LONGREAD

Ik groei op in het dorp in de baai van mijn geboorteland. Mijn omgeving ken ik door en door. Ik ken mijn plaatsen en mijn stekkies. Niet alles is altijd even fraai. En keer op keer dezelfde pracht wordt uiteindelijk saai.

Het verlangen om mezelf te ontdekken wordt alsmaar groter. Anderen verklaren mij voor gek. Maar ik weet diep in mijn hart: ik hoor hier niet. Ik bén die anderen niet. Ik deel niet dezelfde ambities, noch hetzelfde gedachtegoed. Ik wil wereldrijk zien, wat ik ook op mijn pad tegenkom! Het is het risico dat ik móét nemen, anders zal ik mezelf nooit ontdekken.

De reis naar authenticiteit

Zelden is de reis naar authenticiteit een gemakkelijke. Ik zal nooit meer dezelfde persoon zijn. Maar ik heb dan wél een verhaal te vertellen! Daarom verlaat ik mijn thuishaven in mijn zelfgemaakte papieren boot vol gedachten en gedichten. Ik verdwijn achter de horizon. Voorwaarts achter de zon en de maan. Met wat geluk, verder…

In de kolkende zee des wanhoops drijf ik verloren en doelloos rond op mijn papieren boot. Maar papier wordt week en de geschreven woorden vervagen. Er is niemand die mij helpt, zoekend naar het kompas dat me naar mijn bestemming voert. Maar wáár is mijn bestemming eigenlijk? Wát is precies mijn bestemming? Ik zoek een antwoord op de vragen die ik mezelf stel. Verwar ik dit dan niet met een doelstelling?

Ik voel me ongelooflijk verloren. Ik raas wild, als de storm. Ik bén mijn eigen storm. Ik ben uitgeput en dreig te verdrinken. Het heeft geen zin me te verzetten, dat kost teveel energie. Ik laat me voeren naar waar de wind en water mij brengt. Ik spoel aan, het water gaat over in het zand. Ik sta op en start mijn échte reis. De eerste voetstap van een mars der miljoenen passen.

Het kruispunt

Daar, in de verloren vlakten van de woestenij. In een eindeloze woestijn, een onvruchtbaar landschap getekend door eeuwenlange veranderingen der aarde, sta ik moe en uitgedroogd op een stoffig kruispunt. Aansluitend op de lange rechte weg waar ik vandaan kwam, was mijn richting altijd bekend. Een dorre omgeving, een verlaten houten huis dat al decennia is beroofd van haar bewoners.

De enige verandering is het langzame verval door de rusteloze, gortdroge wind in de schrijnende, wolkeloze zon. De wind, die vreemd genoeg het geestverlaten, het oneindig uitzichtloze ijselijk en ijskoud benadrukt. De andere paden, half bedekt door het vruchteloze zand, voorspellen een onzekerheid. Waar zullen deze toe leiden? Een mogelijke verergering van de situatie? Of een stap in de goede richting van mijn levensreis?

Het tafereel belooft in alle opties niet veel goeds; het maakt me onzeker. Welke kant ga ik op? Ik mijmer over mijn keuze, maar ik realiseer: als ik nú niet kies, kom ik ook niet verder. Ik kom al zó enorm van verre. Opgeven is een keuze zonder optie. Alles zou voor niets zijn geweest. Ik schuil voor het snijdende zand, tot mijn gedachten zijn uitgekristalliseerd. Tot ik eindelijk de moed heb verzameld om door te gaan.

Een gefragmenteerde eenheid

Ik sta in de tocht van een lege, donkere kamer dat bijna afgesloten lijkt van het zonlicht. Waar eerst leven was, is nu nog maar een geheugen. Een strelende, luwende tocht door de stoffelijke resten van de beschermende gordijnen en hun subtiele gepiep aan de roede, kondigen een zekere stilte aan. Die maant de gedachten naar de échte ruimte, met alle tijd voor relativeren, zonder kijkers en juryleden uit het dagelijks leven. Anoniem ga ik een uitnodigend, maar ook een noodzakelijk intens gesprek aan met mezelf.

