Ik wil wat zeggen over hoe het is om heel erg hoogbegaafd te zijn.

Mijn hoofd schakelt eigenlijk elk moment. Ik kan het gaan hebben over de oneerlijkheid van extreem hoogbegaafd zijn. Ik kan het hebben over hoe naar het voelt dat de samenleving je zowel gericht als ongericht in een mal wil duwen. Wat over mijn theorieën over existentialisme? Alle ideeën die ik wil uitwerken? Tot in het diepste over mijzelf, mijn hobby’s, mijn interesses? Eigenlijk is alles mogelijk.

Maar nu ik dit schrijf, komt er een gedeelde noemer tussen de onderwerpen. Ik heb te weinig aan de entropie van woorden. Er zijn momenten dat ik ga ‘denken’. Ik zie dan in de spanne van een seconde enorm veel plaatjes, verbanden, gevoelens en sensorische zaken voorbij flitsen. Ik zal ze voor nu maar omschrijven als ‘visies’. Voor ik een woord uitgesproken heb, is er alweer een eeuwigheid voorbij en pak en beet zo’n 20 ‘visies’. Ik voel me een chopper rapper die moet communiceren via morsecode. Iemand die zijn levensverhaal moet vertellen door te knipperen. Soms gaan mijn ‘visies’ zo snel, dat iemand mij nieuwe informatie kan aanreiken en het voor mij op dat moment al voelt dat ik het eigenlijk al heel lang van tevoren wist.

Ook verwerk je razendsnel dingen uit de omgeving. Je ziet alles gebeuren, intern worden de gevoelens van mensen op lichtsnelheid gespiegeld en ook neem je je omgeving heel snel op. Toch komt die informatie voornamelijk niet uit woorden.

Woorden zijn een interessante en ook wel waardevolle manier om de informatie in mijn brein over te brengen naar hopelijk dezelfde informatie in jouw brein. Soms heeft de lijn wel eens ruis. Soms is de bandbreedte over het kanaal (woorden), niet groot genoeg. De ander heeft altijd een maximale verwerkingscapaciteit. Voor mij is die van de ander extreem vaak kleiner. Wat doe je dan?

Als programmeur, eventjes met een beroepsdeformerende blik, ga je je data comprimeren of je data herorganiseren. Dat zal niet altijd betekenen dat je alles zomaar over de lijn kan gooien. Je wilt namelijk X bytes data communiceren op een kanaal die Y bytes per seconde (lees: bitrate) kan verwerken. Je kan je bytes verminderen met compressie (zoals we .zip bestanden kennen), tot op een bepaalde hoogte. Je loopt er namelijk tegenaan dat er een wiskundige limiet is op hoe klein je dingen kan maken (Entropie, informatietheorie). Je kan een ‘woordenboek’ met de ander opbouwen met gedeelde kennis en termen. Met een groot genoeg ‘woordenboek’ bij de ander kan je er nog wat aan doen, maar het zal altijd een uiteindelijke limiet hebben. Je kan er ook voor kiezen om bepaalde data dan niet mee te nemen in je compressie, ofwel weg te gooien.

Daarbovenop zijn er nog meer problemen. Je zal vaak data missen. Er is kans dat data verkeerd overkomt. Het is eigenlijk enorm lastig om überhaupt je boodschap over te brengen aan iemand anders terwijl je de integriteit en de correctheid van de boodschap waarborgt.

Het blijft een pijnlijke realisatie dat net zoals met comprimeeralgoritmen je data op een gegeven moment niet meer kleiner kan worden. Dat je niet meer kan optimaliseren zonder een ‘woordenboek’ op te bouwen. Als je dat weer terugvertaalt naar menselijke relaties betekent dat voor mij eigenlijk heel veel. Bij een gigantisch deel van de mensen zal ik heel veel data moeten weglaten. Het is onmogelijk voor mij om alles over te brengen wat ik wil en kan overbrengen. Zelfs het bouwen van een ook maar lichtelijk efficiënt woordenboek zal enorm veel tijd en energie kosten.

Bij sommigen speelt dat een stuk minder. Dat is enorm fijn. Dan hoef ik me minder te focussen op mijn ‘woordenboek’ en kan ik mezelf sneller en makkelijker uiten. Dat heeft een zeer sterke correlatie met hoogbegaafde mensen. Zij hebben immers een grotere bitrate en dan kan ik meer data over de lijn sturen. Bij iedereen is het weer anders. Het is verfrissend als je niet vooral met comprimeren/weglaten bezig bent, maar gewoon even écht je boodschap kan overbrengen. Iedereen heeft een eigen bitrate (hardware) en woordenboek opgebouwd (software). Net zoals ik die heb.

Ga ik ooit iemand vinden met matchende of complementerende dictionaries met een bitrate groter dan of gelijk aan de mijne? Kan ik ooit mijn ‘visies’ op lichtsnelheid gaan delen? Misschien heb ik die mensen al gevonden. Misschien kijk ik eroverheen of zijn mensen al te erg aan het matchen aan de mijne. Het voelt hoe dan ook donders eenzaam als je er te lang bij stilstaat. Ik hoop dat we daar ooit nog andere middelen voor vinden dan spraak/geschrift.

Ironisch hè, lieve lezer? Dat je dit gecomprimeerde verhaal in woorden mag lezen? Dat we toch stiekem een klein woordenboekje met elkaar hebben opgebouwd?

– Marcel

© Tekst Marcel Visser | Redactie Alice K. Burridge van Green Writing | Beeld Corrie Grupstra van Byldwurk | Stichting Hoogbegaafd!