Vriendschap en begaafdheid: een diepe en langdurige relatie van vertrouwen, betrouwbaarheid en onvoorwaardelijke acceptatie

Het concept vriendschap

Ik weet het nog goed. De hele dag, soms zelfs een hele week, had ik me verheugd op een afspraakje na school. Toen het zo ver was, had het vriendje of vriendinnetje een ander afspraakje gemaakt voor die middag. Op zulke momenten kon ik maar moeilijk tot bedaren worden gebracht. Ik vond het zo onrechtvaardig: hoe kon de ander mij nou vergeten zijn?

Ook had ik een vriendinnetje met wie ik al vanaf de kleuterklas elke woensdagmiddag afsprak. Het vertrouwen in deze afspraakjes maakte me rustiger in mijn hoofd. Er was een wisselwerking van erkenning, omdat we op elkaar konden rekenen en omdat niets te gek was, ondanks onderlinge verschillen.

Tussen deze twee voorbeelden zit een wereld van verschil. Je kunt deze voorbeelden ook zien als verschillende stadia in het ontwikkelen van concepten en bijbehorende verwachtingen van vriendschappen (Gross, 2002).

Vijf stadia van de conceptontwikkeling van vriendschap

In 2002 besprak Miraca Gross vijf stadia van vriendschapskeuze en -verwachting:

  1. Speelmaatje: de eerste fase van vriendschap is gebaseerd op het vinden van een speelmaatje. Als dat spelen bij een kind thuis is, staat dit kind het andere kind ook toe om met diens speelgoed te spelen. De interactie is volledig gericht op het spel.
  2. Mensen om mee te praten: het delen van interesses wordt een belangrijk element in de vriendschapskeuze. Het gesprek tussen de vrienden richt zich niet langer alleen op het spel of de ter plekke uitgevoerde activiteit.
  3. Hulp en aanmoediging: de vriend wordt gezien als iemand die hulp, ondersteuning en aanmoediging kan geven. De voordelen van deze vriendschap zijn doorgaans wel éénrichtingsverkeer, want het is voor het ontvangende kind nog niet vanzelfsprekend om enige hulp of ondersteuning terug te geven.
  4. Intimiteit en empathie: het kind realiseert zich nu dat de ondersteuning twee kanten op werkt, en het geven en nemen van aandacht en ondersteuning worden belangrijke elementen in de vriendschap. De intimiteit neemt toe met dit delen en binden.
  5. De veilige haven: de vriendschap is een diepe en langdurige relatie van vertrouwen, betrouwbaarheid en onvoorwaardelijke acceptatie. Je kunt hier echt je authenticiteit tonen.

Het voorbeeld van het verheugen op een vergeten afspraakje na school valt te zien als niet hoger dan fase 3. Ik had namelijk sterk gerekend op een wisselwerking, waarbij ik de door mij gegeven erkenning ook terug mocht krijgen. Als het afspraakje dan toch doorging, wat natuurlijk ook wel eens gebeurde, dan ging het vooral om fase 1 en soms om fase 2.

Het tweede voorbeeld valt te scharen onder fase 5. Alles uit fase 4 is al aanwezig, namelijk het besef van wisselwerking, en fase 5 uit zich doordat er ook al authenticiteit kon bestaan, zonder dat dit de vriendschap in de weg stond.

Nog een voorbeeld van fase 5 komt van een lezeres, wiens dochter van net vijf jaar oud een beste vriend heeft van dezelfde leeftijd. Ze spelen al een jaar samen, sinds ze elkaar ontmoetten. Ze knuffelen en verdedigen elkaar, ze delen en geven. Deze lezeres is er ook van overtuigd dat het mogelijk is om zo een vriendschap te hebben op die leeftijd. Het is heel mooi dat deze kinderen elkaar zo gevonden hebben!

