ERVARINGSVERHALEN HOGER ONDERWIJS

OP NAAR HOOGBEGAAFDENONDERWIJS DAT PAST, OOK IN HET HOGER ONDERWIJS!

Hoger Onderwijs dat past. Daar maken wij ons hard voor. Want helaas zijn er veel hoogbegaafde studenten in Nederland die niet het onderwijs krijgen dat aansluit bij hun ontwikkel-, leer- en ondersteuningsbehoefte. Zij voelen zich eenzaam, lopen vast, vallen uit of krijgen een burn-out of bore-out.

Lees hier de ervaringsverhalen van alle hoogbegaafde studenten in het Hoger Onderwijs die hun verhaal met ons gedeeld hebben. Op naar Hoger Onderwijs dat past!

Het begon goed deel 2

In mijn ervaringsverhaal over het onderwijs heb ik verteld hoe ik in 5 scholen mijn havo afgerond heb met twee vingers in mijn neus. Ik dacht dat het een misverstand was. Dat wanneer ze zouden zien hoe slim ik werkelijk was dat er roem en rijkdom naar me toe zouden stromen. Een studiekeuze maken vond ik moeilijk. Ik was in alles wel goed vond ik. Het eerste probleem bij de eerste studie was dat ik moest opletten in de les om de studie te volgen. Dit had ik op de basisschool en middelbare school nooit hoeven doen. Ik vond ook dat het beroep niet belangrijk genoeg was voor de talenten die ik had. Dat was ook het probleem bij de tweede en de derde studie.

Daar bovenop had ik ook constant suĆÆcidale gedachten. Ik deed een poging en moest daardoor ook met mijn derde studie stoppen. Ging therapie in. Laat ik maar niet beginnen over de problemen die ik met therapie heb.

Ik besloot sinds ik toch goed was in alle schoolvakken ik dan maar de pabo zou doen. Dit keer zou ik er echt werk van maken om te tonen hoe goed in school was. Het lukte. Ik haalde verreweg de beste resultaten van de hele pabo. Leraren, mijn stageleerlingen en stagebegeleiders waren dik tevreden over me. Een groepje klasgenoten moesten me constant treiteren op de meest kinderachtige wijze. Waarom? Omdat ik veel hoger scoorde dan hen? Omdat ze daardoor dom leken? Omdat tijdens een les waarin we debatteerden ik steeds een afwijkend standpunt had dan dat van hen en ik de hele groep eruit debatteerde? Omdat ik het belangrijk vond dat het onderwijs seculier bleef? Ik week op zoveel manieren af van hen, maar ik wilde hun levens niet moeilijk maken, terwijl zij dat wel constant tegenover mij deden. Ze roddelden en verspreidden leugens. De toekomstige leraren gedroegen zich letterlijk als middenbouwers. Gedrag dat ze zelf zouden afstraffen als leerlingen van hun klas dat deden. Na vele vriendelijke verzoeken om te stoppen met dit kinderachtige gedrag ging het op een gegeven moment te ver en verloor ik mijn controle. Ik schold. Ze hadden nu alle bewijs om bij de directeur aan te kloppen dat ik niet spoorde en een gevaar was voor het onderwijs. De directeur vond het makkelijker om de grotere groep gelijk te geven ondanks het feit dat ik allang bewezen had een voorbeeldstudent te zijn.

Ik werd geschorst, terwijl ze vrij spel hadden om meer leugens te verspreiden. Ik had zogenaamd iemand bedreigd en heb geen zin om verder op te schrijven wat ze verder gezegd hadden. Het was mijn vierde hogeschool. Na drie basisscholen en twee middelbare scholen. Ik had mijn alles op alles gezet. Ik had goede cijfers en vlak voor mijn propedeuse leek ik alles en iedereen tegen me te hebben. Ik zou nooit meer naar school gaan na deze ervaring.

Maar tien jaar later zijn er een heleboel meer volwassenen die aan de pabo beginnen. Ik geloof niet dat een situatie als met de tienermeisjes van toen zo makkelijk voorkomt. In hun systeem staan nog steeds mijn cijfers van toen opgeslagen als het goed is. Daarom wil ik in februari weer beginnen. Het onderwijs kan op erg veel vlakken veel beter dan wat ik gezien heb en daar help ik graag bij. Ik vind het leuk om met schoolvakken en schoolkinderen te werken en ben er erg goed in.

Reza
21 november 2020

Vaak vervelend

Op de kleuterschool begon het al. Andere kinderen wilden niet met me spelen. De juf was kwaad en dreigde me op te laten sluiten. Als het schooltje dicht ging stonden op de hoek kinderen mij op te wachten om te pesten en te trekken. Ik wilde er niet heen maar mijn ouders forceerden dat. Toen de lagere school. In de klas kwam een meisje uit Nieuw Guinea. Kinderen ‘vonden’ dat ze stonk. Dezelfde kinderen die nota bene in Sinterklaas geloofden. Stommelingen kortom. Ik zat vaak naar buiten te kijken, vogeltjes en zo. Niets te beleven. Iedere week werd ik door oudere jongens aangevallen. Vaak kwam ik met open knieĆ«n thuis. Soms stond er een groepje om me heen. Als ik iemand aankon werd er een sterkere figuur ingezet. Soms hielp mijn vader me er uit en liepen we zwijgend naar huis. In de zesde klas dreigde van alles mis te gaan. Ik moest nog een jaar op de lagere school blijven.

