Tips voor leerkrachten: Het gebruik van friemel en wiebel hulpmiddelen in de klas

Hulpmiddelen zoals een squeeze bal, friemelkettingen en tangles zijn zelfregulerende hulpmiddelen die beweging en tactiele verwerking positief beïnvloeden. Ze kunnen kinderen die problemen hebben met concentratie, aandacht en sensorische problemen helpen.

Maar ze worden vaak foutief ingezet. Als een kind bijvoorbeeld een squeeze ball door het lokaal gooit of rolt, of obsessief met silly putty zit te kleien is dat een teken dat er iets niet goed gaat.

Het probleem is dat kinderen vaak de hulpmiddelen wordt aangeboden zonder enige vorm van instructie, met de gedachte dat zij automatisch weten hoe deze te gebruiken. Vervolgens worden wij boos als kinderen ermee gaan zitten spelen in plaats van ze als hulpmiddel te gebruiken.

Dat is waarom het van belang is dat wij kinderen leren hoe ze te gebruiken. Hier volgt mijn advies.

Ten eerste, leg het kind uit dat het een een hulpmiddel is, een stukje gereedschap wat ze kunnen gebruiken ten bate van het verbeteren van de concentratie en de aandacht bij een opdracht of taak. Gebruik om die reden dan ook geen producten met grappige gezichtjes of oogjes erop. Als ze correct gebruikt worden en in de juiste situatie, kunnen de hulpmiddelen helpen om beter te luisteren, de aandacht bij het werk te houden  en zelfs kalmerend werken op zowel lichaam als gedachten. Kort gezegd: een hulpmiddel is een gereedschap om de concentratie te helpen – en geen speelgoed.

Ten tweede, werk met het kind om uit te vinden op welke specifieke momenten zij hun hulpmiddelen nodig hebben. Bijvoorbeeld tijdens het maken van werkbladen, of om stil te zitten tijdens de uitleg.

Ten derde, spreek duidelijke regels af met betrekking tot het gebruik van hulpmiddelen, en bespreek deze met het kind. Als je niet weet waar te beginnen, volgen hier een aantal afspraken die je kunt maken:

  • Regel 1: Wees je bewust. Voordat je je hulpmiddel pakt, denk na of je het nodig hebt. Als je het niet zeker weet, kijk naar regel 2.
  • Regel 2: Je mag het hulpmiddel alleen gebruiken om je te helpen met concentratie, aandacht of om je te kalmeren. Anders wordt het afgepakt.
  • Regel 3: Gebruik je hulpmiddelen niet om anderen af te leiden of als het anderen hindert in het werk dat zij moeten doen. Als het hulpmiddelen anderen stoort, gebruik een ander hulpmiddel of een andere strategie.
  • Regel 4: Telkens als je klaar bent met een hulpmiddel, ruim je het netjes op waar het hoort.

Experimenteer met het kind om uit te vinden wat voor hem/haar(m/v/o) het beste werkt. Denk daarbij ook aan of het voor jouzelf te doen is om het op de gekozen wijze aan te pakken.

Als jullie alles samen hebben ontdekt, zet dan een mandje neer waar alle hulpmiddelen in worden bewaard, print de regels en plaats deze ergens waar het kind ze gemakkelijk kan zien.

The Understood Team, 2016. Teacher tip: the do’s and don’ts of fidgets for kids.

© Laura via >>Ik wil de hele wereld kleuren<< | Redactie Alice via >>Force of Nature<< | Stichting Hoogbegaafd!

E-magazine ontvangen

Print Friendly, PDF & Email
By | 2018-04-24T01:39:42+00:00 februari 27th, 2017|Hoogbegaafde kinderen|0 Comments

About the Author:

Artikelen met betrekking tot Sensorische Informatieverwerking, leren en dubbel diagnose, met oog voor en vanuit het perspectief hoogbegaafdheid.

Geef een reactie