Dit essay zet de complexe uitdagingen uiteen waarmee veel hoogbegaafde leerlingen en volwassenen worden geconfronteerd, waarbij het stereotype beeld van hoogbegaafdheid als garantie voor vanzelfsprekend succes niet altijd klopt. Het richt zich op de mentale, sociale, emotionele en communicatieve mismatches tussen hoogbegaafden en hun omgeving, de ervaren obstakels en moeilijkheden en de gevolgen hiervan voor hun welzijn, welbevinden en prestaties.

Hoogbegaafden zijn niet altijd zichtbaar op de manier die men zou verwachten. Het verwachtingspatroon en beeld dat van hoogbegaafden bestaat, is dat zij supergenieën zijn, die zich zonder meer manifesteren als gedisciplineerde leerders en talenten die tot uitzonderlijk hoge prestaties in staat zijn.

Er zijn hoogbegaafden die aan dat beeld voldoen en zich op die manier manifesteren, maar zij behoren helaas tot een minderheid. Een groot deel van hen heeft in meer of mindere mate moeite met hun werk- en leeromgeving en heeft moeite de aanknopingspunten te vinden om tot successen te komen. Hieraan liggen uiteenlopende factoren ten grondslag, die te onderscheiden zijn in de wijze waarop hoogbegaafden zich mentaal, sociaal, emotioneel en communicatief tot hun omgeving verhouden.

Het zijnsluik, unieke kenmerken van hoogbegaafdheid, behoeften en welbevinden

Het is belangrijk om in te zien wat hoogbegaafdheid is. De hoogbegaafde heeft een fundamenteel andere manier van zijn, die wordt getypeerd vanuit het ‘zijnsluik’. Het zijnsluik kenmerkt zich door complex, abstract, divergent en systemisch denken en door de grote passie, emotie en intense beleving die daarmee gepaard gaan. Deze intense manier van zijn uit zich in atypisch gedrag en unieke gedragskenmerken.De omgeving ervaart en ziet de mismatch wel, maar begrijpt deze niet of herkent deze niet vanuit een eigen zijnswijze. Dat de hoogbegaafde vanuit het zijnsluik andere behoeften heeft, is daarmee evident en wordt daarmee een stuk begrijpelijker.

De behoeften die voortkomen uit het zijn, zijn bepalend voor het sociaal, emotioneel en psychisch welbevinden. Kortweg is de vraag of de omgeving op deze drie gronden aansluit en of de hoogbegaafde daarin aansluiting vindt. Als daar een mismatch bestaat of ontstaat, kan bij herhaalde ervaringen het algehele psychisch welbevinden worden ondergraven. Een gevoelde en ervaren mismatch leidt tot stress, en langdurige en herhaalde ervaringen hiervan dragen niet bij aan het algehele welbevinden. Sterker nog: een hoogbegaafde kan hieronder daadwerkelijk lijden, zich eenzaam voelen, en veel stress, angststoornissen en depressieve klachten ontwikkelen.

Uitdagingen in het onderwijs

In het onderwijs voldoet het onderwijsprogramma inhoudelijk vaak niet aan de behoeften die het hoogbegaafde brein vanuit het zijnsluik heeft. Voorspelbaarheid en herhaling zorgen ervoor dat de hoogbegaafde zich verveelt en door een gebrek aan voldoende passende uitdaging vaak mentaal afhaakt en de zin van het onderwijs niet inziet.

Bij bekendheid met en besef van de hoogbegaafdheid van de betreffende leerling denkt men vaak aan passende oplossingen. Meer van hetzelfde en versnelde programma’s zijn echter vaak niet de oplossing, omdat het brein fundamenteel anders werkt en andere behoeften heeft.

Het welhaast paradoxale hierin is dat hoe hoger de begaafdheid is, des te sterker de cognitieve, sociale en emotionele mismatch wordt ervaren. Het gevolg is dat de mentale en psychische problemen navenant toenemen met de mate van begaafdheid.

Als de leeromgeving, maar later ook de werkomgeving onvoldoende passend zijn, kan inhoudelijke onderstimulatie de sociale en psychische gesteldheid verder negatief beïnvloeden.

De mate van zelfbewustzijn en de invloed op het welzijn

Het problematische is dat veel hoogbegaafden zich niet bewust zijn van hun identiteit en hun behoeften onvoldoende kennen, omdat zij nagenoeg geen peers hebben ontmoet en inhoudelijk onvoldoende zijn uitgedaagd. Als je nooit bent aangeraakt en aangezet, ken je jezelf en je eigen krachten ook niet. Omgekeerd kan het ook gebeuren dat dingen een hoogbegaafde vanzelf en met het grootste gemak afgaan en er weinig moeite voor hoeft te worden gedaan. Ook dat draagt vaak niet bij aan het eigen identiteitsbesef.

De onbewust hoogbegaafde vraagt zich letterlijk af: wie ben ik, hoe verhoud ik mij tot mijn omgeving, wat wordt er van mij verwacht en wat is er mis met mij? De twijfel en radeloosheid ten aanzien van het eigen zijn remmen het identiteitsbesef, het groeipotentieel en de ontwikkeling af.

Door een gebrek aan spiegeling begrijpen zij zichzelf (ten dele) niet en hebben zij vaak een negatief zelfbeeld, zijn zij sociaal geïsoleerd en worden zij structurele onderpresteerders. Doordat zij vaak toch zin en betekenis zoeken, loyaal en plichtsbewust zijn en de druk van de omgeving voelen, ervaren zij druk en kunnen zij faalangst en uitstelgedrag ontwikkelen die hun prestaties benadeelt.

