LONGREAD
Het is inmiddels bij veel mensen bekend dat talent bij hoogbegaafdheid niet altijd als ideaal wordt gezien. Maar hoe zit dat dan als je extreem hoogbegaafd bent? Dat gedachten zó abstract en complex kunnen zijn, dat ze nauwelijks te bevatten zijn? Dat denkstijl een mismatching vormt tussen verwachting en wat daadwerkelijk wenselijk is? Dáár, waar juist de antwoorden zweven op de prangende vragen van het onontdekte en mysterieuze?
In werkelijkheid zijn hoogbegaafde mensen géén ‘superwezens’ die alle antwoorden klaar hebben, maar gewoon mensen van vlees en bloed met basisbehoeften. Zelf heb ik misschien wel meer fouten in mijn leven gemaakt dan de gemiddelde mens. Het is dan vooral belangrijk het leerplezier uit deze fouten te gebruiken, en fouten niet te zien als een afstraffing van je ego, in relatie tot een algemene prestatie-statusindex. ‘Leren van je fouten’, zo luidt het goedbedoelde devies. Maar in de context van ‘zware’ hoogbegaafdheid leeft dat doorgaans een stuk dieper.
Wat ís eigenlijk ‘exceptionally’ of ‘profoundly’ gifted (EPG)?
Of wie zich wil beperken tot de Nederlandse kretologie: uitzonderlijk hoogbegaafd / geniaal / briljant / hyperhoogbegaafd / UHB.
De definities lopen nogal uiteen wat dat aangaat. Het is bijzonder om waar te nemen hoeveel aandacht en energie uitgaat naar ‘hoe te benoemen’, en wie in terminologie gelijk heeft. Hoewel de geijkte beelden van een supertalent of een wonderkind met enige regelmaat voorkomen, is het niet per definitie een geijkt voorkomen bij elk van de EPG’ers. Uit eigen ‘hands-on’ ervaring kan ik beter uitleggen wat het níet is, dan wat het wél ‘is’. Het ‘zijn’ is namelijk veelal niet te meten, noch is dat nauwkeurig vast te stellen met meetbare instrumenten. Wat het niet ‘is’, maar wel een veegteken kan zijn, is: een kind dat met 6 jaar op conservatoriumniveau piano en viool speelt. Het ‘is’ geen: ‘Ik heb op mijn 11e mijn eerste universitaire bul op zak.’ Het ‘is’ ook niet dat ik binnen een halve minuut een Rubik’s Cube met mijn voeten kan oplossen.
Zelf kon ik digitaal en analoog klokkijken op de seconde met twee jaar. Ik maakte al sommen en kon Engels net zo goed spreken als Nederlands voor ik op de kleuterschool kwam. Ik kon cijfers boven de miljoen benoemen, terwijl anderen 1 + 1 = 2 leerden. Dat ‘is’ het dus ook niet. Dergelijke ontwikkelingen naar een écht hoog niveau, vragen veel training én talent. Maar bovenal kans! Kans krijgen van je omgeving hierin te worden toegelaten.
Voor gek versleten
In mijn geval werd ik voor gek versleten. De restschade kan flink zijn vanuit pesterijen, geïsoleerd worden en vanuit ‘domheid’ een scenario na te moeten leven. Een copingmechanisme waarin ik moest overleven om ‘mee te komen’. Ik heb gemerkt bij de zeldzame lotgenoten die ik ken, dat het meer regel is dan uitzondering. Als het niet om fricties met opleiding of werk gaat, is het wel door harde levenservaring.
EPG’ers zijn extra kwetsbaar, omdat de impact doorgaans zwaar, complex en langdurig wordt gedragen. Het wordt met intensiteit doorleefd. Het maakt emotieregulatie zeer uitdagend, omdat de impact ervan energetisch gezien haar aandacht direct opeist. Het ‘gave’ sleutelwoord: intensiteit. Iets wat als intimiderend, ongrijpbaar en vaak ook niet als iets positiefs wordt gezien of ervaren. Ironisch genoeg is dat júíst hetgeen wat de potentie van achterliggende talenten drijft. Vooral als men nog niet doorheeft dat men slim is, wordt dit aspect niet gezien. In mijn geval kan ik zeggen dat ik ruim 32 jaar in de veronderstelling leefde dat ik niets kon, niets wist en niets waard was.
