LONGREAD
Of, vertaald in mijn eigen ruwe woorden: De ironie van ortho-paradoxaal geïnstitutionaliseerde inclusiviteit in een elitair-exclusief en meritocratisch, conformistisch systeem. Whooh! Bazinka! Laat dat even bezinken…
Geen zorgen! Hierna zal ik inbinden met het existentialistische vocabulaire, dure woorden en ‘retorisch gemaskeerde’ opvattingen, door mij samengesteld en niet door AI. Als ik iets bedenk, wil ik graag nagaan of het de betekenislading optimaal dekt die ik contextueel zoek. Daar heb ik een gevoel bij. Ik synthetiseer graag begrippen en maak ze me eigen. Als iemand met een diepgaande en analytisch divergerende kijk op zaken, kom ik graag met eigen definities. Definities die qua taal goed, existentieel plausibel zijn en de taalesthetiek niet zouden misstaan. Neologismen noemen ze dat.
Inclusie, kansen voor iedereen?
Iedereen spreekt over inclusie. Over kansen voor iedereen, over talent zien en erkennen. Maar wat als je talent hebt dat niet bij de standaard past? Wat als je anders denkt, voelt, werkt? Als je ’te zwaar’ bent en ’te veel’? Ik vind het walgelijk en fantasieloos om mijn verhaal zo te moeten openen om lezers te treffen. Daarom doe ik het ook. Want dit onderbelichte onderwerp móét eindelijk schitteren in onvervalste eerlijkheid en actualiteit.
De inclusie-paradox is de belofte dat je welkom bent, terwijl het systeem je niet echt toelaat om jezelf te zijn. Sterker nog: je gaat aan jezelf twijfelen door de retorische maskering van anderen, die ‘goedgekeurd’ zijn volgens het systeem. Dat is insinuatieve destabilisatie. Je mag er alleen een geloofwaardige of kredietwaardige uitspraak over doen als je iets hebt gepresteerd, mits je ook toegelaten wordt tot een reële kans om dat presteren te laten zien. Het liefste zou ik dat op een authentieke manier doen. Het blijkt in de praktijk echter vrij zelden voor te komen. Met een pedante, of pompeuze houding ondermijnen we degenen die het latente vermogen bezitten, mensen die in staat zijn om fundamenteel grandioze en revolutionaire ideeën te bedenken, te bouwen en uit te voeren: de zogeheten ‘visionairs’.
Ongehoorde, ongeziene mensen met diepe gaven
Dit verhaal gaat over ongehoorde en ongeziene mensen met een complexere en diepere laag met intuïtieve, noëtisch-epistemische gaven. Mensen die intrinsieke dynamismen en externe mechanismen al snappen vóór iets te hebben gelezen en daar meteen de Pandora’s box in zien. Mensen, wiens vaardigheden en kennis zich moeilijk laten ‘meten’ of concretiseren. Het gaat over mismatching en miskenning. Over potentieel dat geen thuis vindt in de werkende maatschappij en sociale hiërarchie.
“Het is tijd dat we verder kijken dan IQ-testjes, het cv, hands-on-ervaring”… en blahblahbláááh. Zeker weten, want in de praktijk blijkt maatschappelijke erkenning en mismatching toch wel een ding! Verder dan het protocol kijken. Verder dan gestandaardiseerde kwalificatie-eisen. Naar de mens erachter kijken, niet louter de afhankelijke behoefte om prestaties te concretiseren. Want als we échte inclusie willen, moeten we leren zien wat we nog niet kúnnen vastleggen.
Wat betekent de ironie van ortho-paradoxaal geïnstitutionaliseerde inclusiviteit in een elitair-exclusief en meritocratisch, conformistisch systeem nou eigenlijk?
In abstracte analogie uit de organisch-chemische voorvoegsels ortho-, meta- en para-, koos ik bewust een ongebruikelijk bijvoeglijk naamwoord: de toevoeging van het Latijnse orthos. Laat ik niet valsspelen met ‘Koekel’ en ‘kopiloot’ en ‘chatgeepeetee’, maar gewoon: zoals je het mij nú zou vragen. Dan zou ik het volgende uitleggen:
- Ironie: er zit een wrange tegenstelling én ambivalentie in het geheel.
