Ik sprak laatst een man, hoogbegaafd, die vertelde dat hij niet langer dan twee jaar in eenzelfde functie kon blijven omdat hij dan nieuwe uitdagingen nodig had. Ik herken dit sterk: twee jaar schijnt de maximale periode te zijn waarin ik iets kan doen zonder verschrikkelijk verveeld te raken. Vaak ook niet alleen met werk, lange tijd ben ik elke twee jaar zeker een keer verhuisd, en niet in de buurt.

Niet alleen heeft een hoogbegaafd brein prikkels nodig om in beweging te blijven, maar omdat we meestal drie stappen verder kijken, patronen doorzien en ook nog eens een goed geheugen hebben, is het nog eens extra moeilijk om aan die nieuwe, verfrissende, uitdagende prikkels te komen. Wat voor een ander een prikkel kan zijn, is voor ons al gauw een knagende jeuk.

Deze man vervolgde dat hij dus elke twee jaar bij een nieuwe baas verveeld raakte en dat hij dan de boel ging opjutten, saboteren, experimenteren, moeilijk doen. Ook dat herken ik wel. Als ik mensen om me heen constant dezelfde fouten zie maken, wanneer iedereen dingen doet omdat “we dat altijd zo gedaan hebben”, wanneer leidinggevenden weer eens met een “nieuwe” training of werkmethode aan komen zetten, wanneer ik het allemaal al honderd keer gehoord heb en precies kan voorspellen hoe het deze keer af gaat lopen, dan word ook ik opstandig.

Zo heb ik eens dagenlang met een van een ouwe krant gevouwen hoed op gewerkt, rijmde ik al mijn e-mails en werden mijn saaie rapporten steeds uitbundiger en kleurrijker. Je zal maar zo iemand in je team hebben als manager.

Ik werd dan natuurlijk niet genoeg en op de juiste manier geprikkeld, en dat kwam ook vooral omdat de serieuze initiatieven, projecten en verbeteringen waar ik mee aan de slag ging ook niet serieus werden genomen. Niet omdat het slechte ideeën waren (dat kan natuurlijk), maar omdat het niet paste in het nauwkeurig opgebouwde zelfbeeld van de leidinggevenden en de mensen die bij hen in de gunst wilden blijven. Dus als we niet kunnen praten over een serieus idee, dan maar onzin.

Maar als ik hiernaar terugkijk, zie ik ook wel in dat ik het die managers ook niet bepaald gemakkelijk heb gemaakt. Ik ging er te vaak vanuit dat mijn wensen zo duidelijk, nuttig en belangrijk waren dat ik niet genoeg moeite nam om mijn collega’s en managers dit te laten zien, te overtuigen, om zelfs gewoon te vragen of ik een kans kon krijgen. Dat zou ik nu wel anders doen.

Je kan nog zo hard gelijk hebben, je moet je altijd beseffen dat de andere kant dat ook heeft, totdat je constructief met elkaar gaat werken en dan komt dat gelijk ergens in het midden te liggen. Dat geldt voor iedereen, in elke situatie waarin je met mensen moet samenwerken, en is niet anders voor hoogbegaafden. Alleen doen wij dat dan misschien met een papieren hoed op.

© Tekst Martin van Elmpt van Ze Leve Hoog | Redactie Alice K. Burridge van Green Writing | Beeld Corrie Grupstra van Byldwurk | Stichting Hoogbegaafd!