Al jaren loop ik tegen een lat aan. Er gaat geen uur voorbij zonder dat ik bots tegen de grenzen van mijn eigen kunnen, tegen de grenzen van de maatschappij en vooral tegen mijn eigen verwachtingen.

Om het duidelijk te stellen: als ik het heb over een lat, heb ik het over een verwachting. Een eis, een doel, een prestatie of een bepaald gedrag: zo’n verwachting kan vele vormen aannemen. Waar het wel altijd mee te maken heeft is met ‘doen’. Het gaat niet om wie ik ben, maar om hoe ik vind dat ik zou moeten doen, zou moeten leven.

Het grote nadeel daaraan is dat ik het ‘doen’ nog steeds koppel aan het ‘zijn’. Als ik niet goed doe, verbind ik daar de conclusie aan dat ik dus niet goed ben. Dat ik geen goed of waardevol persoon ben. Terwijl in de basis wie ik ben niet verandert door wat ik doe. Ondertussen weet ik dat wel. Ik kan met mijn hoofd prima bedenken dat ook als ik iets niet goed doe, ik nog net zo veel waard ben. Dat het me geen slecht of minder persoon maakt en dat prestaties loshangen van wie ik ben. Alleen mijn hart, emoties en gevoel zijn het daar nog niet altijd mee eens.

Wat ook belangrijk is: wat is ‘iets niet goed doen’? Wie bepaalt wanneer iets wel of niet goed is? Wie bepaalt of iets goed genoeg of onvoldoende is? Het lijkt tegenwoordig voor mij alsof er aan alle kanten van alles van mij wordt verwacht. De wetenschap dat ik hoogbegaafd ben maakt die verwachtingen alleen nog maar hoger. Hoe vaak ik al te horen heb gekregen:

“Je hebt zo’n goed verstand, daar moet je gebruik van maken.”

Of:

“Het is wel zonde als je niet dit of dat doet hoor, zo slim als jij bent.”

Ik denk dat ik deze uitspraken ben gaan integreren, waardoor het nu stellingen zijn waar ik zelf ook in geloof. Koppel dat aan een extreem perfectionisme en het plaatje is compleet: ik moet presteren, ik moet het beste zijn in elk ding dat ik doe en ik mag niet falen. Zéker niet omdat ik hoogbegaafd ben, dat maakt juist dat ik alles moet kunnen.

Dat alles is natuurlijk totaal onhaalbaar. Daardoor loop ik steeds tegen die lat aan, ga ik mijn eigen grenzen over en geef ik mijzelf constant op mijn kop. Maar als er iets is wat ik gaandeweg geleerd heb, is het dat de enige lat die er toe doet, de lat is die ik voor mezelf neerleg. De wereld kan roepen wat ze wil – vaak zijn het nog tegenstrijdige dingen ook – maar ik ben degene die uiteindelijk mijn leven moet leven. Ik ben degene die er last van heeft dat ik steeds in datzelfde cirkeltje terechtkom.

Daarom heb ik besloten om lak aan die lat te gaan hebben, die verwachtingen te laten voor wat ze zijn en te kijken naar wat het beste is voor mezelf. Wat heb ik nodig om een beetje prettig te kunnen leven en tot bloei te komen? Want het spreekt voor zich dat ik juist als ik in mijn kracht sta, de wereld meer kan bieden dan wanneer ik mezelf rot voel. Bovenal probeer ik steeds meer te accepteren wie ik ben. Dat daarbij hoort dat ik soms dingen niet kan en dat proberen ook al goed genoeg is. Het gaat niet altijd om het resultaat, het gaat niet alleen om het einddoel. Ik mag er voor kiezen om niet aan bepaalde verwachtingen te willen voldoen. Want boven alles wil ik van mezelf houden, hoe ik ben, los van wat ik presteer.

Wat daarin een houvast voor mij is geworden is een zin uit het nummer ‘Wacht maar af‘ van Matthijn Buwalda. Hij zingt daar:

“Ligt de lat weer veel te hoog, loop er dan lachend onderdoor. Wie heeft gezegd dat je er over moet?”

Als ik daar over nadenk, ben ik in negen van de tien gevallen zelf degene die zegt dat ik over die lat heen moet. En in een wereld waarin we al meer dan genoeg van elkaar verwachten en elkaar op fouten afrekenen, vertik ik het om daar zelf nog een schepje bovenop te doen. Meer genade, meer acceptatie, gewoon mogen zijn los van prestaties en af en toe onder de lat doorlopen. Weg met die lat.

© Tekst Erica Waaijer | Redactie Alice K. Burridge van Green Writing | Beeld Seth Matahelumual van Epicart | Stichting Hoogbegaafd!