Nee, nee, nee géén zelfmedelijden! Maar wél een lijden dat aandacht vraagt. Zij vraagt al jarenlang ongehoord om troost en begrip, waar ze het van haar omgeving niet kreeg. Ik besef: zij kreeg het na al die tijd het ook niet van mij. Natuurlijk! Na eindeloze smeekbedes zou ik ook verbitterd zijn! Zoals gebroken glas van een spiegel, waarvan de segmenten door een geweldige val verbrijzeld in huis liggen. Daar, op de vloer… in de lege kamer. Geen eenheid, door versplintering gescheiden. Zij getuigen van de sporen van een leed, diep doorleefd. De overgebleven scherven zijn grijs van verwaarlozing, waar de regen tegen de ramen niet meer in staat is om de mooie verhalen te vertellen op een neerslachtige dag. Zij zijn nu een symfonie van de melancholie van verloren kansen en verwaarlozing.

Ik zie mezelf gefragmenteerd terug, net zo gebroken en ongelukkig. Het ís confronterend… en reflecterend. Misschien nog wel krachtiger in haar potentie dan toen de spiegel nog heel was.

Ergens vormen de scherven de behoefte om weer een eenheid te vormen. Misschien als een kunstwerk, als een bewonderenswaardige versie. Eindelijk, eindelijk, ein-de-lijk gezien als pracht in wat zij al die tijd al behuisde. Anders dan toen de spiegel nog heel was, maar niet minder fraai.

Gedachten krijgen de vrije hand. In het hier en nu is de vrijheid van gedachten dáár! Waar gedachten anders verstikt werden, krijgen ze nu de ademruimte. Maar voor ik écht vrij kan zijn, is er eerst de pijn: zij claimt nú haar bestaansrecht op, op haar zeldzame en kostbare gelegenheid, gevoeld als de enige kans, geprikkeld door de vloek der duizend naalden.

Laat het los, nu. Laat het eruit. Laat het allemaal gaan…

Het is oké om te haten. Het is oké om boos te zijn. Het is oké om te huilen. Je bent alleen en ik haat mezelf daarom! Je zou me ook moeten haten. Ik had je moeten zien. Maar hoe kón ik je zien als ik mezelf niet kon zien, zo stuurloos en zoveel jaren later? Zoveel jaren, keer op keer, kans op kans, zoals lentes die steeds vruchteloos in herfst veranderden. Het spijt me zó erg, maar de woorden vallen uiteen voordat ik ze kan uitspreken. Ik accepteer mijn boetedoening, mijn noodlottige vonnis… maar weet dan alsjeblieft: mijn intenties zijn oprecht. Het heeft nimmer tot doel gehad jou te treffen.

In het alleenzijn ben ik totaal vrij om eindelijk in te storten. Ik kan mezelf niet staande houden, het overweldigt me. Ik voel me door mijn knieën naar de grond zakken, terwijl ik al tranende krampachtig in elkaar kruip, als stof door mijn handen heen, op de grond vallend. Ik laat een intens verloren slaak van pijn, spijt en verdriet. Ik ben een ruïne, een puinhoop in puin. Nú ben ik pas écht klaar om te herrijzen.

Ik kijk naar buiten. Het leven gaat snel voorbij, geen acht slaand op het hier en nu in deze kamer, waar het leven elders de kans zou krijgen om heerlijk wakker te worden in het ochtendgloren, of wellicht weer een veilige thuishaven zal zijn voor een pasgeboren kind. En toch, door het universum van de paradox des levens heen, werd de ruimte gebombardeerd tot dé aangewezen plaats: als een statig symposium, een decor voor grootse doelen en epische gedachten. Maar de onzekerheid knaagt aan wat te verwachten. Hier blijven is geen optie. Verdriet moet je niet vermijden. Het heelt.

Het is tijd om te kiezen

Ik kies een doel, ik kies een pad. Een keuze zonder opties. Niet langer zal ik mijn zelfvertrouwen af laten hangen van spitsvondige opinies, de norm en de conform: wetenschappelijk verantwoorde criteria en de afwijzingen van een systeem dat eerlijkheid aanmoedigt, maar niet eerlijk ís. Ik claim mijn blauwdruk en laat de havenloze dwaler gaan. Hij is de populaire criticus die altijd zei:

Je kan het toch niet. Je bent niet goed genoeg. Je bent niets waard.

Het oordeel was altijd schreeuwend en honend aanwezig. Nu is het slechts een stil gefluister. Tranen vloeien door het leed dat eindelijk de échte aandacht krijgt. Zij vinden een weg naar de oppervlakte, waar de overtollige energie van pijn en stress eindelijk weg wassen met de tranen die de grond raken.