Ook het vervolg was problematisch. Op de Mulo had ik een kans om te slagen van 1 op 10. Mijn ouders wilden toch de HBS. Inmiddels had ik judo geleerd en had ik mijn belagers hun lesje geleerd. HBS: in het jaar schommelende resultaten: begin november en begin februari ging het mis. Een zeldzame gevaarlijke seizoensdepressie die niet onderkend werd. De verveling bleef. Ik las de bibliotheek leeg, tenminste als ik de boeken voor ouderen te pakken kon krijgen. Dol op filosofen, maar op mijn vijftiende had ik ze allemaal gehad. Uiteindelijk, via vele bijlessen om dat stomme onderwijs te snappen, toch afgestudeerd. Naar de HTS in Amsterdam om opvolger te worden van mijn vader die aannemer was. Fascinerende wereld en ik werd lid van Provo. De HTS bezocht ik weinig. Ging veel hasj gebruiken en zelfmoord werd een steeds belangrijker thema. Toen zwerven en LSD. Lang zou ik niet meer leven. Gearresteerd met 30 gram hasj en 10 LSD tabletten. Negen maanden gevangenis waarvan een half jaar voorwaardelijk. Ernstige, onbehandelde shock.

Na de gevangenis geweigerd op meerdere HTS’en. Had de voorpagina van de Telegraaf gehaald tenslotte. Eindelijk een school in Hengelo. Daar vonden ze mij en mijn ideeĆ«n spannend. Onderwijshervormingen doorgevoerd die tot op de dag van vandaag deze HTS populair maken. Veel gepubliceerd. Leuke tijd.

Toen naar de universiteit. Stomme opleiding. Soms was een werkcollege leuk met een getalenteerde onderwijsgevende. Besteedde er drie uur per dag aan. Tentamens: een zesje of zeventje was voldoende. Soms vond ik iets leuk en kreeg ik opeens een tien. Weer naar mijn vader. Dit is niet te doen. Een bekend adviesbureau dreigde zich te verslikken in een megaklus en zat op mij te wachten. Zou misschien ten koste van de door mijn vader betaalde studie gaan maar anders was het ook niet te doen. Mocht van mijn vader. Werd een reuzensucces en toch haalde ik op tijd mijn kandidaats economie. Toen naar de Interfaculteit bedrijfskunde. Wel aardig, de Studenten werden op voorhand geselecteerd en maar Ć©Ć©n op de drie werd toegelaten. Bleek al snel dat ik de beste was van het spul. Had nogal eens aanvaringen met professoren omdat ze mijns inziens tekortschoten. Weer naar mijn vader: ik wilde hiermee ophouden. Voor mij niet zinnig. Mijn vader zei dat het behalen van zo’n Drs.-titel het leven later aangenamer en makkelijker zou maken en drong erop aan het af te maken. Met wat medestudenten een eigen onderzoeksbureau begonnen naast de studie.

Zo ben ik uiteindelijk toch Drs. Ing. S. van de Raadt geworden. Ook universitair hoofddocent omdat ik persƩ geen professor wilde worden. Te eentonig!

Steven van de Raadt
19 november 2020

Maar waarom denken jullie zo klein?

Binnen mijn opleiding werken wij alleen met groepsopdrachten. HĆ©Ć©rlijk leek me dat, ik kon oneindig nieuwe dingen leren, enorm veel creatieve vrijheid; de hele wereld zou voor mij open liggen. Na drie weken was ik wel van mijn roze wolk gedonderd, het ging weer hetzelfde als altijd.

Docenten die niet snappen dat ik oneindige uitdaging nodig heb, enorm veel kennis wil vergaren, veel creativiteit heb en enorm veel doorzettingsvermogen. Groepsgenoten die bepaalde dingen niet belangrijk vinden, want daar worden we toch niet op beoordeeld. Maar hoeee vet als we het wel doen? En als we dan dit doen, of dan zus en zo! Gewoon omdat het kan. “Puck, je moet niet zo groot denken” kreeg ik terug. Maar waarom denken jullie zo klein?

Na twee weken verveelde ik me al, klein is voor mij niet genoeg. Maar verdieping is er niet voor eerstejaars Hbo’ers. Er is geen besef van wat ik zoek en wat ik nodig heb. En wanneer ik mij dan heb aangesloten bij de tweedejaars zonder enige voorkennis, dan is de vraag ‘wat doe jij hier?’.

In het hoger beroepsonderwijs mis ik de mogelijkheid tot oneindige groei en de sturing die daarbij nodig is. Gelijkgestemden vinden is moeilijk, maar wat zou het fijn zijn als de docent mijn behoefte zou begrijpen en er samen naar oplossingen gezocht zou kunnen worden.

Puck
18 november 2020

Versnellen: wanneer je studieplanning ingewikkelder ligt dan de studie zelf

Met hoge verwachtingen startte ik op het HBO: nu ging ik uitgedaagd worden en keihard studeren! Helaas merkte ik al snel dat die uitdaging er niet was, dat de theorie heel breed en laagdrempelig was en dat ik zonder veel moeite mijn propedeuse ook wel ging halen. De studie was leuk, maar kwam niet in de buurt van wat ik verwachtte en langzaam begon ik dit ook richting docenten uit te spreken: ik mis uitdaging.

