Ik las het artikel “Onderzoek naar hoogbegaafde volwassenen: wat internationale experts nodig achten om het onderwerp vooruit te helpen” van 5 mei. Nou, dat heeft mijn ‘zelftwijfel‘ geen goed gedaan. Ik ben van huis uit iemand die streeft naar closedminded (niet te verwarren met narrowminded). Inherent hieraan is werken met duidelijk afgebakende kaders omdat wetenschappelijk onderzoek zonder die kaders onmogelijk is.

Waar ik moeite mee heb is de onduidelijkheid die het begrip hoogbegaafd op dit moment omfloerst.

Wat is het precies en hoe meet je hoogbegaafdheid dan?

Enkel het IQ (meten) vinden mensen te smal.

Is een typische verzameling aan gedragskenmerken bepalend? Brede en diepe interesse, associatieve vermogens, creatieve vermogens, autonoom, zeer divers actief, hoge gewetensfunctie – uitstel oftewel langetermijnhedonisme versus kortetermijnwinst, collectief belang laten prevaleren boven je eigenbelang, methodisch structureel voorrang geven boven ad hoc, weten voor waarde, eigen en autonoom voor conformistisch?

En aanvullend eventueel ook nog hoogsensitief. Is het dan aanvoelend of invoelend of beide?

Als IQ-metingen het niet zijn, wat dan wel?

Moet je dan maar een enkele eigenschap ontwikkelen om hoogbegaafd te zijn, of minimaal zeven van de tien, of alle tien (uitgaande van het bovenstaande, incomplete lijstje aan eigenschappen)?

Of zijn de reflectielijst (hoe je gezien wordt) en de zelfreflectielijst van hoe je jezelf ziet uit het boek van Frans Corten dan leading? En dan ook vanaf 65% van het lijstje of 80%?

Voor mij als ‘nieuwkomer’ is de onzekerheid niet prettig. Ik ben echter wel blij dat onze stichting ook mensen accepteert die misschien niet conform de IQ-meting hoogbegaafd zijn. Ik herken zeker een aantal (bijna alle) persoonskenmerken die hoogbegaafden eigen zijn. Dus heb ik ook last van alle complicaties die dit in de omgang met mijn ‘omgeving’ met zich meebrengt.

Kunnen klankborden met mensen die herkenbaar dezelfde issues hebben en daar vaak goed hun weg mee weten te vinden is zowel geruststellend als inspirerend. En toch… meten is weten. Dus 5 juni heb ik het eerste deel van een IQ-test en 8 juni het tweede deel. En bij deze mijn toezegging: ik ga mijn uitkomst niet delen.

Stichting Hoogbegaafd! zoals nu ingericht vind ik prettiger. Dus ik hoop dat de laagdrempeligheid om aansluiting te vinden bij de activiteiten van deze stichting zo blijft. Omdat dit op privéniveau goed doet en goed voelt.

Dat gezegd hebbende: een aantal van mijn gedragingen zou je ook terugvinden in een DSM-V-diagnose. Autisme, neurotisch, om er twee te noemen.

Dus tsja, bij de vaststelling van hoogbegaafdheid krijg je dezelfde problematiek als bij alle andere diagnostische instrumenten in de psychologie of de mens-bemeetkunde. Er is stevige overlap met allerlei verschillende diagnoses.

En om de duivel in zijn staart te bijten:

Is de ‘diagnose’ hoogbegaafd het nieuwe ADHD?

Deze diagnose werd, zeker in de begintijd, aan ieder tweede, wat drukker en minder gehoorzaam kind toegedicht. En nu nog steeds, 33 jaar later, is deze diagnose stellig inadequaat.

Dit leidt ertoe dat deze diagnose veel minder effectief is dan zou kunnen. Welke ondersteuning iemand nodig heeft blijft dubieus.

Daarnaast heeft de over-diagnostisering het neveneffect dat de meeste mensen de diagnose niet zo heel serieus nemen. En dus ook niet bereid zijn iemand die echt ADHD heeft te faciliteren.

Mensen, dit moeten we niet willen laten gebeuren met hoogbegaafdheid.

Ik roep iedere mede-hoogbegaafde en ‘lid’ van de stichting op om mee te denken over hoe we dit kunnen vermijden. Dus om op korte termijn beter te kaderen. Dat hoeft trouwens niet per se een enkel kader te zijn. Maar wel een duidelijk herkenbaar kader of herkenbare kaders.

Zowel duidelijk voor de diagnosestelling alsook het beeld dat afgegeven wordt in de maatschappij c.q. samenleving omtrent wat hoogbegaafd precies is.

En we moeten een goede diagnostische methodologie ontwikkelen waarbij handvatten meegegeven kunnen worden aan diegene die met zijn/haar ‘rijkdom’ moet leren omgaan, en welke condities noodzakelijk zijn om iemand te steunen en zijn plek in de maatschappij of een bedrijf passender en lonender te laten invullen.

Handvatten en aandachtspunten om zelf op zoek te gaan naar een plek in de maatschappij waar hoogbegaafden deze condities aantreffen of een omgeving opzoeken die bereid is de condities te scheppen die nodig zijn.

En daarnaast eventueel een doorverwijzing, waar nodig, om ook in de meer persoonlijke (privé)sfeer condities op te zoeken en te scheppen waar zij/hij haar of zijn ‘rijkdom’ beter kan delen.

Laten we niet dezelfde fouten herhalen die bij het classificeren van mogelijk geestelijke aandoeningen zijn gemaakt. Bij het bemeetbaar maken van hoogbegaafdheid en zeker bij een ‘disharmonisch profiel‘ moet ook duidelijk worden welke ondersteuning te bieden. Of, ‘modegevoelig’ als diagnoses kunnen zijn, kunnen we de groep te breed maken en te veel mensen plots als hoogbegaafden indiceren; dan verwatert ook de effectiviteit van de onderkenning van hoogbegaafdheid.

Laten we voorgaande fouten in de GGZ alvast vermijden en onze eigen fouten maken. Ons ervan bewust zijn dat ondanks al onze inspanningen er zeker fouten gemaakt zullen worden. En laten we genoeg flexibiliteit in het proces en onze houding inbouwen, die we na evaluatie adequaat en progressief kunnen evolueren.

© Tekst Marcel Jongen | Redactie Alice K. Burridge van Green Writing | Beeld Seth Matahelumual van Epicart | Stichting Hoogbegaafd!