Hij komt aangeklost met piepende scharnieren en metaal dat bij iedere stap tegen elkaar aantikt. Het zonlicht weerkaatst fel tegen zijn borst en ik knijp mijn ogen dicht. Die zijn niet bestand tegen de felheid van deze weerspiegeling.

Zijn hand rust nu nog ontspannen op het heft van zijn enorme zwaard, maar ik weet dat hij deze binnenkort uit zijn schede schuift en ten aanval trekt. Zijn idealen wapperen hoog in het vaandel mee op de wind.

Door de spleten van zijn vizier zie ik nog net een beetje van zijn helder blauwe ogen. Hij heeft ze toegeknepen en ze gaan van links naar rechts in zijn oogkassen alsof hij de horizon afspeurt, op zoek naar onrecht. Hij is uitgedost in zijn mooiste harnas. Hij is klaar voor de strijd. My knight in shining armour. Niemand ziet zijn glanzende harnas, behalve ik.

Niet veel later betreedt hij het strijdtoneel. Met zijn vinger belerend in de lucht gestoken als een getrokken zwaard.

Hij beseft nog niet dat hij dat allemaal niet nodig heeft. Geen zwaard en ook geen harnas.

Enkel zijn gedrag en kalme woorden kunnen zo’n hevige strijd winnen die woedt op de veldslagen die hij uitkiest. Vaker win je glansrijker door gewoon niet mee te vechten. Met weglopen en een simpele opmerking als: ”dit vind ik geen leuk spelletje, ik doe niet mee” verlies je geen gezicht, maar ontwapen jij je vijand net zo goed. Ook dat is op het scherpst van de snede, al komt geen zwaard of harnas aan te pas.

Ik denk dan aan Rosa Parks, die gewoon bleef zitten waar ze zat. Ze had geen zwaard of pistool. Ze koos ervoor om niet mee te spelen. Maar nu nog, als we denken aan gelijkheid voor iedereen in Amerika, dan denken we aan haar en haar zetel in een bus. Haar actie leidde tot een boycot tegen de busmaatschappij die blank en donker apart hield en het leidde uiteindelijk tot meer gelijkheid. Al geef ik toe dat die strijd met meer uitgevochten werd dan alleen een woord. Het werd niet beter gezegd dan door Levi Jackson in de film Hidden Figures: Civil rights ain’t always civil.

Maar hoe zorg je dat hij zelf leert dat hij niet ieder conflict op zijn glimmend gepantserde schouders hoeft te torsen? Zonder dat hij in elkaar geslagen wordt. Zonder dat hij vermeden wordt in het spel van anderen omdat niemand zit te wachten op een klikspaan, ook al heeft hij de beste intenties. En zonder dat hij de schuldige lijkt omdat zijn rechtvaardigheid diep gaat en hij altijd kiest voor degene die gelijk heeft en niet degene die het sterkst is. Hoe doe je dat als moeder?

En hoe zit het met mijn moraal in dit verhaal? Vind ik het niet gewoon moeilijker dan de rest om mijn moraalridder afgeslacht te zien worden tijdens zijn nobele strijd omdat de moraalridder in mij boven komt drijven? Denken andere moeders hier misschien makkelijker over? Aanvaarden ze dat het niet altijd eerlijk gaat onder kinderen? Ik hoor mijn man al antwoorden op mijn inmenging:

”Dat moet hij ook leren. Hij hoeft zich niet overal mee te bemoeien en soms kom je de verkeerde tegen.”

Helemaal waar en dat kan hij beter jong leren. Maar toch….

Ligt mijn moraal misschien ook niet gewoon veel hoger en ben ik het stiekem met hem eens? Kneep ik mijn ogen dicht voor mijn eigen weerspiegeling dat in zijn harnas te zien was?

Ik zie ook wel dat de oudere jongens dat ene kleine jongetje keer op keer duwen en ook mij doet dat pijn. Ik zie wat hij ziet, ik voel wat hij voelt. Maar misschien ligt het verschil in onze reactie op een ander vlak.

Misschien ben ik ook wel gewoon een beetje jaloers. Jaloers op het feit dat hij durft te zeggen wat hij vindt. Jaloers dat hij wel het zwaard trekt, waar ik wijselijk mijn mond houd en de verantwoordelijkheid bij de ouders probeer te laten die hier ook rondlopen, maar het drukker hebben met andere dingen dan hun zoons die met zijn tweeën wel even een klein jongetje aandurven.

Voor nu trek ik hem uit zijn strijd, hoe leerzaam hij ook mag zijn voor alle partijen, want mijn hart kan het niet meer aan nu hij degene is die ontwapend onderop ligt in een strijd die niet de zijne is. Dit hoeft niemand mijn kind aan te doen. Misschien heb ik inmiddels ook mijn harnas aan en mijn zwaard getrokken. Ik schuif met een krachtige zwaai mijn vizier voor mijn ogen en hijs daarna mijn idealen hoger mijn vaandel in.

“We zijn aan het stoeien, mama”, klinkt het weerwoord.

“Weet jij het verschil tussen stoeien en vechten, kleine man?”

Twee blauwe ogen slaan neer en geven mij mijn antwoord.

“Bij stoeien heeft iedereen er plezier in. Dan lacht iedereen en stopt iedereen als iemand stop roept. Ook dan kan iemand je pijn doen, maar dan is dat per ongeluk. Dat deed je daarstraks ook met dat kleinere jongetje, stoeien. En toen je viel, vroeg hij of alles wel goed met je ging. Toen waren jullie aan het stoeien. Nu zie ik jou niet meer lachen en er wordt ook niet gestopt als jij vraagt om te stoppen, en daarom stop ik het. Jij dacht misschien dat jullie nog aan het stoeien waren, maar de jongen die bovenop jou zat is aan het vechten gegaan met jou.”

Ik heb er altijd voor gekozen om mijn protest te laten gelden door niet mee te doen in plaats van een gevecht aan te gaan. Ik trek niet zo snel mijn zwaard en laat me nog regelmatig neersabelen. Ik doe gewoon niet mee aan het slagveld en weet mijn eigen wonden te helen. Zo hoef ik niet rond te klossen met een glimmend harnas, dat mijn beweging hindert, en een zwaar en log zwaard.

Ik hoop dat ik hem die kunst kan leren. En als hij mij dan leert hoe ik toch af en toe mijn zwaard kan hanteren, kunnen we misschien allebei af met een maliënkolder. Een beschermlaag waar nog ruimte tussen zit, die niet zo veel weegt. Waar je nog doorheen kunt kijken, zoals je doet als je iets door de vingers ziet. Zodat je nog kunt zien wanneer je weg moet lopen of ten strijde moet trekken.

Ach, stil protest, hevig gevecht of ongelijke strijd, er is altijd een winnaar. Ook als die het niet verdient.

© Tekst & Figuur Carola van de Braak van De Wereld Volgens Carola | Redactie Alice K. Burridge van Green Writing | Beeld (Zwaardschede) Corrie Grupstra van Byldwurk | Stichting Hoogbegaafd!