LONGREAD

Via deze weg wil ik mijn zoektocht naar mijn eigen identiteit met jullie delen. Een helse periode die ik recent heb afgesloten door mijn ‘HB-rijbewijs’ te halen. De verzameling puzzelstukjes is sinds begin maart 2020 eindelijk compleet gemaakt.

Dit hele proces ging, net als bij de vele hoogbegaafden, niet zonder slag of stoot… op zijn zachtst uitgedrukt. Van uitsluitingen, vernederingen, depressies, drie su√Įcidepogingen, woede, onbegrip, teleurstelling, intense emoties, twee partners die vreemdgingen, opleidingen die niet afgemaakt werden, tot aan acht keer dreigen tot be√ęindigen van het huwelijk aan toe (overigens uit wanhoop die uit de niet ontdekte hoogbegaafdheid voortvloeide)!

Door mijn levensverhaal te delen wil ik degenen die nog zoekende zijn naar hun eigen identiteit, zich al hun hele leven anders voelen dan anderen, een verminderd zelfbeeld hebben, alsmaar tegenslagen doormaken terwijl zij hun uiterste best doen, en overigen een helpende hand bieden.

Hopelijk wordt hen hiermee onnodig menselijk leed bespaard, en bloeien degenen die zich eerder in hun leven als hoogbegaafde herkenden of als hoogbegaafde herkend worden, op in een wereld die bij hen past. Want het is onvoorstelbaar moeilijk om in een wereld te leven waar je je bijna letterlijk een verbannen alien voelt. Stel je eens voor:

Jij alleen, als alien op een grote boze planeet genaamd de Aarde, zonder hulp van mede-aliens, tussen miljarden mensen van wie er geen enkele jou lijkt te begrijpen?! Wat je ook probeert, niets lijkt je te kunnen helpen.

Mijn levensloop

Ik werd in 1979 geboren in een dorpje in Noord-Limburg. In de jaren 70 en 80 werd er nog niet op zo op (hoog)begaafdheid gelet. Er was weinig over bekend, laat staan dat er veel aandacht voor was. Tegenwoordig is er door onderzoek wel meer bekend over hoogbegaafdheid, vooral bij kinderen. Voor volwassenen is dit nog steeds zeer beperkt. Dus ook voor de inmiddels volwassenen die vroeger, mogelijk zelfs tot op heden, niet als hoogbegaafden zijn erkend. Deze mensen komen er vaak achter doordat zij compleet vastlopen in het leven en het leven niet meer zien zitten.

Volgens mijn ouders was ik een gewoon jongetje, net als alle anderen… zo leek het tenminste. Er viel hen eigenlijk, met de kennis die er toen was, niets op dat extra aandacht behoefde.

Mijn zoektocht naar het onbekende begon al op de basisschool. Ik had een paar schoolvriendjes en -vriendinnetjes met wie ik vaker speelde. Meestal waren dit de kinderen die niet zo opvielen in de klas. Op het schoolplein werd vaker geknikkerd. Iedereen toonde aan de ander zijn mooiste knikkers, die soms wel 100 punten waard konden zijn! Nee, zelfs wel 1000!!! Ik zag er totaal het nut niet van in waarom zo’n glazen bolletje punten waard kon zijn; wie had zoiets onnozels verzonnen?

Och ja, het zal wel. Om niet buiten de boot te vallen vraag ik ook knikkers, dan kan ik met mijn klasgenootjes meespelen in de pauzes.

Zo dacht ik tenminste dat het zou gaan. Ondanks dat ik van die mooie, “waardevolle” glazen bolletjes had, waarvoor ik mij totaal niet interesseerde, werd ik niet gevraagd om mee te knikkeren. Een keer toen ik het zelf vroeg, trapte een knikkerend klasgenootje achteruit en schopte in mijn kruis. Dit veroorzaakte een heftige pijn. Niemand keek ervan op, dus ik besloot op het toilet te gaan kijken wat de schade was. Een snee waar bloed uit kwam bleek het gevolg te zijn. Ik besloot dat knikkers inderdaad geen waarde hadden, in tegenstelling tot de 100 of 1000 punten die de anderen blijkbaar zelf aan dat glas gegeven hadden.

Mijn basisschool verliep qua resultaten eigenlijk niet anders dan bij de andere kinderen, zoals ik het terug zag in de schoolrapporten.