Fijn ervaringen zijn er ook! Mijn signalen werden opgepakt en ik mocht deelnemen aan het (voor VWO-ers bedoelde) versnellersprogramma waar een handjevol leerlingen jaarlijks gebruik van maakt. De studie in 3 jaar afronden waardoor je meer op je bordje kreeg, ruimte had voor verbreding en verdieping en uitgedaagd werd zelf je studie in te delen. Met name dat laatste blijkt een uitputtingsslag: het versnellen mag, maar betekent dat je regelmatig op meerdere plekken tegelijk moet zijn, aanloopt tegen docenten die helemaal niet op de hoogte zijn van het versnelde programma (“wat doe jij als 2e jaars in mijn 4e jaars les? Dit lijkt mij echt niet de bedoeling!”) en vakken die doorlopen tot na je afstuderen waarvan je zelf maar moet bedenken hoe je het dan vorm gaat geven.

Mijn school denkt wat mee, dat is prettig. Maar echt worden uitgedaagd en gewaardeerd om wie je bent en wat je kunt als hoogbegaafde, is op het HBO een moeilijke kwestie… wat zou het soms fijn zijn om gewoon gemiddeld te presteren, om niet die hunkering te hebben naar diepte, kennis en uitdaging.

Anoniem
17 november 2020

Mijn desillusie van het hoger onderwijs

Doordat ik fundamenteel anders dacht dan de opdrachten van mij vroegen op de basisschool en ik de cognitieve prikkels buiten school veel interessanter vond, ben ik na de basisschool begonnen op het VMBO. Ik wist dat ik anders was dan mijn klasgenoten maar hoogbegaafdheid als verklaring lag ver buiten het referentiekader van zowel mij als dat van mijn omgeving. Want ja die Cindy deed het niet zo goed op school. Na jaren van persoonlijke worstelingen, eenmaal erachter gekomen dat zelfs uitzonderlijke hoogbegaafdheid op mij van toepassing bleek te zijn, keek ik enorm uit naar het hoger onderwijs, ‘eindelijk op mijn plek’ dacht ik. Als kind had ik het ideaalbeeld van de universiteit, daar zou alles mogelijk zijn!

Psycholoog worden is mijn droom, dus voor mijn stap naar de Universiteit had ik een vooropleiding nodig. Ik begon na het behalen van het colloquium doctum dan ook super enthousiast aan het HBO. Want dit was het hoger onderwijs! De plek waar eindelijk plaats zou zijn voor mijn divergente manier van denken en creĆ«ren. De eerste colleges heb ik tot grote frustratie van mijn klasgenoten naar hartenlust vragen gesteld, waar ik keer op keer de deksel op mijn neus kreeg. Want mijn vragen reikten verder dan het curriculum, onnodig dus… De eerste toetsen wilde ik laten zien wat voor kennis ik had. En ik wist zeker dat ik een hoog cijfer zou halen want dit vakgebied is mijn passie, ik weet er alles van! … huh op het nippertje een 6…? Ja, want ‘je antwoorden zijn te abstract’. en ‘je denkt te moeilijk’. … Maar ik kan niet anders denken dat dit? En al die verbanden dan? Die kan ik toch niet ineens niet-zien? Ik liep met kennis van de stof de collegezaal in, om vervolgens verward de collegezaal weer uit te lopen. De stof werd met tussenstappen aangeboden die mijn hoofd niet maakte. Maar bij elke docent aangeven dat ik tegen mij hoogbegaafdheid aanliep, dat vond ik eng. ‘Kom ik dan niet arrogant over? Vinden ze mij dan een aansteller?’

Ik merkte dat ik wanneer ik thuis bleef betere resultaten haalde, maar door de onderprikkeling hard achteruit ging in mijn psychische gezondheid. Ik had een aantal lieve en welwillende docenten die mij hielpen en opperde om te versnellen, wat mij een grote uitkomst leek! Maar de examencommissie zag dat anders in. Mijn situatie bleek geen reden tot uitzondering, hoogbegaafdheid zou geen handicap zijn.

Naarmate het propedeusejaar vorderde raakte ik verder in mijzelf gekeerd en afgestompt… aan de docenten lag het niet. maar het enthousiasme waar ik mee begon was verdwenen. De discrepantie tussen mij en de maatschappij groeide met de dag en eindigde in 4 opnames in de acute psychiatrie, verspreid over het propedeusejaar. Uiteindelijk heb ik vanuit het ziekenhuis mijn propedeuse gehaald.

Zou de universiteit dan die plek zijn waar er plaats is voor mijn manier van denken…?

De studieadviseur keek mij wat beduusd aan toen ik vroeg of de universiteit begeleiding biedt voor hoogbegaafde studenten. ”Uhm….Nee, we hebben op de universiteit geen coƶrdinator hoogbegaafdheid ofzo.”

Geen plek voor divergentie… en daar blijf ik op vastlopen. Ik voel mij een kopieermachine tijdens mijn studie, ik wil en kan zelf denken. Waarom mag dat nou niet!? Mijn hoofd loopt over van ideeĆ«n en theorievorming. Maar ik sta achter geen enkel essay dat ik inlever, en ga er standaard vanuit dat ik vastloop op vraagstelling tijdens MC-tentamens. Met vragen stellen ben ik gestopt. Zodat ik minder verval in discrepantie en existentiĆ«le worstelingen. Want dat beeld van de universiteit dat ik had als kind, die plek waar alles zou kunnen, blijkt een steeds kleiner wordende kamer te zijn.