Het is intens
Ik heb geen PhD of HBO op zak. Ik heb ‘slechts’ een MBO-diploma. Ik heb geen IQ-test of Mensa-pas dat bewijst dat ik tot een exclusieve intelligentieclub hoor. Ik héb het ontdekt en ik bén ontdekt door anderen. Vooral door de kenners op dat gebied. De geweldige gaven komen vaak met een hoge prijs. In mijn geval wordt die prijs betaald uit extreme hoogsensitiviteit. De impact van prikkelverwerking maakt alles een factor tig sterker in belevenis. Ik kan een heuse smaaksensatie hebben van gekookte kale rijst. Ik kan helemaal uitgeblust zijn na een drukke visite op een verjaardag. Als ik me scheer, voel ik alsof mijn huid eraf wordt gepeld. Als ik onder een douche sta van 40 graden, voel ik alsof ik kokend water over me heen krijg. Het is al snel ondragelijk en hels! Vroeger, als iemand geïrriteerd reageerde, kon ik ontzettend uit het veld geslagen zijn en soms maanden in stress zijn. Ik kan niet tegen het plotselinge of stroboscopie, omdat ik het contrast ook écht registreer, wat zeer uitputtend en gekmakend is.
Ik kijk constant in mijn omgeving, registreer mensen, geluiden, dieren, dingen. Ik lees, ik zie, ik voel, ik doorleef, ik voorspel, ik evalueer… zéér levendig en bewust. Intens, maar niet altijd even kalm. Ik haal zelfs inspiratie uit een troep kiezelstenen en bladeren op de weg. In groepsverband verveel ik me doorgaans snel. De gesprekstof boeit me meestal niet echt, zoals voetbalkritiek en ongelaagde discussies over politiek en wereldproblematiek. Vaak zoek ik diepgang en meerlagigheid in een gesprek. Het betekent niet dat ik altijd maar een hoogstaand gesprek wil. Ik verken liever de achterliggende gedachten en motivaties van anderen. Gewoon dingen die daadwerkelijk iets vertellen over die persoon, louter dan het pompeuze masker.
Wat maakt exceptionally en profoundly gifted zo onderscheidend?
Als ik kijk naar mezelf, dan is het niet ‘gewoon’ een leerhonger. Het is een vreselijk intense nieuwsgierigheid: een innerlijke krijs of oerkreet, als een krachtige energiestraal die uit me komt. Ik zoek wat erachter ligt: transcendentie, oftewel het verrijken en ontwikkelen van mezelf. Transcendentie en optimale ervaring, hand in hand: ‘flow’. Heel je wezen schreeuwt het uit! Als het me genoeg interesseert, móét ik en zál ik het weten, met ijskoude vastberadenheid om het te bereiken. Slaat het innovatieve om in repertoire handelingen of gesprekken, wordt het bijzonder snel saai. ‘We weten het nou wel! Volgende!’ Het is steeds uitgedaagd willen worden, maar ambivalent genoeg, is dat ik ook wéét dat ik me daaraan niet afhankelijk van moet opstellen.
Ik ben echter geen slaaf van mijn eigen gedachten of lichaamsbehoeften. Soms is afwisseling, zoals voor de tv hangen, of platvloerse humor hier en daar ook zeker een verfrissende ontspanning. De intensiteit en het complex-creatieve gaat doorgaans verder dan bij conventionele begaafdheid. Het is een spectrale gave en gaat zeer, zéér diep. Een EPG’er beleeft het gevoel als zodanig. Dat feit is op zich niet heel bijzonder, maar ik herken en begrijp ook de interactie, het ‘meta-gedeelte’ tússen die lagen: fundamentele semantiek. Niet alleen het intellectuele, maar vooral ook intuïtieve dynamiek. EPG’ers hebben het buitengewone latente vermogen dit om te kunnen buigen naar autonomie. De weg ernaar toe is echter ook vaak buitengewoon uitdagend. Ambivalent genoeg zoekt men die grens wel op; in de eerste instantie in het onderbewustzijn.
Wat zijn dan de ‘perks’?
Hier volgen wat duurdere kreten met wat uitleg:
- Interdisciplinair verenigen en expanderen. Oftewel, het samenvoegen van diverse aspecten van kennisvlakken. Vanuit daar het innovatieve ‘redeneren’ en zorgvuldig aftoetsen op waarheid en integriteit.
- Meta- en ortho-cognitief redeneren. Het proces, de dynamiek, het tot stand komen als zijgedachten betrekken. Het liefst zo veel mogelijk bij voorkeur naar wat écht authentiek is, wat écht juist is en dé waarheid omschrijft; status en conformisme negerend.
- Meta-paradoxaal in een matrix kunnen redeneren. De consequenties op korte en lange termijn overzien. Wereldrijk kunnen kijken. Luid en duidelijk de ironie van acties en beweringen in kunnen zien binnen systemen, of juist op individuele basis. En daarmee ook nog eens zichzelf te evalueren. Inschatten in welke mate dit noodzakelijk is.