Wat me gedurende mijn zoektocht opviel aan mijn basisschooltijd

  • De nul waarde die ik in tegenstelling tot klasgenootjes in knikkers of andere zelfbenoemde materialen van waarde zag. De waarde die je zelf aan iets hecht is belangrijker. Wie bepaalt voor mij die waarde?
  • Ik had een slordig handschrift dat volgens de meester van groep 4 nooit gelezen zou kunnen worden. Dat werd tegen mij en mijn ouders verteld in een tienminutengesprek. Motiverend als je net een jaar leert schrijven.
  • Diezelfde meester uit groep 4 had een kleine, ronde mondharmonika om tijdens de zangles voorafgaand aan de zang de juiste toon aan te geven. Hij blies iedere keer de verkeerde beginnoot, draaide dat ding een paar keer rond om opeen andere toon te blazen en zong vervolgens weer een andere, valse noot, die zojuist niet uit zijn door speeksel doordrenkte harmonika gekomen was. Hoe kon deze rare man mijn handschrift afkeuren als hij die muzieknoot nog niet eens goed kon blazen?!?!?! Ik haatte die onrechtvaardige man!
  • Een afkeer van onzinnige dingen hebben en daarin vervolgens wel meedoen, maar zonder motivatie en plezier. Ik bleef vaak op de achtergrond meekijken naar wat zich allemaal afspeelde.
  • Geen √©chte aansluiting vinden bij leeftijdgenoten. Ik kende veel mensen, maar veel mensen wilden mij blijkbaar niet kennen. Afspraakjes in een vriendengroep werden zonder mij gemaakt, en vroeg ik ooit om mee te mogen gaan, dan was diegene vaak al bezet. Geleidelijke afzondering door uitsluiting was het gevolg… Mijn ouders konden dit weten, want er werd thuis nooit over gevoelens gepraat.

Naar de MAVO

Ik slaagde voor de basisschool en er werd op basis van een enkele CITO-toets besloten dat ik naar de MAVO zou gaan. Ik wist echter nog steeds niet wat ik later wilde worden, laat staan dat ik wist wat van dit alles de bedoeling zou zijn!?

“Zo Dave, je gaat nu van deze school naar een andere, die school heet de MAVO en daar kun je bijna alles mee. Succes…”

Ik ging dus braaf naar de MAVO, waarvoor ik zelf niet had gekozen. Ik volgde de lessen Nederlands, Wiskunde, Duits, Scheikunde, Wiskunde en Economie. Ik heb er echter nooit voor geleerd. Het boeide me niet en wat ik met nietsdoen aan punten behaalde was genoeg om over te gaan naar de volgende klas. Soms ook voldoende van te weinig om te zakken, zo bleek later…

Gabbertjes en pilletjes

Ik leefde mijn puberteit zoals bijna iedere puber het in de 90’s gedaan zou hebben. Ik scheerde mijn kop kaal, zette voor de gein een tepelpiercing, trok Nikes aan, hing vijf oorbellen in mijn oren en een goede ketting om mijn nek, trok een mooie aussie (trainingspak) erbij aan en luisterde naar hardcore, wat destijds razend populaire muziek was. Dit was cool! Vet snelle stampmuziek, geen onzinnige praat maar recht voor je raap, lekker stampen en in het ritme! yOW! Het werd zo populair dat zich rondom de hardcore-sc√®ne een hele cultuur vormde. Heerlijk! Niet meer alleen op de wereld. Althans, dat hoopte ik…

Dat beviel mij wel, lekker stampen, gek doen, brommertje crossen. Ik was te vinden bij alle gabbergroepjes die er stonden en kende dan ook veel mensen in mijn omgeving. Ik slikte regelmatig een of meerdere pilletjes of iets anders mee en stak vaker een joint op dan een sigaretje. Maarre… allemaal leuk en aardig, maar waarom werkte dat spul bij mij niet zo als bij de anderen? Ik heb me er altijd goed door gevoeld, niet zonder dat ik mijzelf kwijt leek te zijn, wel anders dan ik normaal was, maar toch eerder alsof ik… geen alien was…

Nadat enkele vrienden overleden Рik noem geen namen maar ben hen allemaal nooit vergeten Рen ik merkte dat de situatie van uitsluiting in een groep nog steeds hetzelfde was als op de basisschool, heb ik afscheid genomen van de scène en de zogenaamde vrienden. De vriendschap bleek enkelzijdig te zijn. Ik hoorde er niet bij, ik was anders! Ondanks dat ik alles in minimaal dezelfde mate meedeed, heb ik me altijd gedragen, heb ik niet de boef uitgehangen, respect gehad voor de medemens en ben, zelfs als ik in een zeer inspirerende staat van zijn was, diepgaande gesprekken aangegaan. Hierin werd ik door iedereen vertrouwd. Een geheim was, en is nog steeds, bij mij veilig. Rechtvaardigheid! Helaas, mijn goedheid was weer teveel, ik was te eerlijk, te doortastend, ik was té. Mijn wereld stortte in, ik stond er weer alleen voor.

