Bob heeft sinds kort zijn droombaan gevonden. Hij is treinmachinist en vindt dat geweldig. Elke dag gaat hij van het ene station naar het andere met een reuzevaart, en ziet hij het landschap voorbij zoeven terwijl hij na kan denken over de zin van het bestaan.

Bob is een heel goeie treinmachinist. Nooit komt hij te laat. Hij is ook altijd vriendelijk naar zijn passagiers. Hij maakt grapjes via de intercom.

“Dames en heren, deze trein stopt vandaag niet in Groningen. Morgen ook niet overigens. Dit is de trein naar Maastricht!”

Hij kan niet horen of de mensen lachen, maar hij heeft lekker lol zo in zijn eentje.

De mensen die vaak met de trein gaan kennen Bob.

“Goedemorgen Bob, hoe gaat het?”, zeggen ze.

“Als een trein!” zegt Bob dan.

De mensen vinden zo’n grapje leuk. Verder moet het ook niet gaan. Met een glimlach kan Bob zijn deur dichtdoen en de trein, zijn trein, in gang zetten.

Bob is nog niet zo heel lang treinmachinist, want vroeger wist hij nooit wat hij wilde doen. Hij had van alles geprobeerd: bankmanager, violist, behanger, hartchirurg, prins carnaval, docent en zelfs een week als sumoworstelaar, maar dat was een foutje. Het leek hem wel geinig, maar dat werd niets.

Het probleem met Bob was dat hij alles leuk vond en ook vaak snel ergens goed in was. Maar als hij dan ergens mee bezig was, was hij ook altijd weer snel verveeld. En hij vond het moeilijk te werken met mensen die alleen maar dat ene ding konden of wilden. Ze namen alles altijd zo serieus, terwijl het toch zo simpel was.

Op een gegeven moment werd Bob er zelfs een beetje moedeloos van. En toen hij het weer eens had geprobeerd, een paar maanden als microbioloog bij de Albert Heijn, werd hij er zelfs erg moedeloos van. Zo moedeloos dat hij tegen zijn gezin zei:

“Dit moet anders!”

Daar schrokken ze wel even van.

En Bob heeft doorgezet. Hij is gaan doen wat hij als klein Bobje altijd al wilde. Treinen besturen. Hij durfde dat vroeger nooit te zeggen, want hij was altijd zo slim en kon zo veel bereiken. Nu begrijpt hij dat slim zijn alleen daar niets mee te maken heeft. En dat het er vooral om gaat wat je zou willen bereiken.

Dus nu is Bob slim en gelukkig in zijn trein. Bob de machinist. Het ritme van de wielen over de rails, het landschap om hem heen, het vooruitsnellen en de eenzaamheid in zijn cabine geven hem de rust in zijn hoofd om zich goed te voelen en lekker te kunnen denken. Over van alles en nog wat. Hij verveelt zich nooit.

Wij zijn blij voor Bob.

© Tekst Martin van Elmpt van Ze Leve Hoog | Redactie Alice K. Burridge van Green Writing | Beeld Seth Matahelumual van Epicart | Stichting Hoogbegaafd!