Midden in de twintig
De drang tot ontwikkeling is onstuitbaar Het pint me vast aan de grond waar ik sta, creëert mijn afgrond gelijktijdig Het gaat daar waar mijn diepste wezen schuilt, scheldt en huilt Waar noodzakelijkerwijs mijn zijn al dwalend, druilend en wijdverspreid verblijft Turend, met priemende ogen raakt het mijn ziel. Hard en ongenadig Ik analyseer mijn gevoelens en gedachtes, zij het misschien één en hetzelfde of absoluut niet, afstandelijk en koud. Alsof ze mij niet toebehoren Ogenschijnlijk Doorvoel ik mijn emoties tot op het bot - wat zeg ik? Tot in elke celkern. Tot in het binnenste van de aarde. Tot in [...]