Ik ben een cliché, denk ik, wanneer ik alle verhalen op deze website en elders lees. Een van duizenden.
Zoveel van deze ervaringen zijn letterlijk de mijne.
Het maakt me verdrietig dat er nog steeds zo weinig veranderd is.

Ik ben inmiddels mid-veertig en correspondeer met een meisje van tien dat tegen precies dezelfde dingen aanloopt als ik op die leeftijd. Wanneer ik met haar moeder praat, een goede vriendin van me, is het alsof ik mijn eigen moeder hoor praten dertig, veertig jaar geleden. Ik kan weinig betekenen behalve steeds herhalen: het ligt niet aan jullie, jullie doen niets verkeerd. Het is gewoon zo dat wanneer je veel sneller denkt dan de rest, er niemand echt op je zit te wachten. Dat je vooral ‘lastig’ bent. Je moet op school overleven en proberen zoveel mogelijk ernaast te doen, zodat je niet gek wordt.

Toen ik op de kleuterschool zat, dacht ik, in groep drie, dan gaat het beginnen.
Toen ik in groep drie zat, dacht ik, nou in de bovenbouw dan, dan gaan we los.
In de bovenbouw beloofden ze: op de middelbare school, dan moet je pas hard werken.
Op de middelbare school zeiden ze, wacht maar tot de universiteit, dan kun je zo snel en zoveel leren als je wilt.
Spoiler alert: ook niet.

En de studie die me genoeg had uitgedaagd (wiskunde) durfde ik niet te kiezen, omdat er alleen maar mannen rondliepen op de open dag en ik inmiddels een diep onzeker meisje was. In die wereld was ik opgegeten — en dat gold voor meer exacte vakken.

Dus ik koos voor een niet-exacte studie, waar ik op de open dag leuke mensen zag rondlopen. En dat was een goed idee: ik maakte vrienden voor het leven en werd langzaam minder eenzaam. De studie zelf deed ik er eigenlijk een beetje bij. Later deed ik interdisciplinair promotieonderzoek en werd vanuit beide vakgebieden tegengewerkt. Voor de zoveelste keer leerde ik de les dat mensen de mond vol hebben van dingen die ze in de praktijk helemaal niet willen.

Ik denk nog steeds dat die studie het de juiste keuze was, overlevings-technisch dan. Maar het niet verder ontwikkelen van mijn exacte kant is een gemis dat ieder jaar scherper wordt. Daar moet ik een oplossing voor vinden.

Wordt het beter, vraagt mijn kleine vriendin en ik moet haar eerlijk antwoorden: een beetje, misschien.
Je zult meer vrienden maken, en af een toe een docent vinden die je begrijpt. Die je kan geven wat je nodig hebt of je helpt het te vinden. Je zult jezelf leren leren, met horten en stoten. Dan blijkt dat ook dingen die te moeilijk leken, binnen je bereik zijn. En dat je dingen die vanzelf gaan, oneindig kunt verdiepen.

Maar je zult het grotendeels zelf moeten doen.