En dan zie je het: je hebt een geheime koers ontdekt, je hebt de sleutel in je eigen handen.

Niet vruchteloos ouder worden

Ik bevind me in een bos. De bomen staan kaal in de kille ochtend, half verhuld in een zijden wade van mist. Ze delen het leven, maar zien er grauw en vertekend uit. Ze vertellen ieder een eigen verhaal, net als ik. Ik zie herkenning, maar geen identificatie. Ik wil verder, maar een onzichtbare kracht houdt me vast, een entiteit van vertwijfeling wellicht. Deze entiteit biedt een valse veiligheid, een compromis, alsof ik op één of andere manier word afgekocht, wetende dat het bos er in de zomer fraaier uit zal zien, maar nog steeds niet uniek. Immers zal dat opnieuw vergaan. Herhalend, gestript van alle originaliteit. Nee, géén prettige gevangenschap, tot gewoonte en ouderdom het hebben geaccepteerd… mijn kostbare levensjaren vergaan dan volkomen in spijt: had ik het maar gedaan!

Ik sta niet langer toe dat ik vruchteloos ouder word tussen de bladloze bomen. Ik héb een keuze. Ik kies voor het leven, maar niet zó. Ik merk dat ik niet alleen ben. Ik word gezien. Alsof de bomen het verhaal fluisteren:

Ik hoor je, je bent zeer zeldzaam. Uniek, eigenlijk. Ik begrijp je, het komt allemaal goed! Ga! Nu het nog kan. Ik heb alle vertrouwen.

Niets houdt me tegen… en toch blijf ik staan. Ben ik niet te egoïstisch? Heb ik zélf dit vertrouwen wel? Ik merk onzekerheid op. De eerdere onzekerheid die mij bijna verdronk. Maar dit keer heb ik niets te verliezen, dus ik dúrf. Het doet me verdriet om alles zo achter te moeten laten. Ik weet de weg terug niet meer. Ik wil ook niet meer terug, maar ik ben verdwaald. Zoveel tijd en energie kostte alles. Mijn pogingen leken tot nu toe tevergeefs.

Niet langer tevergeefs

De bomen zijn platgewalst, de Aarde bruut misbruikt door de wereldproblematiek. Haar rijkdommen zijn veel te vanzelfsprekend en te veel voor lief genomen. Mijn zicht is helder, mijn geweten is rein. Maar ik weet: ik kan me nimmer meer beroepen op deze plek. Dus ik vertrek en hervat mijn reis. Gedwongen en gedreven, hopelijk in de goede richting. Hopend dat we eens een keer aardiger moeten zijn voor elkaar.

Mijn doel staat vast, mijn visie is duidelijker dan ooit. De sleutel is gezien, ik houd ‘m sterk vast. Ik móét er komen. Ik zál er komen! Gij zult geen angst voelen om dé waarheid te volgen. Nee, niet in mijn eigen perceptie, noch dat van de ander. Ik volg, in autonome wijsheid en met ijskoude vastberadenheid. Bereik ik dat wat ik zoek? Wie weet…

Ik accepteer dat ik het niet accepteer. Ik accepteer de uitkomst, wat die ook moge zijn. Maar dit keer wél op mijn eigen voorwaarden, door de zelfbewuste invloed heen. Ik bevecht zonder haat en woede. Ik leg bloot zonder rancune, maar wél de ogen openend en met mijn ogen geopend. Er zijn altijd wezens en zielen die het slechter hebben. Nee, ik neem niks meer als vanzelfsprekend aan, maar ik confronteer wél waar nodig.

In dit laatste uur,zal ik gaan waar niemand zich waagt. Vol moed én angst, waartegenover ik niet langer vijandigheid ervaar. Ik betreed de onbekende terreinen en ongerepte natuur van mijn denkbeeldige landschap. De architectuur en creatie is aan mij om te beslissen. Niemand kan dat afnemen of afbreken. Hier ligt mijn veerkracht. Daar vind ik mijn rust en mijn thuis.

Wij steunen jou. Steun jij ons ook?

NU DONEREN

© Tekst Mike Kruimel | Redactie Alice K. Burridge van Green Writing | Beeld via Unsplash | Stichting Hoogbegaafd!