- Ortho-paradoxaal: Ortho betekent in diepere betekenis rechtlijnig, in de context van wat eigenlijk werkelijk juist is of dé waarheid reflecteert. Terwijl ‘paradoxaal’ wijst op iets tegenstrijdigs. Samen duidt het op een systeem dat zichzelf tegenspreekt: het wil inclusief zijn, maar doet dat op een rigide, normatieve manier.
- Geïnstitutionaliseerd: Het is verankerd in beleid, structuren en opleiding, met officiële taal en conventies.
- Elitair-exclusief: Alleen een selecte groep, vaak hoogopgeleid en cultureel dominant, mag écht meedoen; zijn of haar zegje mogen doen en daarin gehoord worden.
- Meritocratisch: Je waarde wordt bepaald door prestaties, diploma’s, status, niet per sé door je menselijkheid, blauwdruktalent of perspectief.
- Conformistisch: Het in context afdwingende karakter van het moeten voldoen aan verwachtingen van je omgeving. Afwijkende stemmen worden subtiel of expliciet ontmoedigd. Je mag meedoen, zolang je je aanpast aan ‘de norm’, hoe krom de afspraken daarvan inhoudelijk ook moge lijken.
Bedenk dat ‘de norm’ door een bepaalde groep wordt bepaald, met goedaardige of kwaadaardige intenties. In een chemisch-wetenschappelijk onderzoekscentrum is de norm bijvoorbeeld een NEN-, ASTM- of ISO-voorschrift, samengesteld vanuit de kennis van geleerden. In racistische haatbewegingen zijn rassenhaat en anti-LGBTQ+ ‘de norm’. In de Tweede Wereldoorlog was het uitroeien van bevolkingsgroepen ‘de norm’. Maar ‘de norm’ kan ook iets ongrijpbaars bevatten, iets wat niet in regels is vastgelegd, maar wél een conventioneel gebruik is.
Wat voor ironie omvat mijn uitspraak?
- Zwart-wit systeem: een systeem dat zegt “iedereen hoort erbij”, maar in praktijk alleen ruimte biedt aan wie voldoet aan bepaalde lineaire criteria en normen.
- Inclusiviteit als beleidswoord, maar niet als beleefde realiteit voor mensen die buiten de gestelde predominante kaders vallen.
- Een paradoxale situatie waarin mensen worden uitgenodigd om “zichzelf te zijn”, zolang dat ‘zelf’ past binnen de gestelde verwachtingen van het systeem: in datgene waarvan men vindt dat je een beloning mag verwachten.
- Ironie die blijkt uit inclusie in aangepaste vorm: een ironie die pas ‘belicht’ wordt wanneer bijvoorbeeld ervaringsdeskundigen, neurodivergente denkers of mensen uit gemarginaliseerde groepen worden ‘geïncludeerd’. Maar alleen als ze de spreektaal, het gedrag en de visie al schakelende aanpassen aan de expliciete cultuur in plaats van dat zij spreken vanuit het lijden in ruw, onbesproken taboe. Want ‘dat willen we niet horen’. Aldus het fraaie staaltje struisvogelpolitiek.
Retorisch gemaskeerde tegenstrijdigheden
Filosofische implicaties over fundamentele vraagstukken worden geraffineerd om ze te sturen naar hén die er wat van mogen zeggen. Retorisch gemaskeerde contradicties zijn gevaarlijker dan openlijke hypocrisie, want:
- Ze onttrekken zich aan kritiek door op het moraal ingespeelde taal.
- Ze herdefiniëren de realiteit: uitsluiting wordt niet alleen geaccepteerd, maar wordt literair afgetimmerd en omgevormd tot deugd of rechtvaardiging.
- Ze vervormen het bewustzijn van deelnemers tot een wassen beeld door mensen te doen geloven dat ze in een inclusief systeem zitten, terwijl ze structureel worden buitengesloten.
- …en we weten stiekem massaal dat het gebeurt.