Maar ik wist dat het nodig was om vooruit te komen! Deze situatie was voorbij, helaas, die komt ooit wel weer… Het was gewoon even nodig om tot een doel in de toekomst te kunnen komen. Welk doel wist ik toen nog niet, maar het moest gewoon even. Ik wist nog steeds niet wat ik later wilde worden, dus de MAVO sloot daar al helemaal niet bij aan. Ik dacht:

Een algemene opleiding volgen om later iets te kunnen doen waarvan je nog niet iets weet w√°t je gaat doen. Hoe kun je dan weten of het de juiste keuze is, ik wil iets nuttigs gaan doen. Ik wil gaan werken, d√°t is nuttig!

Ik leek de enige te zijn die zo dacht, want mijn ouders bleven proberen mij op school houden.

Heej, je denkt toch niet dat ik nog langer onzin ga uitvoeren?

Ik haalde mijn punten met niks doen en het uitzicht op later was ook niks, het doel om maar iets te leren was ook niks… en de relatie met twee meiden waar ik twee keer anderhalf jaar voor ging was ook niks meer. Zij gingen vreemd… Verraad!

Met het eindexamen van de MAVO zag het eruit dat ik niet zou gaan slagen. Ik stond er zo slecht voor met het vak Engels dat ik eigenlijk niet meer zou kunnen slagen. Ik dacht bij mijzelf:

Als ik helemaal geen diploma heb, dan kan ik ook niks worden, wat ik dan ook ooit zou worden…

Ik leerde de dag voor het examen Engels eens een keer, misschien zou het net iets beter staan als ik ging zakken.

Wonder boven wonder, ik vergeet het nooit meer, kwam de leraar die mij altijd tijdens zijn les Engelse drop liet halen (omdat ik toch niks uitvoerde) naar mij toe met de examenuitslagen. Hij keek me streng aan en zei:

“Dave, je bent geslaagd. Je hebt een 9,6 gehaald voor Engels, het hoogste cijfer van de hele school.”

Ik ging op de ene of de andere manier ineens naar HAVO 4 met dezelfde vakken. Er werd aan het begin al verteld:

“Degenen die van MAVO 4 vandaan komen, zullen dit jaar niks nieuws leren, het is enkel de herhaling van de stof.”

De moed zakte me in mijn schoenen.

Wat, ga ik alweer niets nieuws leren!?

Mijn plan was ineens duidelijk en compleet, ik zou gaan werken. Niet later, nee, nu! School had geen enkel doel voor mij. Ik dacht toen:

Ze houden me hier een beetje voor de gek, een heel jaar weer niks doen, dat is zonde van de tijd! Daar zoek je maar een andere flapdrol voor.

Mijn ouders hebben me weten te motiveren om toch op school te blijven, nee, bezig weten te houden met alle mogelijke middelen die ze maar konden bedenken, maar het mocht niet baten. Ik ging van HAVO 4 naar HAVO 5 op dezelfde ongemotiveerde leermanier als ik al vanaf MAVO 1 bezig was. Nog voor het examen van de HAVO was ik het kotsbeu! Ik stopte met de HAVO en ging werken als tomatenplukker.

Defensie

Ik werd ge√Įntroduceerd op een open dag van de Koninklijke Luchtmacht, want tja, daar heb je MAVO voor nodig. Iets anders had ik niet, mijn ouders zochten met me mee en vonden dus vacatures bij Defensie.

Ik werd Lanceerder Patriot luchtverdediging en was direct verbluft bij de Initi√ęle Militaire Opleiding, die uit twee weken aaneengesloten in het veld “overleven” bestond.

Op dag 1, na een oefening, vroeg ik de man die naast me liep en allemaal onzin tegen mij uitkraamde alsof hij heel wat voorstelde, of we ook nog iets spannenders gingen doen.

Wanneer gaan we door de modder tijgeren?” vroeg ik aan de sergeant-majoor.

Het antwoord dat ik kreeg was erg bevredigend als je niet gemotiveerd bent:

“Nou jongen, dan ben je hier niet op de juiste plek, dat doen we bij de Koninklijke Luchtmacht niet!”

Mijn antwoord was dan ook dat ik het saai vond. Ondanks dat we wel afgepeigerd werden. Dat bleek tussen 1999 en 2003 helaas niet vaak meer te gebeuren. Al had het oefenen met de raketapparatuur nog enigszins een doel en het spelen als oefenvijand ook. Ja leuk, aliens jagen… whaha.

In 1999 leerde ik mijn huidige vrouw kennen. Zij viel wel op een piloot. Helaas, ik haalde ze alleen uit de lucht. Maar ja, een man in uniform zei haar toch ook wel iets.

Wij steunen jou. Steun jij ons ook?

NU DONEREN

© Tekst Dave | Redactie Alice K. Burridge van Green Writing | Beeld Seth Matahelumual van Epicart | Stichting Hoogbegaafd!