog iets later naar senior projectleider. Zeker als senior projectleider heb je aardig veel vrijheid om je eigen werk in te delen en te kiezen welke projecten je liever wel en niet doet, maar toch gaat dat me in de loop der tijd steeds meer tegenstaan. Archeologie is heel leuk, maar als je al die onderzoeken volgens een vast riedeltje moet afwerken, beginnen ze onvermijdelijk op elkaar te lijken. Maar ja, als senior projectleider zit je al bijna helemaal boven in de boom, en zijn er niet zo heel veel opties meer. Behalve dan afdelingshoofd worden. Een aantal van de taken die daarbij horen doe ik sowieso al lang, dus hoe moeilijk kan het zijn?

Ik weet niet of het moeilijk was, maar het was verschrikkelijk. Ik ben sinds mijn wiskundelessen op de middelbare school niet meer zo gefrustreerd geweest dat ik iets maar niet onder de knie kreeg. Het was alsof ik een kruiwagen vol konijnen in bedwang probeerde te houden. Met die bevindingen ben ik als klassiek slachtoffer van het Peterprincipe ook naar mijn corporate overlord gegaan. Gelukkig is dat onder zijn donkere cape een sympathieke kerel en we zijn er samen eens voor gaan zitten om te kijken of er een oplossing te bedenken was. Ook heb ik gesprekken gevoerd met een coach, die me erg geholpen hebben om een en ander in perspectief te krijgen.

Noch het begrip van mijn corporate overlord, noch die gesprekken hebben er toe geleid dat ik mijn functie, of zelfs maar mijn baan kon redden. Uiteindelijk heb ik geconcludeerd dat ik mijn tijd in de (commerciële) archeologie wel uitgezeten had, en zijn we als vrienden uit elkaar gegaan. Daar spelen ook nog wel wat andere factoren mee (ik ben geen bananenverkoper en erfgoed is geen exploiteerbare handelswaar), maar dit debacle gaf wel de doorslag.

Hoewel ik dit deels pas ben gaan formuleren nadat ik al weg was bij dat bedrijf, realiseer ik me op grond van die gesprekken dat leiderschap, waar ik zo glorieus in gefaald heb, meerdere aspecten heeft. En dat ik me aardig vergist heb met mijn ideeën daarover. Dat ik me dat eerder niet realiseerde, of het verschil niet zag kan aan mijn ego liggen of aan het feit dat ik, totdat ik die baan als afdelingshoofd kreeg, gewoon geluk heb gehad, dat weet ik niet. Ik ben nog bezig met het afleren van de drogreden dat je

‘alles kunt leren, als je er maar je best voor doet’.

Dat is een idee dat zeker in deze gemeenschap nogal welig tiert, maar waarmee ik het oneens ben. Wat ik heb geconcludeerd is dat ik misschien een goede organisator ben, maar met nadruk géén bestuurder.

Als projectleider voer je met een team een onderzoek uit en die mensen weten in grote lijnen hetzelfde als jij weet wat ze moeten doen. Dat heb ik jaren gedaan, en vrijwel altijd met succes. Als je ’s morgens op je opgraving aankomt verdeel je de taken en daarna gaat eigenlijk alles een beetje vanzelf en voor andere delen van zo’n onderzoekscyclus geldt hetzelfde. Tenminste, dat dacht ik. Terugkijkend kan ik me verschillende keren de opmerking herinneren bij functioneringsgesprekken dat mijn team af en toe wel graag wat meer leiding had verwacht, omdat ze niet altijd weten wat ze moeten doen.

Hoezo heb ik mezelf dan wijs gemaakt dat ik dat niet alleen wel degelijk kan, maar ook wil en moet doen? Ik, met een verleden in de punkbeweging, nog steeds behept met ideeën over autonomie, egalitarisme, consumentisme, enzovoort? Wat is dan daarmee gebeurd?

Terugkijkend zie je altijd alles helder, maar het draait in grote mate om autonomie. Ik werk graag autonoom, iets dat hoogbegaafden niet vreemd is. In een hiërarchische organisatie kun je (naast een recalcitrante en hyperkritische werknemer zijn) het beste en het snelste ervoor zorgen dat niemand je vertelt wat je moet doen door een positie te krijgen waarin je zelf degene bent die bepaalt wat er moet worden gedaan. Het gebrek aan leiderschap dat mijn collega’s ervoeren is dan het gevolg van het feit dat ik niet op die plek zit om leiding te geven, maar om met rust gelaten te worden. Als afdelingshoofd of voorzitter kom je daar natuurlijk niet mee weg.

Dat heb ik ook als voorzitter van die vereniging onder ogen gezien en nu heb ik de knoop doorgehakt dat ik niemand een plezier doe met dooremmeren zoals ik nu doe. Dat is niet leuk, dat voelt enorm als falen, maar aan de andere kant, als je weet dat je aan het falen bent, wat heeft het dan voor zin om er mee door te gaan?

Voor mezelf ben ik weer een paar wijze levenslessen verder. Ik wist natuurlijk allang dat ik nogal autonoom ingesteld ben, en anders hebben collega’s, vrienden en geliefden me dat vaak genoeg verteld, al omschrijven zij het meestal als ‘eigenwijs’. Ik weet nu ook zeker dat het geen zin heeft om een baan bij een ander archeologisch bedrijf te zoeken. Het bedrijf is namelijk niet het probleem. En ik heb het zeventien jaar geprobeerd, dus het is in ieder geval geen overhaaste beslissing. Ik hoef ook geen vergelijkbare bestuurlijke functies te gaan zoeken in andere werkvelden. Daarmee zit ik wel weer met nog een optie minder, maar het is een optie waar ik niet gelukkig van word, dus in die zin is dat een tweesnijdend zwaard. Ik zie nu dat ik geen leider ben, dat ook niet wil zijn, maar een organisator. Er zit veel overlap tussen die twee begrippen, maar ze zijn voor mij niet exact hetzelfde. Nu nog een werkveld zoeken dat gillend om ‘organisatoren’ verlegen zit.

Op persoonlijk vlak merk ik dat het me een hoop rust brengt. Ik ben niet heel zweverig aangelegd, maar ik heb wel jarenlang met de gapende kloof tussen mijn eigen wereldbeeld en mijn functie in de corporate ratrace geworsteld. Die ideeën over autonomie, egalitarisme en consumentisme zijn geen modegrillen die ik als tiener heb opgevangen, dat zijn reële aspecten van mijn wereldbeeld, ook al heb ik geen hanenkam meer. Of die ideeën zich bij mij hebben gevormd omdat ik bij die punkbeweging terechtkwam, of dat ik daarheen graviteerde omdat ik daar en voedingsbodem voor die ideeën vond, is intussen denk ik een onoplosbaar kip-en-ei verhaal. Maar nu ik weet dat ik die ratrace achter me heb gelaten en mijn uiterste best doe om dat zo te houden, is die gapende kloof langzaam smaller aan het worden en dat geeft dat een hoop gemoedsrust. En ik ben weer meer naar punkmuziek gaan luisteren.

© Tekst Yannick Raczynski-Henk van A Lovable Chap | Redactie Alice K. Burridge van Green Writing | Beeld Seth Matahelumual van Epicart | Stichting Hoogbegaafd!