Ortho-paradoxale inclusiviteit is niet alleen een verankerde tegenstelling, maar ook retorisch gemaskeerd: het systeem gebruikt de taal van ethiek en vooruitgang als slagwapen om zijn uitsluitende structuur te verbergen. Inclusie wordt vaak niet gerealiseerd, maar vaak ‘gepresteerd’; profilerend gebruikt als een soort reclamemiddel. Het is populair onder organisaties om insinuatieve destabilisatie te gebruiken als provocerend middel om de ander ‘het bewijs’ te laten leveren. Vervolgens is het een middel om zichzelf in te dekken om onderhuidse subtiele discriminatie onbewijsbaar te maken door jou in diskrediet te brengen, wat je geloofwaardigheid aantast.
Vlot, spontaan en energiek, maar niet authentiek
Gedraag je vlot tijdens een sollicitatie, werk of feestje: spontaan, positief, energiek! Voorbijgaand aan authenticiteit, idiosyncrasie en realiteit. Dat wordt bij veel hoogbegaafden onder ons intens diep gevoeld. Er zijn negatieve signalen die bespreekbaarheid, openheid en zorg behoeven, wil men écht kunnen schitteren. Ze worden verinnerlijkt en chronisch, tot het punt van surrealistische opvattingen, wanneer ze langdurig worden weggemoffeld of onderdrukt door de omgeving. Of nog erger: aangepraat door een zelf. “Laat je innerlijke kompas je voeren.” Wees open, assertief en vrij, maar bovenal: niet jezelf!
Beloond worden, wanneer men maatschappelijk-sociaal gezien vindt dat dit mág. Wie bepaalt dat eigenlijk? Een elite? De wetenschappelijk gevalideerde testen? Jijzelf? Begeef ik me al niet op gevaarlijk terrein om dit zo te benoemen?
Ik ben ‘gevaarlijk’ voor de wetenschap, omdat ik fundamenteel en conceptueel patronen bevraag in waar we mee bezig zijn. Ik ben iemand die ’te veel ziet, te diep denkt, te weinig past’. Ik daag de norm uit. Ik kan zeggen dat ik hier fenomenaal in ben, maar dat is ‘arrogant’ op een sollicitatie of zelfs bij een vrijblijvend contact.
Voor de mensen die mij beter kennen, is dat heel vaak anders. Zij zeggen:
Je hebt een zeldzame gave. Jij hoort op een onderzoeksinstituut met jouw talenten. Mike, is dat niet iets? Is zus niet iets? Is zo niet iets?
Ik heb veel soorten ‘ideale functies’ de revue horen passeren, waar ik goed tot mijn recht zou komen. Multipotentialite… Zoals Emily Wapnick zou zeggen.
Kiezen voor het bekende, met hands-on ervaring
Maar ja, die hands-on hè? Hoe moet ik ervaring opbouwen als ik daar de kans en de ruimte niet toe krijg? Geen tranendal en zelfmedelijden, maar gewoon zoals de situatie is. Voor mij en voor vele anderen. Het is pijnlijk om dit bespreekbaar te maken. Maar voor wie eigenlijk? Om tegenwoordig een afspraak te maken is al een gigantisch gedoe. Dat komt door centralisatie en desocialisatie door AI, sociale media die niet sociaal zijn, en ‘gebrek aan tijd’, mits je het gevraagde diploma hebt. Bewijs van participatie om leerstof op een bepaalde manier toe te passen prevaleert boven gezond verstand en nieuwe, ‘wilde’ ideeën.
Ik heb ‘wilde’ ideeën, in plaats van goede ideeën. Het is precies dát zeldzame talent wat men pretendeert te willen, omdat ze ‘zo lastig te vinden zijn’. De lading draagt iets onzekers, iets oncontroleerbaars, iets onveiligs. Maar die wilde ideeën zijn interdisciplinair verenigd, geëxtrapoleerd, zelf geëvalueerd, al tien stappen vooruit in de uiteindelijke fysieke evaluatie en zorgvuldig aan de praktijk getoetst. Intuïtief handelen en meta-cognitief denken spelen daar een sleutelrol in, mits binnen de kaders van gezond verstand en veiligheid. Ik ‘zie’ het voor me… levendig! En dan begint de intense jacht op de bestaande kennis eromheen.
Afwijken van de norm als risico
Ik merk vaak genoeg wrange controverses in de opvattingen, perspectieven en normgeving. Dan ga ik graven, en teleurgesteld vind ik uit waar het eigenlijk op is gebaseerd. De leerhonger is intens, de nieuwsgierigheid groot! Het maakt dat ik waar ik relatief weinig van af weet in een gruwelijk tempo ontwikkel. Dit is bij veel hoogbegaafden niet vreemd, maar zelfs ernstig herkenbaar.