We hebben nog een flinke stap te zetten wat betreft het onderwijs voor hoogbegaafden.

Wat zouden we gave dingen kunnen bereiken als we met elkaar een plek kunnen creƫren voor hoogbegaafden in het hoger onderwijs. Ik blijf mij daarom inzetten voor inclusie en bewustwording. Weg met dat stigma!

Cindy
16 november 2020

Niet alle hulp heeft nut

In de eerste klas van mijn middelbare school werden leerlingen onderworpen aan een IQ-test. Tot de verbazing van mijzelf en mijn ouders werd ik vanuit deze test doorverwezen naar een testcentrum, vanuit waar ik al snel dĆ© stempel kreeg. Ik werd op de middelbare school in de “MGT groep” geplaatst: een groepje meergetalenteerde kinderen. Op de basisschool zat ik ook al in zo’n groepje. Helaas ging bij beide groepen hetzelfde mis: degene die deze groepen moest begeleiden wist niet hoe hoogbegaafden in elkaar steken. De insteek leek: “laat ze maar doen waar ze zelf in in hebben, ze zijn toch heel slim”. DĆ”t werkt niet. We hebben jĆŗist heel veel behoefte aan begeleiding – begleiding van mensen die weten hoe een hoogbegaafde in elkaar steekt en wat wij nodig hebben. Na het afronden van de middelbare school was het afgelopen met de specialistische begeleiding.

In het hoger onderwijs mochten we het zelf uitzoeken, iets wat ik nog steeds heel jammer vind. Ik merkte wel dat ik anders dacht dan anderen, maar omdat ik en mijn gedachten vaak in de minderheid waren begon ik ontzettend aan mezelf te twijfelen en me aan te passen aan de rest. Zonde, en het resultaat? Een burn-out. Na een coachingstraject bij iemand die wĆ©l veel verstand had van hoogbegaafdheid (en in mijn geval, hooggevoeligheid) begon ik pas te begrijpen wat werkt voor mij, en waar mijn krachten liggen. Inmiddels weet ik wat mijn krachten en talenten zijn en waar ik uitdagingen voor mezelf kan vinden, maar toen was ik al bijna afgestudeerd. Ik wil hiermee duidelijk maken: doe niet zomaar iets, maar verdiep je echt in wat hoogbegaafden nodig hebben en hoe ze denken. Daarbij wil ik ook benadrukken dat elke hoogbegaafde anders is, en dat gepaste begeleiding echt heel belangrijk is. Zo niet, dan hebben de “plusgroepjes” weinig zin.

Maike
16 november 2020

Een kat in het nauw maakt rare sprongen

Na mijn VWO ben ik begonnen aan een universitaire studie Pedagogische Wetenschappen. Ik keek er enorm naar uit; ik had de universiteit heel hoog staan. Hier zou ruimte zijn voor creativiteit, zouden kritische zienswijzen worden toegejuicht, zou ik al mijn ideeƫn kwijt kunnen, zou ik kennis opdoen binnen mijn interessegebied en kon ik hopelijk met mijn ervaringsdeskundigheid van jaren therapie, de wereld voor de volgende generatie een stukje mooier maken. Dat was het ideaalbeeld. Helaas bleek dat ook binnen de universiteit een gekaderd systeem bestaat, een duidelijk heersend paradigma dat alternatieven uitsluit. Hoewel ik op resultaten niet ben uitgevallen, voelde ik ten diepste dat ik (relatief) onderpresteerde. Ik voelde geen grond, geen begrip, geen draagkracht voor wat ik in me had. Wat ik bedacht viel buiten de lesstof, buiten het curriculum en de getoetste kennis. Tegelijkertijd haalde ik juist hierdoor slechte cijfers, omdat ik veel te moeilijk nadacht.

Gelukkig heb ik mijn Bachelor in de ‘gebruikelijke’ drie jaar gehaald. Wel frustreerde ik me elk tentamen weer over de beperkte kennis die gevraagd werd te worden gereproduceerd. Ik vond geen uitdaging en kreeg regelmatig te horen ‘dat we het voor het tentamen niet zo diep hoefden te kennen’. Er was een mogelijkheid tot een Honoursprogramma, maar mijn resultaten waren niet bovengemiddeld. Daarnaast had ik het idee dat het aanbod eerder ging om ‘meer werk’ dan om ‘dieper/uitdagender werk’.

Tijdens mijn afstuderen liep ik tegen de kaders van de wetenschappelijke schrijfstijl aan. Mijn scriptie heb ik een aantal keer moeten herschrijven, omdat ik te breed schreef. Ik kon echter niet anders, alles had voor mijn idee met elkaar te maken, elke associatie wilde ik toelichten of ontkrachten. Uiteindelijk is mijn scriptie een minuscuul deel geworden van de plannen die ik in mijn hoofd had. Voor mijn gevoel ben ik al die jaren van mezelf verwijderd geraakt omdat ik zoveel moeite had om mezelf aan te passen om binnen het kader te kunnen presteren. Dat ik anders denk dan anderen werd ook tijdens mijn stage duidelijk. Ik schoot alle kanten op, was in het begin totaal niet mezelf, omdat ik inmiddels het gevoel had dat hoe ik dacht en deed zo out-of-the-box was en daarom niet gewaardeerd zou worden. Vandaar ook de titel; een kat in het nauw maakt rare sprongen. In het proces van geforceerd conformeren ben ik een deel van mijn authentieke zelf kwijtgeraakt.

