Niets tegenstaand open. Je kent jezelf niet anders. Je mist een filter, een rem, afweer, afstand: omdat je met gevoel kijkt naar de wereld om je heen. Hoewel het je perceptie enigszins vertroebelt, vergroot het je fijngevoeligheid in het kwadraat. Je weet ook niet zeker of je daadwerkelijk iets ‘mist’. Je hunkert wel eens ongefilterd naar die filter, maar dat smachten lijkt toch intenser dan een enkelvoudig missen.

Onwelwillende gedachten, stroeve emoties, te subtiele gevoelens om woord aan te geven, om in daden om te zetten. De omgeving absorbeert je, je zuigt je omgeving op. Je leeft binnenstebuiten, bent een extraverte introverteling. Als dit het leven is, wat betekent het dan om mens te zijn?

Als klein menswezentje leek het een voldragen besluit: hoewel het pijn doet, wil je voelend door het leven gaan. Alleen zo kent dit leven zingeving. Een klein voorval leek zomaar een grotesk drama: niet altijd gemakkelijk te verwerken, maar wel boordevol zingeving. Jarenlang zou je leren om met deze pieken en dalen – die we als positief of negatief uitsluiten – om te gaan. Om ze te integreren in een persoonlijkheid die je niet meer af zou doen als vat vol tegenstellingen, maar die je erkentelijk zou zijn als bakermat van levensvierende contrasten.

Ze noemen je ook wel ‘hoogsensitief’. Oh ja, jij zeker! Altijd al gevoelig geweest, een prins op de erwt, een boerin met kiespijn, een schuchter, dan weer luidruchtig typje.

Je rekent je eventjes rijk met een wetenschappelijk verantwoorde identiteit. Hoogsensitief gaat de boeken in als biologisch erkende variant. Zucht, opgelucht. Jouw staat van Zijn weerspiegelt zich in een hersenscan. Gebiologeerd kijk je naar de beeldvorming, om je vervolgens af te vragen wat dit mensbeeld doet met ons begrip van complex mens-zijn. Hoogsensitief, is dit de optimale differentiaaldiagnose van de gemoedsbewegingen die je binnenwereld opmaken?

Je weet niet of een duiding als hoogsensitiviteit een eervolle vermelding betaamt of een gemakkelijke manier is om de complexiteit van het leven en de wereld te reduceren tot een individueel probleem. Je twijfelt en dat zegt eigenlijk al meer dan genoeg; er is meer.

En gezien je grote, kwetsbare, tot aan neurotische verantwoordelijkheidsgevoel, heb je geleerd verdacht veel op te letten zodra “het individu” tot voldragen verklaring van relationele kwesties wordt getemd.

Je wilt niet zozeer wetenschappelijk verantwoord zijn, je wilt leren om intens te durven leven! Is daar een Latijnse term voor, is er een oude wijze man die daar citaten over uitdeelde, zijn er boeken die deze lustvolle levenshouding tot recht verheffen?

Dat moet jouw slogan zijn. Intens Durven Leven. Daar vaar je goed op. Intensiteit, niet zozeer als kwalificatie, als persoonlijkheidskenmerk, zelfs niet als synoniem van instabiliteit; intensiteit als een gegeven van leven waar jij je natuurlijkerwijs toe aangetrokken voelt.

Er zijn ontelbaar veel prikkels om in je op te nemen, te herkauwen. Om te verwerken, om transformatief eigen te maken, om te herordenen tot een wereldbeeld dat je bekend is én een wereldbeeld dat je nieuwsgierigheid blijft aanwakkeren.

In niets ontmoedigd is er toch die intense wens om geraakt te worden. Kom maar op! Om te doorvoelen wat dit Leven je te vertellen heeft in talen wiens vocabulaire je nooit in hun geheel zal leren spreken noch ontleden, wiens doorzicht je meer verlangt dan je ooit volledig zal belichamen, wiens zeggenschap je wilt overmeesteren en waar je je keer op keer met toegenomen eerbied aan overgeeft. Zo spreekt het Leven: intens!

Ze noemen je prikkelbaar, maar jij neemt vooraleer een overprikkelde wereld waar. Intensiteit is overal, het is bewustzijn dat haar belicht als, dat haar differentieert tot een zelfstandig, eigenlijk ook vereenzaamd gegeven. Maar ze staat nooit op zichzelf; intensiteit staat nooit los van haar waarnemer. Liever beweeg jij naar de waarnemer toe, opdat je de waargenomen intensiteit kan opnemen in je eigen bewustzijn van al wat er mogelijk is, van jouw en ons ontwikkelpotentieel. Je bent geen slachtoffer van intensiteit, zij is niet de boosdoener.