- Architecturaal denken, ontwerpen, creatie. De oneindige creativiteit, vaak nuttige creativiteit met een doel. Niet zozeer creatie omwille van het creëren, of puzzelen omwille van het puzzelen; dat voelt vaak alleen maar plat en slaafs toegewijd aan. In plaats daarvan gáán voor vernieuwende, vaak ook revolutionaire esthetiek dat niet zelden ook een hoger doel dient. De semantiek en fundamentele architectuur al begrijpen voor het te hebben gelezen.
- Neologismen. Synthetiseren van nieuwe termen of zinnen die niet zouden misstaan in een woordenboek of encyclopedie. Niet omwille van marketing en interessant klinkende kretologie, maar omdat het juist voelt; dat taalgebruik recht doet aan de visuele voorstellingsvermogen in waar de boodschap wordt overgedragen.
- Noëtisch-epistemisch refereren. Niet alleen het zélf herkennen en het intrinsieke kompas die daarbij hoort herkennen, maar ook hoe dat tot stand komt: het wáárom! Het geheel in abstract-analoog perspectief reprojecteren op andere kennisvlakken (zie ook interdisciplinair verenigen). Het is niet alleen het begrijpen, maar ook het begrip zélf dat zowel intrinsiek als extern wordt geëvalueerd.
- Multipotentiaal talent. Oftewel: spectraal talent. Snel verveeld raken op één focus; vooral wanneer platte repertoirehandelingen de hoofdmoot bepalen. Wederom: begrijpen vóór het zintuigelijk is waargenomen en is gedefinieerd. Ergens worden neergezet waar je geen snars verstand van hebt en het pijlsnel eigen maken. Evaluatie- en optimalisatiestappen vóór zijn. Leertalent en analytisch vermogen zijn veelvoorkomende voorbeelden.
Diepgang vanuit het niets
Ik kan vanuit het niets ineens heel diep en breed ergens op ingaan. Ik verlies niet de hoofdcontext, maar ik doorzie het dynamisme en complexe samenhang in een rap tempo. Vergelijk het met een specialisatie van savant-autisme met de snelheid van ADHD, het perfectionistische in OCD, maar dan op meerdere fronten tegelijk. Als ik een nieuwe programmeertaal leer, ontdek ik al snel de plussen en minnen. Al snel heb ik een heel plan-de-campagne in mijn hoofd voor een eigen programmeertaal. Ik zie dan als een visionair hoe dat er helemaal uit komt te zien. Evaluaties en optimalisaties zijn al geïntegreerd. Ik hoef het uitgestippelde pad alleen nog maar te bewandelen.
Ik sterf van de ideeën. Ik barst uit mijn voegen en het liefst zou ik ze allemaal tegelijk doen. De bevlogen energie die erachter zit, is met geen pen te beschrijven! De kennis die ik erbij opdoe, of op wil doen, is ontzettend vraatzuchtig, gretig, bijna woedend, en als ik het toelaat, kan ik het niet loslaten voor ik het heb opgelost. Het is niet hetzelfde als obsessie, want ik kan mezelf echt terugfluiten. Maar als ik het laat gaan, dat gáát het! Het voelt alsof er een geketend beest staat te beuken tegen een gigantisch zware deur met kettingen. Het beukt… En beukt… Het gilt, het schreeuwt in een oerkreet… en dan breekt los; krachtig genoeg om een krater in de aarde te slaan!
De sensatie die daarop volgt is geen gewone, optimale ervaring. Het transcenderen is bij mij ontzettend heftig. Het niveau kan het volgende moment niet eens meer vergeleken worden. Zoals met tekenen en schrijven: alsof iemand anders het schreef of tekende. Gewoon… uit het niets!
Wat zijn de ‘vijanden’ van dergelijk potentieel?
- Conformistische meritocratie. Beloningen krijgen in wat de maatschappij vindt dat je die redelijkerwijs mag verwachten, op basis van wat de maatschappij ziet als gediplomeerde prestatie. Het kan de creatieve vrijheid enorm beperken. Ruimte is wat nodig is voor dergelijke gaven, zoals P. Susan Jackson stelt: ‘Where do I park my whale?‘ Het is alsof je een vrachtwagen bestuurt over een bospaadje. Het is alsof je met een Ferrari in de file staat en door een Fiat Panda wordt ingehaald die wel in de juiste rij staat. Je talenten voelen dan – althans in mijn geval – volstrekt nutteloos.
- Indoctrinatie en dogma. ‘Wij doen het al 30 jaar zo, zonder diepgaand onze eigen methodieken te bevragen.’ Klakkeloos aannemen wat de norm als wetenschappelijk bewezen voorschrijft, zonder uitdaging. Het blijkt dodelijk voor ware creativiteit en innovatie. Progressie omwille van progressie is niet per definitie vooruitgang. Bij mij roept het alleen maar recalcitrantie en vastberadenheid op.