Wat ik in deze tijd heb gemist is een coach die mij hielp mijn opleiding te voltooien zĆ³nder mezelf kwijt te raken. Die me inzicht gaf in mijn manier van denken en dit accepteerde. Het systeem zal niet zo snel worden aangepast (hoogbegaafden zijn immers in de minderheid), maar hoogbegaafden kunnen wel worden gecoacht in het milder kijken naar zichzelf binnen dit systeem, de mismatch te erkennen en een balans te vinden in wat kan en wat mag. Daarbij zou ik graag willen zien dat de creatieve ideeĆ«n die hoogbegaafden hebben niet worden gestild doordat het niet in de leerdoelen of het curriculum zou staan, maar deze vorm van uitdaging juist wordt aangemoedigd.

Sanne
16 november 2020

Ik raakte mezelf volledig kwijt door het onderwijssysteem

Op de peuterspeelzaal viel het mijn moeder al op: Ik wilde niet meedoen met de andere kinderen. Ik wilde mezelf ontdekken en mijn creativiteit uiten. En dat ik anders was, dat merkte ik zelf ook al heel snel op. Op de basisschool zat ik altijd boordevol vragen, maar deze durfde ik niet te stellen uit angst voor afwijzing van de klas en de leraren. Ik mocht deelnemen aan de plusklas, maar ook hier was de uitdaging ver te zoeken. En zo raakte ik mezelf steeds verder kwijt. Want te weinig uitdaging en te veel onbeantwoorde vragen, begon ik steeds meer aan mezelf te twijfelen. Hoe kwam het toch dat ik zo weinig aansluiting vond?

Afgelopen jaar ben ik er, na depressies, PTSS en persoonlijkheidsproblematiek, achter gekomen dat ik hoogbegaafd ben. En dat het volgens mijn psycholoog ook heel logisch is dat er problemen zijn ontstaan tijdens het ontwikkelen van mijn persoonlijkheid. Als hoogbegaafdheid gemist wordt en het kind niet de juiste begeleiding krijgt, kan het kind zichzelf helemaal kwijtraken. En dat gebeurde bij mij ook, omdat ik wel door had dat ik mezelf anders ontwikkelde, maar hier totaal geen begeleiding in kreeg. Nee, ik moest me vooral lekker aanpassen en niet te veel aandacht vragen. De cijfers waren goed, dus niks aan de hand.

Nu ik een universitaire studie volg en me eindelijk bewust ben van mijn hoogbegaafdheid, valt me pas op hoeveel worstelingen hoogbegaafdheid met zich meebrengt. Omdat mijn manier van verwerking niet aansluit bij de volgorde van de aangeboden literatuur, levert dat me aan het begin van het blok standaard veel frustratie op. Daarnaast merk ik constant dat de literatuur voor mij niet diep genoeg op de stof in gaat, maar tijd om er wel voldoening uit te halen is er niet. Die tijd stoppen we in het schrijven van verslagen waarin onze eigen gedachten eigenlijk niet genoemd mogen worden, want dat is niet wetenschappelijk. En zo kan ik nog veel meer punten op kunnen noemen waar ik tegenaan loop.

Het vervelendste vind ik nog dat hoogbegaafdheid niet als ‘handicap’ gezien wordt. Want ondanks dat mijn IQ heus weleens goed van pas komt, ben ik van mening dat het ook heel belangrijk is om hoogbegaafde leerlingen goed te begeleiden. Zeker omdat ik me nu een beetje verloren voel in een wereld waarin helemaal niks is afgestemd op mijn intense belevingswereld (zowel qua cognitie en gevoel als qua rechtvaardigheid en bewustzijn).

Daphne
15 november 2020

Een afgiftepunt voor mijn anders zijn?

Laatst vroeg iemand mij waar ze haar hoogbegaafdheid kon inleveren. Ik zei haar dat ze dat niet bij mij kon doen, niet hĆ³efde te doen, maar waar wel kon ik haar niet vertellen.

Lang geleden is de gedachte aan het inleveren van mijn hoogbegaafdheid ook bij mij de revue gepasseerd. Dat duurde niet lang en het antwoord op wat dan een geschikt afgiftepunt is ben ik mezelf bewust schuldig gebleven.

Aan het begin van mijn studententijd verbond ik me met de studievereniging en daar leek ik helemaal niets van de rituelen te begrijpen. De leden waren vooral met heel andere dingen bezig. Niet eenzijdig goed of fout, ongetwijfeld voor veel mensen hartstikke goed, gezellig en leuk zelfs, maar niet voor mij. Ook op het reisje met de internationale studievereniging trof ik een soort groot zuipfestijn aan, maar nu zijn deze mensen vaak wel elkaars collegaā€™s in mijn toenmalige sector.

Ik keek om me heen en zag dat er meer mensen waren die toch een andere dynamiek kenden en het ritme dat in onze aard verankerd lag stuurde ons anders aan. Het was alsof er een daglengteverschil bestond.