Liever leer je met haar dansen, soms leidend, net zo vaak volgend.

Was je van jongs af aan bij de hand genomen, begeleid in hoe de entourage aan prikkels je binnenste bekleden met vragen, twijfels, lust en afkeer, zou je dan gemiddeld gevoelig zijn geweest? Zou je dan bij elke gevoelsuitdaging wijselijk je plek op een meditatiekussen innemen en daar je galopperende gedachten als fictie aanschouwen? Of zou je zonder innerlijk verzet geloven in een sprookje over gemiddelden, om er pas veel later achter te komen dat je ervaringsgewijs meer dan een optelsom bent? Had het uitgemaakt, vroege psycho-educatie, aandacht voor je ziel en zaligheid? Je meent van wel, maar je weet ook: daarmee blijft leven alsnog een hoogst beweeglijk gegeven.

Liever omarm je de fenomenologie van intens mens-zijn: om dit als wijsheid te verkondigen, zelfs aan toekomstige generaties mee te geven, opdat zij hun levenservaring niet tot een label herleiden, maar als zinderend proces stroomlijnen, hun diepste waarden eruit opdiepen en uitlijnen via woord en daad.

En een beetje klungelen, niets-moeten, intens Zijn. Een gedeeld schuitje herkennen, zelfs in de progressie die zij hoogmoedig bij zichzelf zullen prijzen.

Ze noemen je geregeld een gedreven aparteling, jij claimt jezelf een openhartige aardeling. Ze bekrachtigen je onderscheidend vermogen (typisch jij!), jij ziet de conflicten waar ieder mens op eigen wijze mee worstelt terug in je eigenaardigheden. In je eigen aardigheden. Opgediept uit je allerpersoonlijkste ervaring, ben je uitgerust met bovenpersoonlijke inzichten. Dat is geen hoogmoed, maar diepmoed.

Ja, je was altijd al anders omdat je op jonge leeftijd zag dat iedereen anders is.

Omdat je wist dat de waan van de dag veelal bestaat bij de menselijke behoefte zichzelf, diens wereldbeeld en overtuigingen bevestigd te zien worden in de rechtvaardigingen (niet eens acties) van de prekende ander. Je bent het liever en met een lieve toon oneens, vooraleer binnenin jezelf, zo de ander de tijd en ruimte gunnend het tegendeel van diens overtuiging in zichzelf in zicht te krijgen.

Als kind vroeg wijs en als ouder te lang jong; zo leef je het Leven op z’n kop, met het besef van dood en vergankelijkheid als existentiële gids in je keuzes voor het leven, in de draaglichte ja’s tegen het leven. Opdat je vroegtijdig weet wat er werkelijk toe doet, en juist daarom beseft geen snars zeker te weten.

Ze noemen je een oude ziel, jij weet: dat is omdat ik mijn geest verjongend laaf aan de wijsheid van mijn lichaam, aan de magische samenwerking van een zelftranscendente gemeenschap en een denkbewustzijn dat haar tijd durft te nemen om piekende emoties en puntige gedachten tot een subtiele gevoelswereld te vermengen. Ze noemen je een oude ziel en jij weet: dat zijn projecties van hun ontwikkelpotentieel.

Je zoekt met avontuurzin naar het directe oogcontact met je vreemde buur, wilt daar onomwonden in berusten, precies als de excellent getimede stilte tussen twee tedere tonen, die tezamen een zoet akkoord vormen.

Ze noemen je een Heel Lief Mens, en jij meent dat wat voor lief doorgaat een weldoordachte, aan het leven beproefde, niet meer dan logische levenshouding betreft. Fier, woest en kortdurend fel van aard, als het moet. Onbenullig en onwetend, want zelfbevestigend en door tijd en ruimte beperkt.

Ja, je bent Intens Mens. Niet omdat jouw intensiteit de norm verloochent, een met vlag en wimpel sociaal gere-integreerde “te” impliceert of zelfs het apart benoemen waard is… maar omdat het Leven intens is, en jij dus ook! Wie niet?

© Tekst Lotte van Lith van A Lot of Complexity | Redactie Alice K. Burridge van Green Writing | Beeld Seth Matahelumual van Epicart | Stichting Hoogbegaafd!