Jammer genoeg wordt dat vaak gezien als een ‘risico’. Iemand die kanker heeft gehad is ook ‘een risico’. Maar iemand die iedere week al rokend en zuipend barbecuefeestjes houdt en dronken de weg op schiet… dat leidt in ieder geval niet tot werkloosheid… totdat je gepakt wordt. Gelukkig is die kans klein en men is nog wel eens vergevensgezind. Een bedrijf starten en een project beginnen draagt óók risico’s en kost vaak nog veel meer aan investering. Een onderneming starten vraagt lef, maar dan toch blijkbaar ineens niet. Dit soort dingen worden op zo’n vraagmoment zelden in perspectief gebracht.
Hier lijken ‘professionals’ met een gevalideerde tunnelvisie tegenover de betrokken ‘hobbyistische dilettanten’ die het ‘gewoon weten’ te staan. Het moet geweldig zijn om de uitverkorene te zijn! Bewijsvoering is een legitiem middel, maar het wordt uit zijn context gehaald wanneer men niet openstaat voor andere invalshoeken. Ikzelf haal mijn inspiratie nog uit een troep kiezelstenen op een looppad. Men zou verbaasd zijn over hoeveel ik zag, filosofeer, redeneer, refereer, verklaar, abstract-analoog analyseer en al dat moois dat de grote geleerden ons probeerden te vertellen: alles wat begaafdheid zo begaafd maakt.
Ik ben zeker vóór het behalen van bepaalde diploma’s. Voor een chirurg, veiligheidsspecialist of toxicoloog vind ik dat zelfs cruciaal. En zonder normen als leidraad is het helemaal een zootje. Maar diploma’s behalen als bewijs van een copycatgedrag, ‘want die heeft dat zo uitgevonden’, is een bewijs van participatie, niet van begrepen semantiek. Het staat niet voor een eerlijke kans en ruimte krijgen tot expressie van dat talent… Daar ben ik dus géén voorstander van.
Voor wie de film Good Will Hunting heeft gezien: de conciërge of schoonmaker, een wiskundig genie, gaat op een gegeven moment een discussie aan met iemand uit de elite van de studenten.
Geen zelfverkozen communicatiestijl
Ik verkies overigens niet zelf die stijl van communiceren. Het is een fundamenteel aspect voor vele hoogbegaafden, laat staan uitzonderlijk en extreem hoogbegaafden. Als MBO’er geniet ik weinig geloofwaardigheid. Ik heb geen hoog IQ-testje om te overhandigen. Sterker nog: ik heb een online Stanford-Binet-test met een uitslag beneden het 16e percentiel (IQ 60-70). Maar als men eens wist wat ik wél allemaal wist, filosofeer en bedenk. En als men eens wist waar ik talent voor had… en ik ventileer dat vermogen… zou ik dan een eerlijke kans maken, denk je? Of moet ik geacteerd en met AI bewerkt keurig positief en geijkt glimlachend op een foto iets ‘interessants’ roepen, met zo’n ‘catchy’ standaard AI-vraag:
Tussen ideaal en systeem: Wat betekent inclusie écht?
Voel jij je ook …?
Herken je dit?…
Vind je dat …?
Dan volgen wat netjes geordende, geijkte raakpunten, die al 100.000 keer benoemd zijn. Ze zijn allemaal nét even anders benoemd, bij wijze van ‘creatief schrijven’. Het is een ware vervloeking voor mensen die écht kunnen schrijven, exclusief mezelf. Zie je wel? Ik wéét het heus wel… samen met talloze anderen. Alleen, dat is zo niet ‘mij’!
Uit alle meer dan 50 bladzijden aan sollicitatieacties en door alle werkgevers in mijn carrière heen, is maar één keer inhoudelijk gevraagd waarom ik mijn opleiding niet heb voltooid. Was het soms de penibele situatie waar ik thuis in zat? Het gebrek aan geld, waardoor ik alles zélf moest ophoesten voor een dure opleiding? De sabotage door pestende klasgenoten? Dat ik kapot werd gediscrimineerd? Of extreme situaties, zoals intense mantelzorg, die het zo goed als onmogelijk maakte om een voltijdopleiding te doen?