Ik heb toch mijn weg gevonden door om te gaan met elkaar wederzijds beter aanvoelende mensen. Ook al zaten we samen in een voor ons niet zo passende omgeving, bood het ons voor de duur van onze studies toch een onderlinge uitlaatklep en een plek voor relativering en afwijkende humor.

Je kunt in je schulp kruipen als je anders bent, ogenschijnlijk normaal, en toch verandert dat niets aan de andere spelregels in jouw leven. Het is handig om binnen de omgevingen waar jij je begeeft besef te hebben van de heersende opvattingen, maar dat hoeft niet te betekenen dat dit het dan maar voor je is. Je doet jezelf dan tekort.

De meerderheidsspelregels leren begrijpen is een extra stap omdat je die van nature niet of minder zelf doorleeft. Allerlei op tradities en rituelen gebaseerde gedragingen, uitzonderingen, paradigmaā€™s, procedures en processen zijn voor jou niet logisch. Zoek dan alsnog naar raakvlakken. Als die er niet zijn, zoek dan naar nieuwe omgevingen, omdat je anders na verloop van tijd stikt. Zeker als institutionele verandering naar meer inclusie niet gerealiseerd kan worden.

Zorg dat je altijd iets hebt om je op te verheugen. Leer nieuwe mensen kennen. Omgevingen en mensen waar jij meer authentiek kunt zijn bestaan. Soms moet je wat langer zoeken om ze te ontrafelen, maar je kunt ze ook zomaar tegenkomen. Leer vooral om jezelf te zien in eigenheid, zodat je weet waar je op moet letten. Dit is een verscherping van het waarnemingsvermogen dat je altijd al in je had.

Ik hoop van harte dat het hoger onderwijs inclusiever wordt voor hoogbegaafden en iedereen met een goed stel hersens die anders leert. Zodat een afgiftepunt voor anders zijn niet nodig is.

Anoniem
15 november 2020

Genieƫn, dat waren jongens zoals Einstein

Na ruim tien jaar ben ik uit de wetenschap gestapt. Een passie is niet meer. Kapotgegaan aan overmatige conditionering. Ik ben eruit gestapt, of beter, gegooid, of gevallen. Ik waag me er niet meer. Eens was onderzoek doen een passie, maar ik zal niet meer terugkeren naar hetzelfde vakgebied. Mijn officiƫle toegang tot wetenschappelijke artikelen is afgesloten. Ik besta niet meer.

Als je een (potentieel) IQ hebt van 130 tot 140 en je hebt het geluk hoogopgeleid te zijn, is het nog enigszins mogelijk om een werkomgeving te vinden waar zich nog enkele individuen bevinden met wie je je kunt onderhouden op een vergelijkbaar niveau, al is dat lang niet altijd makkelijk.

Als je extreem hoogbegaafd bent val je vrijwel overal buiten. Je hoeft haast niet te hopen dat je voldoende wordt uitgedaagd in een bestaande organisatie of dat je in de bedrijfscultuur past. Je bent zo zeldzaam dat het grootste deel van wat je beweegt buiten het waarnemingsveld valt van recruiters, hiring managers en collegaā€™s, mocht je het geluk hebben om Ć¼berhaupt aan een baan te komen en niet als te intimiderend gezien worden. Een eigen traject met ruimte voor verschillende manieren van leren en ontwikkelen is dan noodzakelijk. En dat in een onderling respectvolle omgeving.

Ik ben mijn hele leven onder de radar gebleven. Mijn begaafdheid wordt namelijk heel makkelijk weggezet als arrogantie. Misschien stond ik voor sommigen zo dichtbij dat het te onwaarschijnlijk was om iemand als ik tegen te komen, met stelselmatige onderschatting tot gevolg. Ik ben daarbij niet op cruciale momenten de juiste mensen tegengekomen. Ik had geen ouders die vochten voor het beter vervullen van mijn uitzonderlijke leerbehoeften. En genieƫn, dat waren jongens zoals Einstein.

Deze maatschappij doet van alles voor mensen die niet mee kunnen komen omdat het tempo te hoog ligt. Hun ā€œhandicapā€ kan door vrijwel alle andere mensen worden waargenomen. Aan de andere kant kan je zo uitzonderlijk begaafd zijn dat je de keuze hebt om je aan te passen onder druk van het poldermodel, buigend voor de in welke omgeving dan ook geldende meerderheid, of om ten onrechte te worden buitengesloten. Je redt jezelf immers wel altijd in je eentje, voor jou hoeft niks gedaan te worden, zo is vaak de gedachte. Dat isoleert en maakt eenzaam. In sommige gevallen kan een vlucht naar internationale organisaties nog enig soelaas bieden. Voor de rest ben je op jezelf aangewezen, al dan niet als ondernemer.

Ik heb veel onderzoek verricht. Voor wie legde ik die gouden eieren eigenlijk? Ook nu nog bestaat de veronderstelling dat ik gratis en voor niets nog een tijd kom doorwerken alsof er niets veranderd is. Brood op de plank is niet voor de slimste mensen weggelegd, want wie zo diep voor wat ooit een passie was wist te gaan, moet daar wel heel wat anders voor over hebben dan geld.