Ontwikkelingsvoorsprong in vriendschapsconcept

Het al op jonge leeftijd hebben van een fase 5-vriendschap bespaart vooral uitzonderlijk hoogbegaafde kinderen veel eenzaamheid. Normaal begaafde kinderen ontwikkelen het fase 5-concept doorgaans pas op hun elfde of twaalfde, zo blijkt uit een empirische studie van kinderen tussen de 6 en 12 jaar oud (Gross, 2002). De studie onderzocht de verschillen tussen de conceptontwikkeling van vriendschap tussen gemiddeld begaafde kinderen, meer- tot hoogbegaafde kinderen en uitzonderlijk hoogbegaafde kinderen. Meer- tot hoogbegaafde kinderen zijn ook al eerder en ontwikkelen het fase 5-concept ongeveer tussen hun achtste en tiende. Uitzonderlijk hoogbegaafde kinderen lieten dat al op zes- en zevenjarige leeftijd zien.

Uit de voorbeelden in dit artikel blijkt dat dit ook al kan op vier- of vijfjarige leeftijd, maar zulke jonge kinderen zijn in de studie van Gross (2002) niet bestudeerd. Daarmee wordt gelijk een vooroordeel ontkracht, namelijk dat hoogbegaafden sociaal achter zouden lopen. Een gebrek aan aansluiting kan dat zo doen lijken, maar dat ligt helemaal niet aan achter lopen.

Vergelijkbare verwachtingen van vriendschap

Het is niet verwonderlijk dat kinderen hun vrienden kiezen op basis van hun mentale leeftijd in plaats van de chronologische leeftijd. Zo is de kans veel groter dat de wederzijdse verwachtingen van de vriendschap vergelijkbaar zijn, waardoor er een diepere band kan ontstaan. Dit is de reden dat hoogbegaafde kinderen vaak een band aangaan met (al dan niet bewust) hoogbegaafde leeftijdsgenoten of met normaler begaafde kinderen die wat ouder zijn dan zij zelf (Hollingworth, 1926; O’Shea, 1960; Gross, 1993).

De grote verschillen in snelheid van fase 5-conceptontwikkeling tussen gemiddeld en uitzonderlijk begaafden laat zien dat het juist op de basisschool voor uitzonderlijk hoogbegaafde kinderen heel uitdagend om vrienden te vinden met dezelfde verwachting van vriendschap. Vanuit het oogpunt van vriendschap is het dan ook lastig te rechtvaardigen waarom deze kinderen gegroepeerd worden op basis van chronologische leeftijd, terwijl er dan enorme verschillen tussen de verwachtingen en het bewustzijnsniveau bestaan.

Vriendschappen als volwassene: existentiële verbondenheid

De meeste volwassenen zullen in staat zijn om de fase 5-vriendschap te beleven. Toch blijkt het een uitdaging om een existentiële verbondenheid te ondervinden in het geval van grote cognitieve verschillen, omdat uitzonderlijk hoogbegaafden nou eenmaal met andere denkstappen en abstracties leven, die voor een normaler begaafd persoon niet altijd te bevatten zullen zijn of nooit doorleefd zullen worden. Ook in deze fase zal er dus een grote diversiteit blijven bestaan. Wat voor de één een veilige haven van wisselwerking is, is dat voor een ander helemaal niet. Oftewel: wat voor de één ervaart als een fase 5-vriendschap ervaart voor een ander juist als een fase 3-vriendschap.

Vond je het fijn om dit artikel te lezen? Vergeet het dan niet te delen en schrijf je hieronder in voor toekomstige updates!

Gross M, 1993. Exceptionally gifted children. Routledge, London, UK.
Gross M, 2002. Play partner or sure shelter: What gifted children look for in friendship. Supporting Emotional Needs of the Gifted (SENG), USA.
Hollingworth LS, 1926. Gifted children: Their nature and nurture. Macmillan, New York, USA.
O’Shea HE, 1960. Friendship and the intellectually gifted child. Exceptional children 26(6): 327-335.

>Uitzonderlijk Hoogbegaafd!


© Dr. Alice K. Burridge via >>Waves & Currents<< | Stichting Hoogbegaafd!

E-magazine ontvangen

Print Friendly, PDF & Email

About the Author:

Oprichter (trailblazer) en voorzitter van Stichting Hoogbegaafd! Gepromoveerd in de biologische oceanografie. Heeft vele interesses. Eigenaar van Waves & Currents. Ontembare leerhonger. Internationale ambitie.

Geef een reactie