De kans krijgen
Het rare is, dat als ik mijn verhaal vertel, ik veel herkenbaarheid en erkenning vind. Maar de kans krijgen bij degenen die het voor het zeggen hebben… dat is een tweede! Het sollicitatietaboe blíjft:
Gij zult nooit kwaad spreken over uw werkgever. Nooit zult gij vertellen dat een toxische werkomgeving, micromanagement en subtiele, maar vooral slopende en hypocriete vormen van discriminatie de werkelijke redenen waren voor uw vertrek! En gij zult ook niet over uw neurodivergentie vertellen als deze heel erg bijzonder is, mits deze wordt verpakt als een bescheiden: ‘Ik ben autistisch, heb ADHD of de andere grote bekenden, en ik heb problemen’. Zelfs dan meer dan gemiddeld niet.
Spreek vooral niet in termen van begaafdheid. Dat wordt in vele opzichten nog gezien als een maatschappelijk equivalent van arrogantie. De weinigen die het wél weten te verkopen, zien al gauw de werkelijke bedoelingen van de vacature in. Het is niet zo gek dat mensen ‘downsizen’. Het is niet zo gek dat er schaamte en extreme voorzichtigheid heersen bij het naar buiten treden over begaafdheid.
Waar een analytisch, detaillistisch persoon wordt gevraagd, wordt getransformeerd in een soort:
We hadden dit wel voor ogen, maar zó….dat niet. We zoeken toch meer een generalist.
Newsflash: dít zijn pas échte analytische vaardigheden! Is die conclusiewaarde eenmaal toegekend als een harde computervariabele, kun je praten als Brugman. Je kan zeggen dat je het beide kan zijn. Maar je weet van binnen dat het een verloren strijd is. Het resultaat: de dank voor de tijd, eerlijkheid en openheid. Het was een goed en serieus gesprek. Aan enthousiasme, kennis en kunde ligt het niet, maar ze zijn bang dat ik dan niet gelukkig wordt. En misschien hebben ze nog gelijk ook.
Charismatisch solliciteren
Maar zijn er dan geen doorgroeimogelijkheden, zoals in de vacature stond? Ik ben er niet om je plaatsje in de hiërarchie te veroveren. Ik wil gewoon participeren, iets betekenen! Hoe moeilijk kan het zijn?! Blijkbaar heel erg moeilijk. Gelukkig maar, ik ben profoundly gifted (extreem hoogbegaafd), dus ik heb méér dan zat intellectueel vermogen om dat probleem op te lossen, aldus het onbesproken stigma. Ook zo’n dooddoener.
Doorgroeimogelijkheden betekent: doorgroeien is mogelijk (maar niet gegarandeerd), mits jij je precies conformistisch opstelt in de cultuur die je niet van te voren kent. En wanneer de zwaarwegende vraageisen in de vacature, daadwerkelijk door een zeldzaam talent wordt bezocht, wordt hij of zij niet zelden aan de kant geschoven. Het geeft een bittere nasmaak aan ‘gelijke kansen voor iedereen’. Want als je écht bijzonder talent zoekt, valt dit per definitie buiten het normale. Dan zóék je gewoon geen mensen die ‘normaal’ zijn.
Vaak komen deze zogeheten ‘spike-profielen’ niet zo denderend uit de bus als het gaat om charismatisch solliciteren, het precies kunnen vertellen wat ze willen horen, wanneer je de cultuur lang niet altijd van tevoren kent. Het is ook een vorm van kunst, dat zeker! Maar authentiek aan het eigene, passend bij je vaardigheden, waardoor een langdurige werkrelatie wordt gewaarborgd… dat is het helaas lang niet altijd. Als dát niet in je zit, kan je kennis hebben en oefenen wat je wil. Het dan disproportioneel zwaar te zijn om een felbegeerde kansje in de maatschappij te veroveren.
Dan maar voor jezelf beginnen? Niet iedereen verkeert in die luxe besluitpositie. Dan wordt de kans groot op het ondernemen uit statement en een soort wraakzucht, in plaats van passie: iets te moeten bewijzen. Maar dát is nu de paradoxale ironie: je hóéft niets te bewijzen!