Er is niet eens een exitgesprek geweest. Geen gebak, geen afscheidsborrel, geen koffie, alleen de kale, geautomatiseerde brief enkele weken geleden die mijn einde aankondigde, en nu wederom geautomatiseerd het eindigen van mijn online toegang tot wetenschappelijke kennis direct van de bron. Even borrelt frustratie in me op. Maar daarmee verander ik geen systemen en verbeter ik mijn leven niet. Ik ben niet voortijdig uitgevallen en alsnog val ik erbuiten.

Laatst vond iemand dat ik erg veel kennis heb opgedaan. Daar had ik lang niet bij stilgestaan. De academische wereld ligt in elk geval achter me: ik zal me er niet weer vertonen. Mijn onderzoeksmaterieel heb ik opgeborgen. Ik zal mijn zinnen op andere passies zetten, want die heb ik gelukkig. Als het lukt, want zekerheid bestaat niet.

Ik ben extreem hoogbegaafd en onzichtbaar.

(Geschreven in 2018)

Anoniem
15 november 2020

Uitdaging in het hoger onderwijs

Beste allemaal,

Op de basisschool was ik traag met mijn rekenwerk. De leerkracht gaf mij minder werk en wist niet dat ik de sommen drie keer opnieuw uitrekende, ik wilde absoluut geen fouten maken. Op de middelbare school werkte dit perfectionisme door tot faalangst met heftige uitbarstingen in de thuissituatie. Ik wilde de stof in Ć©Ć©n keer begrijpen, vooral met wiskunde. Wanneer mijn vader mij hielp, wilde ik eigenlijk tijdens zijn uitleg of zelfs voorafgaand aan zijn uitleg de boel al snappen.

Na het VWO ben ik naar de pabo gegaan. “Je vergooit je vwo,” was een uitspraak die sommige mensen deden met eventuele afkeurende blik. De universitaire pabo was een optie, daar heb ik ook naar gekeken. Maar toen ik bij de open dag hoorde dat bijna de helft van de studenten afviel in het eerste jaar, dacht ik “Dan maar gewoon pabo.” De opmerkingen van mensen die er negatief naar keken, liet ik van mij afglijden. “Ik weet dat ik de pabo wil doen, dus dan ga ik ervoor. Hoe kan je iets vergooien, als je doet wat je het liefste wil doen?” Dat was mijn motto en tegelijkertijd mijn blinde vlek.

Door die blinde vlek zag ik niet dat ik mij in het eerste jaar van de pabo compleet aanpaste. Eerst stelde ik nog gretig vragen: “Waar is dat actief leren van Kaleidoscoop op gebaseerd?” Ja, voor dat soort vragen moest ik naar de universiteit. Maar dat wilde ik niet (of kon ik niet, dacht ik), ik wilde de pabo doen. In mijn eerste jaar ben ik nog naar het decanaat gegaan. Ik wilde meer uitdaging en keuzevrijheid en vooral niet naar de universiteit. In m’n derde jaar van de pabo kregen we 3EC om zelf in te vullen, om te werken aan een zelfgekozen doel, zolang we het maar konden verantwoorden. Wauw, wat ben ik in die 84 uur gegroeid in zelfkennis! Ik hervond m’n motivatie, ontdekte nieuwe dingen over mezelf (hooggevoeligheid) en zocht naar uitdagingen. Ik vertrok voor een half jaar naar Breda voor een externe minor hoogbegaafdheid en heb ontzettend veel geleerd, ik mocht namelijk onderzoek doen! Het vierde jaar van de pabo leek op m’n laatste half jaar in Breda. Even de tanden op elkaar en afmaken die opleiding.

Inmiddels zit in in een premaster. Ik begon zeer gemotiveerd. De motivatie is er nog zeker, alleen wel wat gedaald, doordat ik inzag hoe sterk er getoetst wordt op feitenkennis. Ik mis de interactie van het HBO, in de colleges lijkt soms een taboe te hangen op vragen stellen. Ik daag inmiddels mezelf uit in m’n werk als leerkracht naast de premaster. Ook lees ik veel. Maar soms voelt het wel alleen.

Kortom: zorg voor ruimte, ga in gesprek en differentieer ook in het vervolgonderwijs!

"Maaike"
13 november 2020

Ik had een goed stel hersens…

… dat zei mijn oma altijd, hoewel ik niet altijd even goed begreep wat ze precies bedoelde. De herkenning kwam pas 30 jaar later, toen ik een HB coach leerde kennen.

Op school deed ik altijd waar ik zin in had. Vooral puzzelen vond ik erg leuk, en daar heb ik veel van mijn tijd aan besteed. In de zesde klas (groep 8) las ik boeken over atomen en sterren, gewoon omdat ik dat leuk vond, en ik had geen flauw benul van mijn HB-zijn. En toen ik in 3 havo alweer een 10 kreeg voor een scheikunde proefwerk begreep ik al helemaal niet waar mijn mede-ll zo’n moeite mee hadden. Dat was toch simpel? Het periodiek systeem kon je toch dromen?

Na diverse omzwervingen belandde ik op HBO informatica. Dit was een vier-jarige opleiding waar ik gelukkig, door het kwartaal-systeem, vooruit kon werken. Ik was dan ook in drie jaar klaar, en nog zag ik het niet. Ik was volgens mijn vrouw wel bijzonder, maar vaak werd naar mij verwezen als het zwarte schaap.