- Compatibiliteitsproblemen. Dit is soms in de ruimste zin van het woord. Leersystemen die niet leren nadenken, maar stampen. Niet ‘klikken’ met iemand of met de omgeving wordt ook diep gevoeld. Het is meteen heel duidelijk aanwezig en wordt door de omgeving niet zelden opgevat als aanstellerij. Maatschappelijk willen ‘stralen’ met je kennis, met de bedoeling bij te dragen. Niet om anderen te verblinden of te overweldigen en al helemaal niet om plaatsen in de rangorde te veroveren. Doorgaans interesseert een EPG’er die statusverwerving geen ene moer! Men heeft daar vaak een heel ander doel bij: werkgeluk en je creatieve ei kwijt kunnen. Participeren en bijdragen aan het grotere geheel.
- Mismatching. Aansluitend op compatibiliteitsproblemen. Als men ziet dat een extreem talent zich uitdrukt, of het ware ‘IQ’ zich laat gelden, dan wordt dat vaak als ‘intimiderend’ opgevat. Vooral wanneer mooie dingen gevraagd worden, vanuit een relatief eenvoudige beeldvorming bij de ander/omgeving. Vacatures komen vaak nogal pompeus over qua verwachtingen. En als de EPG’er op de vacature solliciteert, blijkt hij of zij ineens ’teveel’. Andere hoogbegaafden hebben daar ook al regelmatig last van. Het is enorm schadelijk voor de kansen die geboden worden, zoals ik recentelijk al meer dan twee jaar heb ervaren en nog steeds ervaar. Niet alleen neemt het risico op ‘downsizen’ en zelfondermijning toe, maar ook het risico om te worden blootgesteld aan frustraties van allerlei bronnen, alsook de kans ergens juist niet op de juiste plek terecht te komen. Verveling en bore- of burn-out liggen op de loer. Volle potenties blijven onbenut.
Gaven gebruiken
Wanneer creativiteit, authenticiteit en idiosyncrasie worden ondermijnd en ruimte tot autonomie wordt afgepakt, werkt het des te destructiever uit. Het maakt vaak in het verlengde van ‘normale hoogbegaafdheid’ juist dat men níét de gaven kan gebruiken. Ambivalent genoeg heb ik als PG’er ook de enorme potentie aangewend – onbewust veelal – om dit soort problemen het hoofd te bieden in een context van zelfvertrouwen. Per slot van rekening wil ik net als iedereen ‘erbij horen’ en geaccepteerd worden.
Ik zou door het vuur gaan voor een goede vriend of een baas die mij goed behandeld en waardeert. Wie niet, zou je zeggen… In vele opzichten ben ik niet anders dan anderen!
Zo! Dit komt echt binnen. Het is alsof ik mezelf op een afstand, analyseer. Heel veel herkenning. Zelf ook decennialang in de veronderstelling geweest, dat ik lui, dromerig en ‘dom’ zou zijn. Min of meer als een zombie, meegedraaid in de maatschappij. Totdat je (toevallig) een blog leest, over de belevingswereld, van uitzonderlijk hoogbegaafden… Bevrijdend om te concluderen, dat ‘het’ een naam heeft. En dat er meerdere mensen zijn, zoals ik. Alleen jammer, dat één en ander niet is gediagnosticeerd, op jongere leeftijd. Met de nodige adequate begeleiding, had ik veel beschadiging, kunnen voorkomen.
Hoi Gert,
Bedankt voor je reactie. Goed dat jij je herkent, en: je bent dus niet de enige. Je bent niet alleen.
Ja, het is begrijpelijk dat je niet meer ‘aan’ hebt gestaan voor zo’n lange tijd, als je op een volledig ander tempo maar bovenal op een volledig andere wijze functioneert.
Ben je al lid van onze community voor uitzonderlijk hoogbegaafden? Mogelijk nuttig om eens met anderen van gedachten te wisselen: https://stichtinghoogbegaafd.nl/community/uitzonderlijk-hoogbegaafd/
Dank Gert!
Ik ben erg blij dat bij deze zeldzame vorm van neurodivergentie (h)erkenning wordt gevonden. Wat volwassenen aangaat, is dit zwaar onderbelicht. Dank voor je steun heirin!
RAAK(t me) qua duidelijk omschreven (enkele, niet alle) situaties van HErkenning
herkenbare zaken
Een geweldig artikel, petje af. Zo goed geschreven. Ik weet zeker dat dit van nature uit een eigenschap is die de mensheid dient te helpen. Dat is logisch. Het wordt pas een probleem wanneer alles zo volgetimmerd is in een ‘maakbare’ wereld waarin je in knellende hokjes van anderen moet passen die niet bedoeld zijn voor originaliteit. Uiteindelijk gaat het om ‘bestaansrecht’. Echt, je bent hier niet voor niets.