Angst maskeert zichzelf dikwijls.

Voor zover ik inschatten kan, ervaren we allemaal weleens angst in meer of mindere mate. Soms is de angst zeer zichtbaar. We spreken rap, bijten onze nagels, zeggen afspraken af, laten berichten onbeantwoord of klappen dicht bij interesse in ons menszijn. Vaak toont de angst zich achter gesloten ogen, zich in je dromen tonend. Verbloemde angst spreekt weleens in buikpijntaal, in huidklachten of schokkerige bewegingen. Niet zelden haperen onze beslissingen ook, overstuurt je levenskompas of vragen we veelvuldig advies aan anderen over zaken die werkelijk ons innerlijke, intieme en subjectieve leven betreffen. Anderen schreeuwen de angst als boosheid van de daken, huilen van onmacht of controleren hun mail, project of dierbaren honderdvoud.

Soms weet angst zich – tot ontzagwekkende onherkenbaarheid aan toe – gedeisd te houden. Als een schuchtere lach, een schuldige blik of een ingehouden woord. Angst kan ook welbespraakt zichzelf en omgeving overtuigen van vertrouwen, ironisch voorbijgaand aan de ongedwongen aard van vertrouwen (oeps, zeer herkenbaar). Ook doet angst zich graag voor als argument, waarbij gerechtvaardigde vermijding, verdediging of aanval een dominante strategie is. En zeker voor hen die zowel een sociaal geaccepteerde pose als angst in één kunnen belichamen, is de welgevormdheid van angst een afleiding van wat ze helder wensen en wie ze nog-veel-meer zijn.

Misschien is het allerbelangrijkste wel het durven toe te geven dat angst er ís, vaak als zeer invoelbare gevoelservaring van onzekerheid, soms als interactie met een ervaren bedreiging. Belangrijker nog dan een oorzaak te duiden, is dat we met elkaar de ruimte scheppen om angst als angst te erkennen. Niet eens zozeer een angst vóór of een angst dóór. Want angst houdt zichzelf vaak in leven door andere levensvormen aan te nemen en zichzelf op de Wereld en het Zelf te projecteren, zichzelf ultiem maskerend dankzij de weelde die er óm angst voorhanden is. Het is daarom zaak de angst voor angst te ontspannen, en te durven lachen om onze grillen, kwetsbaarheid en een menselijk aangedaan-zijn. Deze lach is de omgekeerde ontlading van de angst. Als we de angst eenmaal als zodanig zien, in diens blootje, deze angst in ons lijf durven situeren en opmerken hoe angst met representaties van onszelf en onze omgeving aan de haal gaat, dan ontstaat ruimte voor ándere, vreugdevolle en kritische creativiteit.

En zoals ik uit beproefde ervaring weet: deze helderheid van geest is bij tijd en wijle geenszins gemakkelijk. De soms ultrasensitieve, fijnmazige ervaring van angst, de mentaal-emotionele gelaagdheid van diens uitingsvormen, is in perioden ongemakkelijk te ontwarren. We kunnen niet buiten onszelf stilstaan, de angst troebleert de waarneming. Maar evenzo beproefde supergeleidingen hierbij zijn minstens zo creatief als de verkleedpartijen van angst: je ademhaling als object van gezekerde aandacht, een geestbeminnende boswandeling, een ontwapenende dansavond, een retreat van een moment, dag of week, een verzachtende lichtinval, een herijken in je vroegere thuisbasis, sport en spel, een knuffel van je geliefde, het modificeren van de angstgedachten (is het echt waar? en stel dat het echt waar zou zijn?) en… het klinkklaar erkennen van de angst. Ook angst verdient een ontnuchterende spotlight.

© Tekst Lotte van Lith van A Lot of Complexity | Redactie Alice K. Burridge van Green Writing | Beeld (hal(l)o ochtendzon) Corrie Grupstra van Byldwurk | Stichting Hoogbegaafd!