Sinds die HB-coach in 2005 (ja, ik ben 54) veranderde mijn leven compleet. Het had even tijd nodig, maar ik ben tegenwoordig het witte schaap. De rest is zwart!

Camiel Wijffels
12 november 2020

Twee basisscholen en twee middelbare scholen

Ik doorliep twee basisscholen en twee middelbare scholen. Ik heb daarbij te vaak moeten ondervinden hoe het is om als hoogbegaafde niet erkend te worden in mijn ontwikkel- en leerbehoeften. Ik heb in groep 5 wel even mogen proeven aan meer autonomie krijgen in het leren en ontwikkelen, maar dat tijdens mijn verdere schooltijd nooit echt kunnen ondervinden.

Ik wist dat een goed diploma later wel eens handig kon zijn. Daarom ben ik niet uitgevallen. Ook al voldeed het onderwijs niet aan mijn leerbehoeften en werd ik vooral op mijn eerste middelbare school hevig gepest. Ik gun het alle kinderen dat ze hun schooldiploma op een beter afgestemde, meer plezierige en meer traumasensitieve manier kunnen behalen. Met als belangrijkste doel om daarna te kunnen doen wat hen gelukkig maakt.

Ook in het hoger onderwijs ondervond ik vaak een gebrek aan aansluiting bij mijn leer- en ontwikkelbehoeften. Wel vond ik de onderzoeksstages fijner dan het volgen van vakken. Ik heb in 2012, tijdens het laatste jaar van mijn universitaire studies, de basis gelegd voor Stichting Hoogbegaafd!

Niet erkend worden is letterlijk alsof je niet kunt bestaan. Maar jouw stukje menselijke diversiteit is er wel degelijk. Hoogbegaafdenonderwijs dat past is daarom noodzakelijk! Helaas is dat nog lang niet altijd en overal de werkelijkheid.

Lees ook dit interview in Metro.

Alice
10 november 2020

Dom voelen door een hoge intelligentie

Naast hoogbegaafd ben ik autistisch en daardoor werken dingen bij mij op een andere manier. Er was geen maatwerk in het onderwijs. Er was een lijn uitgezet voor de gemiddelde leerling en iedereen moest deze volgen, op welke manier je ook van dit gemiddelde afweek. Dat leerlingen die moeilijker leren dan de gemiddelde leerling wat extra hulp nodig hebben weet men al heel lang, dat is namelijk heel duidelijk. Hier bestaan ook al lange tijd interventies voor. Over leerlingen die op andere manieren afwijken van het gemiddelde is veel minder bekend, laat staan dat hier rekening mee gehouden wordt. Hieronder zal ik een aantal punten uitlichten waar ik persoonlijk tegenaan liep:

  • Ik kon lessen niet volgen. Ik was wel aanwezig, maar het lange verhaal van de docent volgen gecombineerd met de aantekeningen op het bord bekijken en de informatie verwerken was voor mij te veel. Dit heeft meerdere oorzaken:
    1. Het waren veel te lange verhalen. Ik wil weten waar het naartoe gaat. Omdat ik concepten snel kan begrijpen ben ik geen ellenlange uitleg nodig en raak ik hierdoor juist afgeleid en de weg kwijt.
    2. Ik ben visueel ingesteld. Ik kan perfect uit een boek leren maar niet door een mondelinge uitleg van een docent.
    3. Door mijn autisme kan ik niet multitasken. Ik kan niet luisteren, op het bord kijken, aantekeningen maken, eventueel in een boek kijken en de informatie verwerken tegelijk. Dit terwijl als ik uit een boek leer ik dit heel snel en goed kan.
  • Door bovenstaand punt had ik tijdens de lessen geen flauw idee waar het over ging. Dit had tot gevolg dat ik me altijd dom voelde. Zelfs al haalde ik goede cijfers door een avond van tevoren zelf thuis te leren.
  • Ik miste dingen. Ik denk altijd veel verder door en als ik iets niet begrijp dan voel ik me dom. Bijvoorbeeld: als je bij scheikunde leert dat als je stofje X en Y bij elkaar gooit en het kleurt groen dan toon je een bepaald iets aan (bij wijze van spreken). Ik denk dan: maar waarom wordt het dan groen? Wie heeft bedacht dat je het daarmee aantoont? Hoe bewijs je dat?
    Dit versterkte mijn gevoel van dom zijn.
  • De gemiddelde leerling wordt blij van sociale activiteiten en wil de hoeveelheid leerwerk en informatie zoveel mogelijk geminimaliseerd hebben. Voor mij was het echter omgekeerd. Dit zorgde voor een gevoel van raar zijn.

Dit is een vrij beknopt overzicht, maar het toont hopelijk enigszins aan waar je tegenaan kan lopen wat veel mensen niet door hebben. Ik heb uiteindelijk universitaire diploma’s gehaald, maar puur op wilskracht. Qua leervermogen was het ook geen probleem, maar voor niets lessen bijwonen die mij veel energie kosten en dan alles thuis nog moeten doen, plus de enorme onzekerheid omdat ik mezelf zo onderschatte maakte het ontzettend zwaar.

Pas enkele jaren na mijn afstuderen kwam ik erachter hoezeer ik van informatie houd, en hoe makkelijk ik informatie opneem, als het maar op mijn eigen manier gaat, en hoe blij ik daarvan word.

Liza (pseudoniem)
6 november 2020