De Bhagavad Gita is een spirituele tekst die hoort bij het hindoe√Įsme. Een van de meest fascinerende dingen die ik in de Bhagavad Gita las handelde over intelligentie. Jawel, intelligentie wordt in deze eeuwenoude tekst benoemd. Het was me wat vreemd omdat ik nooit eerder op deze manier over intelligentie heb horen spreken (of lezen), maar later viel het kwartje en vond ik de uiteenzetting heel wijs.

De tekst is een dialoog tussen Arjuna en Krishna (de manifestatie van God) en het decor is een slagveld. Voorafgaand aan de veldslag konden de partijen kiezen of ze het leger van Krishna aan hun zijde mochten, of Krishna zelf. Arjuna wordt bijgestaan door Krishna zelf. Met zijn strijdwagen staat hij op het punt geweld te plegen met zijn pijl en boog. Arjuna voelt intense wroeging en twijfel opwellen en de tijd lijkt stil te staan. Naast dat het goed te begrijpen is dat de tijd zich anders lijkt te gedragen in zo een situatie, laat het boek hier ook daadwerkelijk de tijd bevriezen en Arjuna en Krishna hebben een dialoog. In dat dialoog komen allerlei wijsheden voorbij, want dat kun je namelijk verwachten in een spirituele tekst.

Van de spirituele teksten wordt de Bhagavad Gita niet gezien als de hoogste. De Tao Te Ching, een Chinese spirituele tekst, is duidelijk zuiverder. Een concrete aanwijzing daarvoor is dat het kastenstelsel in de Bhagavad Gita verdedigd wordt. Hoe spiritueel is dat? Toch, voor mij als westerse lezer, iemand die de consequenties van dit stelsel niet heeft ondergaan, iemand die met een licht gevoel van ongemak over het kastenstelsel heen kan lezen, is de spirituele waarde van de tekst toch de moeite.

De Bhagavad Gita is verlichtingsfilosofie. Het gaat er dus over hoe je wijs wordt, of beter gezegd: verlichting bereikt. Om die reden raad ik u aan om het werk zelf te lezen. Stephen Mitchell heeft een goede vertaling gemaakt van de tekst, helaas alleen verkrijgbaar in het Engels.

Volgens de Bhagavad Gita is de menselijke persoonlijkheid opgebouwd uit drie basiskarakters: onwetendheid, goedheid en intelligentie.

Onwetendheid

Onwetende mensen zijn te herkennen aan hun onbetwistbare behoefte aan sterk doorgekookt voedsel (aldus de Gita). De Bhagavad Gita noemt meer kenmerken, maar zoals ik het begrijp zou je hier denken aan de moderne term Dunning-krugereffect; ik denk ook aan emotie over ratio, impulsiviteit, enz. Hoewel sommige mensen deze eigenschap uitgesproken bezitten en andere minder, is dit zeker ook een eigenschap die alle mensen toekomt.

Goedheid

Goedheid laat zich denk ik vertalen als empathie, de wil om tegen onrecht te ageren, behoefte aan eerlijkheid en waarheid. Goedheid is een persoonlijkheidseigenschap en is dus niet hetzelfde als verlichting, een geestesgesteldheid die de persoonlijkheid overstijgt. Bij goedheid als persoonlijkheidskenmerk moet ik ook denken aan de gevleugelde uitspraak van Adam Smith:

Bij het nastreven van je eigenbelang dien je het algemeen belang beter, dan bij het actief nastreven van het algemeen belang. Bij mijn weten is er nooit veel goeds gekomen uit het streven naar het algemeen belang.

Het goede nastreven leidt dus niet tot goede dingen en volgens Adam Smith kon je dat ook maar beter helemaal niet proberen. Later is hij op die uitspraak teruggekomen, maar hij heeft de geest niet terug in de fles gekregen (en dus viert het kapitalisme hoogtij).

Er lijkt een kern van waarheid in de uitspraak te zitten. Het is een beetje wat mensen zeggen over kamerplanten en dan met name de cactussen. Bij de mensen die er niet naar omkijken blijven ze leven.

Goedheid als persoonlijkheidskenmerk kan inderdaad een keerzijde hebben als dezelfde goedheid niet doorleefd is. Toch vind ik dat nergens uit volgt dat het goede nastreven niet eens de moeite waard is.

Intelligentie

Intelligentie gaat over het vermogen om zaken te doorzien, doortastendheid. Het kan betekenen dat je andere mensen goed kunt inschatten, scherp kunt nadenken, altijd een stap verder bent dan anderen en dat je een goede intellectuele intu√Įtie hebt. Hoewel niet iedereen op dezelfde manier intelligent is, lijken dit toch wel de kenmerken te zijn. Heel wat beter dan een nerdbrilletje als kenmerk ‚ÄĒ toch?

Aangezien iedereen alle drie basiseigenschappen in zich heeft, moeten we ons dus bedenken dat iedereen in zekere mate over intelligentie beschikt – inclusief de onwetenden – en dat de mensen die in hoge mate over intelligentie beschikken, dus ook onwetend kunnen zijn.

Interpretatie en afsluiting

Volgens de Bhagavad Gita is goedheid de meest prijzenswaardige eigenschap. De combinatie van goedheid met intelligentie is de beste combinatie en wanneer de onwetendheid ook nog eens laag is, dan ben je al heel wijs.

Zelf zie ik goedheid ook als de hoogste van de drie. De combinatie van goedheid en intelligentie mag dan heel vleiend zijn, maar omdat die combinatie het meest vleiend is, is die daarmee ook de grootste aanval op wijsheid (die vrij van ego is).

Intelligentie en onwetendheid sluiten elkaar beslist niet uit. In de hoogbegaafdenwereld wordt gepoogd deze nuance te articuleren met de woorden hoogbegaafd, hoogintelligent, hoogbewust en weet ik veel wat. Mocht je hoogbegaafd zijn en van overdreven doorgekookt voedsel houden (volgens de Bhagavad Gita), dan mag je daar zelf je conclusies uit trekken.

Uiteraard is onwetendheid de minst vleiende, maar de tekst is duidelijk: iedereen heeft deze eigenschap in zich. Misschien is onwetendheid wel onze ultieme sleutel naar verlichting door deze eigenschap in jezelf te zien.

De drie eigenschappen van de persoonlijkheid hebben mij perspectief gegeven. De plek van intelligentie vind ik prettig. Ook het idee dat alle denkbare combinaties niet alleen mogelijk zijn, maar dus ook voorkomen vind ik verhelderend.

Wij steunen jou. Steun jij ons ook?

NU DONEREN

© Tekst Monique | Redactie Alice K. Burridge van Green Writing | Beeld Seth Matahelumual van Epicart | Stichting Hoogbegaafd!