Het behoeft weinig uitleg dat in het cognitieve, mentale, sociale en emotionele krachtenveld waartoe een hoogbegaafde zich moet verhouden, hij of zij niet alleen onderpresteert, maar vooral ook niet wordt gezien en begrepen om wie hij of zij is. Dit komt doordat men onvoldoende bekend is met het begrip hoogbegaafdheid. De mismatch en het onbegrip vanuit de omgeving waarmee een hoogbegaafde wordt geconfronteerd, kunnen de klachten verergeren en het welzijn verder negatief beïnvloeden. Al met al omstandigheden die een hoogbegaafde remmen in hun ontwikkelingspotentieel.

De hoogbegaafde in de samenleving, onbegrip en gedrag vanuit de omgeving

Daarnaast denken en communiceren hoogbegaafden vaak anders dan de meeste mensen. Zij leggen sneller verbanden, stellen diepgaande vragen of zien problemen vanuit een ongebruikelijk perspectief. Dit kan ertoe leiden dat anderen hun gedachtegang moeilijk kunnen volgen. Wat voor de hoogbegaafde logisch lijkt, kan voor anderen verwarrend overkomen, wat kan leiden tot (voor)oordelen. Er ontstaat soms de indruk dat iemand ingewikkeld doet, van de hak op de tak springt, onpraktisch is of niet slim handelt, terwijl er juist sprake is van een andere manier van denken.

In communicatie speelt het anders zijn ook een belangrijke rol. Hoogbegaafden slaan in gesprekken soms denkstappen over, omdat zij informatie snel verwerken. Voor gesprekspartners kan dit overkomen alsof iemand niet duidelijk communiceert of conclusies trekt zonder onderbouwing. Het gevolg hiervan is dat onbegrip, niet begrepen worden en misverstanden op de loer liggen. Wanneer anderen de redenering niet kunnen volgen, kan de hoogbegaafde onterecht als onlogisch of dom worden gezien.

Een andere factor is de sociale groepsdynamiek. Mensen hebben van nature de neiging om overeenkomsten binnen een groep te waarderen, zich sociaal, emotioneel en cognitief tot elkaar te verhouden en op die gronden te communiceren en zich te gedragen. Wie (zeer) sterk afwijkt van de norm, kan weerstand oproepen. Hoogbegaafden vallen soms op door hun verbale talent, kritische houding en intense en indringende manier van zijn. Dit kan de groepsdynamiek en verhoudingen verstoren, en daarmee gevoelens van ongemak oproepen. In sommige gevallen wordt dit ongemak geuit door de hoogbegaafde persoon te negeren, te bagatelliseren, te kleineren of belachelijk te maken. In de gedragspsychologie staat dit bekend als een vorm van sociale verdediging: door iemand ‘naar beneden te halen’, beschermt een ander het gevoel van eigenwaarde.

Verder bestaan er vooroordelen over intelligentie. Sommige mensen beschouwen intellectuele capaciteiten als iets elitairs of bedreigends. Daardoor ontstaat soms een cultuur waarin het tonen van kennis niet altijd wordt gewaardeerd, en vooral ook omdat die kennis tot nieuwe inzichten en verandering zouden kunnen leiden. De status quo voelt in vele opzichten voorspelbaarder en veiliger. Uit sociologisch onderzoek blijkt dat mensen die sterk afwijken van groepsnormen, of dat nu door intelligentie, talent of andere eigenschappen komt, vaker risico lopen op sociale uitsluiting of negatieve stereotypering.

Slotwoord

Samenvattend worden hoogbegaafden, als ze hun ontwikkelingspotentieel niet (kunnen) benutten, onderschat en ondergewaardeerd. Als ze zich wel tonen, worden ze vaak als te ongewoon of te ongemakkelijk beschouwd. Ze worden daarnaast (bewust) gekleineerd of onbewust als dom gezien doordat hun manier van denken afwijkt van de norm en niet begrepen wordt. Dit komt mede doordat er misverstanden bestaan over wat hoogbegaafdheid inhoudt en doordat onbegrip, maar ook sociale processen als onzekerheid, afgunst of groepsdruk een rol spelen. Vaak zegt deze reactie meer over de omgeving en de interactie tussen mensen dan over de werkelijke capaciteiten van de hoogbegaafde persoon. Begrip, goede communicatie en kennis over hoogbegaafdheid kunnen helpen om deze misverstanden te verminderen en ervoor te zorgen dat verschillen in intelligentie en de ‘ongewone manier van zijn’ niet leiden tot onnodige (voor)oordelen of uitsluiting. Het zijn de vooroordelen en uitsluiting die, zeker als ze structureel voorkomen, gevolgen kunnen hebben voor het mentale, psychische en emotionele welzijn van hoogbegaafden.

Kortom: een systeem dat hoogbegaafden onvoldoende faciliteert en tolereert, is niet alleen schadelijk voor hun welzijn, maar leidt uiteindelijk tot het niet kunnen benutten van hun ontwikkelingspotentieel. Hoogbegaafden missen dus vaak de mogelijkheden om zich voldoende te kunnen ontplooien en ontwikkelen, waardoor de buitengewone bijdragen die zij in potentie kunnen leveren aan wetenschap, het bedrijfsleven, de samenleving en de beschaving verloren gaan.

Wij steunen jou. Steun jij ons ook?

NU DONEREN

© Tekst Isaac | Redactie Dr. Alice K. Burridge | Beeld via Unsplash | Stichting Hoogbegaafd!