Uitzonderlijk en extreem hoogbegaafden
Het valt me op dat veel uitzonderlijk en extreem hoogbegaafden (EPG’ers: exceptionally & profoundly gifted) die wél werk hebben én de opleiding, het behoorlijk zwaar hebben. Ideeën die misbruikt worden, gebrek aan sociale acceptatie, ondermijning van kennis en kunde, gebrek aan ruimtelijke ontwikkeling: het zijn slechts enkele voorbeelden. Het wordt dikwijls gezien alsof het niet genuine is. Want hóé zit het met iemand met een IQ van 180+? Of iemand die het specialistische talent bezit van een savant-autist, én met de snelheid van een ADHD’er, en dát nog eens diep complex op meerdere vlakken?
Een hoge prijs wordt betaald voor de hooggevoeligheid en kwetsbaarheid. Een beetje zenuwen wordt al gruwelijk intens doorvoeld, alsof je voor het eerst optreedt in een stadium van 50.000 man. Het kan je doen stotteren en dichtklappen. Of het is iets waardoor je juist intens ineengedoken zit, juist ómdat jij die begeerde positie zo graag wil hebben. Dan ‘moet je maar je emoties onder controle krijgen’. Succes daarmee!
Trucjes
Als je dan wél zo assertief bent, wordt je conformistisch-retorisch gemaskeerd en met omgedraaide psychologische trucjes geconfronteerd, zodat jij de onredelijke, de rare of de onprofessionele lijkt. Maar veel organisaties benoemen dat niet, want anders schenden ze hun eigen gedragscodes, waarin ze erkend zijn. In plaats daarvan nodigen ze niet uit en zeggen ze:
Dank voor uw reactie en interesse in onze vacature en organisatie! Wij hebben veel enthousiaste reacties van kandidaten ontvangen. Op basis daarvan hebben wij een zwaarwegende en zorgvuldige selectie gemaakt. Dit was een zeer moeilijke keuze, maar we hebben besloten dat u net niet genoeg aansluit bij de vacature. Schroom je vooral niet om op andere vacatures te solliciteren. Ook als uw ervaring of opleiding niet meteen aansluit.
Zelfs niet-begaafden zien dit meteen als een diplomatiek verkapte drogreden om het eigenlijke punt onbespreekbaar te houden. Bij de vraag waarom: geen antwoord. Bij de enkele keer dat dit wél het geval is:
U mist het vereiste diploma/uw werkervaring is onvoldoende.
Ik kan werkelijk een heel boek volschrijven over de contradicties die men daarmee schept, geschreven vanuit eigen hands-on-ervaring!
Uit wiens mond komt het?
Toen Macintosh-Apple ongekende successen had, zei Steve Jobs:
It doesn’t make sense to hire smart people to tell them what to do. We hire smart people to tell us what to do.
Deze uitspraak kreeg meteen 1000+ likes het volgende uur. Zeg ik dat, dan hoor ik:
Steve jobs is er door zijn eigen bedrijf uitgegooid en jij bent Steve Jobs niet.
De uitspraak:
The intuitive mind is a sacred gift and the rational mind is a faithful servant. We have created a society that honors the servant and has forgotten the gift. (Een intuïtieve geest is de allerhoogste gave en het rationele brein is een trouwe dienaar. We hebben een maatschappij gecreerd die de dienaar eert, maar de gave vergeten is.)
…wordt vaak aan Albert Einstein toegedicht en op sociale media meteen wijs gevonden, want Einstein zei dat en hij had een IQ van 160+. Maar de uitspraak blijkt niet van hem te zijn. Waarschijnlijk is het een uitspraak van Bob Samples, die een stuk minder bekend is. Zeg ik zoiets, dan hoor ik:
Waar is je wetenschappelijk onderbouwde bewijs van dit?
En dan durft men dit statement direct te bediscussiëren. Als ik het heb over wie echt aan de basis staat van revolutionair of uniek onderzoek, voor wie de geleerden direct zonder twijfel buigen, zijn dat in alle ironie precies die masters of art die mij ‘zien’. Dan denk ik: wat hebben we een hoop te leren!
Het goede nieuws: jullie zijn zeker niet alleen. Jullie zijn gezien, gevoeld en gehoord!
Geef een reactie