De kolkende realiteit van de moderne samenleving vraagt veel van ons. We banen ons allemaal een weg door overvolle treinstations, ellenlange vergaderingen, spitsuren, de wirwar van de supermarkt waar nou net jouw favoriete gerechtje niet meer in de schappen ligt. Gezeik, gezeur, gehannes. Voor de meesten vervelend, voor mij uiterst uitputtend. In de weekenden doe ik daarom vaak niet veel meer dan rusten, energie opdoen om de volgende week weer door te kunnen komen. Opladen, noem ik dat.

Tegenwoordig heb ik echter iets toegevoegd aan dit ritme. Op zondagmiddagen stap ik op de fiets, en fiets ik naar het westen, de uitgestrekte Veluwse bossen in. Ik heb zo mijn vaste plekjes, maar soms ga ik gewoon een kant op, en zie ik wel waar ik uitkom. En als ik eenmaal een plekje heb gevonden, dan parkeer ik mijn fiets en loop ik weg, ver weg van alle mensen. Weg van de treinstations, vergaderingen, het gezeik, gezeur, gehannes. Pas dan ervaar ik echt de rust die ik nodig heb. Niet alleen om op te laden, maar ook om te verwerken.

Ik zeg vaak dat mijn brein functioneert als een spons. Alles wat ik tegenkom, zuigt het op, en laat het niet meer los. Hierdoor raakt mijn brein alleen maar voller en voller, wat mijn energieverbruik en concentratievermogen niet ten goede komt. Een chaos van gedachten raast door mijn hoofd als een tornado, en als ik dit niet regelmatig laat uitrazen, ga ik eraan ten onder. Dat klinkt dramatisch, maar zo voelt het wel. Ik moet de tijd nemen om de individuele gedachten, zorgen, ideeën, scenario’s, om alles een plekje te geven en op te bergen in een lade in mijn brein. Toegegeven, hier verliest de sponsmetafoor wat kracht, maar wat doe je eraan.

De Veluwse bossen zijn voor mij de perfecte plekken om mijn hoofd leeg te laten lopen. Ondanks dat er aardig wat mensen op zondagmiddag het bos opzoeken, is het er altijd rustig, haast verlaten. Je kan er uren rondzwerven zonder een ziel tegen te komen. Dit is perfect voor mij, want pas dan kan ik de strategie toepassen die mij helpt om de tornado te bedwingen en de ladekasten in mijn grijze massa te vullen: verbale gedachteverwerking. Simpel gezegd: ik praat mijn gedachten eruit.

Soms heb ik zorgen, en zijn de dennen mijn psychologen. Soms peins ik over filosofische kwesties, en fungeren de beukenbomen als mijn persoonlijk humanistisch verbond. En soms heb ik een bepaald scenario in mijn hoofd; een verwachte sociale situatie, een fictief werk, een presentatie die eraan komt; dan vervul ik elke rol, ben ik mijn eigen tegenspeler, en is het bos mijn decor, achter iedere kastanje een luisterend oor.

In de afgelopen maanden heb ik geleerd dat er niets belangrijker is dan de tijd nemen om na te denken. Waar ik in mijn schooltijd kon vertrouwen op mijn logica en de absorptiekracht van mijn hersenen, kom ik nu kwesties tegen die meer vragen dan dat. Ze vragen denktijd. Pas als alle mensen buiten beeld zijn, als alle afleidingen zijn weggenomen, als er niets overblijft behalve mijn gedachten en ik, pas dan kan ik ongeremd en zonder filter alles verwerken. Mijn stem is mijn gedachtegolf, één op één overgenomen. Dan hoor ik het ook eens van ‘een ander’. Tsja, en als je dan onverwacht iemand tegenkomt in de ogenschijnlijk eindeloze bossen, dan kijkt diegene maar even raar. Wat werkt, werkt.

Waar mensen oordelen, vocaal of onbewust, blijven de bomen slechts ritselen in de wind. Het perfecte achtergrondgeluid om mijn gedachten uit te spreken, te verwerken, en te ordenen. De realisatie komt vanzelf, als je maar lang genoeg nadenkt. Soms is dat een paar minuten, soms een paar uur, soms een paar jaar, maar je zal het ooit uitvogelen, zelfs als je dat nu niet gelooft. Je moet jezelf gewoon denktijd gunnen. Schreeuw anders ook eens tegen een boom! Daar hoef je je niet schuldig over te voelen, hoor. Ze houden immers van CO2!

© Tekst Erik van Beesten | Redactie Alice K. Burridge van Green Writing | Beeld Corrie Grupstra van Byldwurk | Stichting Hoogbegaafd!