Verder met het onderzoek naar hoogbegaafde volwassenen

Moet elke definitie van “de hoogbegaafde volwassene” ook hoge intelligentie omvatten?

Intelligentie is een belangrijk component, maar IQ-testen zijn niet de enige manier om hoge intelligentie te duiden. De capaciteiten van dubbelbijzondere hoogbegaafden (zoals met dyslexie of PTSS) worden bijvoorbeeld niet altijd realistisch afgespiegeld door hun IQ-score. Het uitsluitend hanteren van een IQ van 130+ als definitie sluit te veel mensen buiten om acceptabel te zijn. Praat met hoogbegaafde mensen, want iedereen is anders. Zo krijg je meer grip op de hoogbegaafde diversiteit.

Worden hoogbegaafde volwassenen het best begrepen vanuit hun ontwikkeling gedurende hun levensloop, inclusief hun jeugd en puberteit?

Dit is een mooi perspectief voor het onderzoek naar hoogbegaafde volwassenen. Jeugdtrauma kan bijvoorbeeld (grote) invloed hebben op het latere leven en het aangaan van relaties. Deze context is nuttig en belangrijk voor het identificeren van comorbiditeiten die de hoofdvragen in specifieke onderzoeksprojecten kunnen beïnvloeden. Niet in staat zijn om deze context te identificeren leidt tot misvattingen over de oorzaken van veelvoorkomende problemen bij hoogbegaafde volwassenen.

Is het nu hoofdzaak om een universele definitie van “hoogbegaafde volwassenen” vast te stellen?

Onderzoek naar hoogbegaafde volwassenen moet doelgericht zijn en de dagelijkse realiteit inzichtelijk maken, onder andere om hen binnen organisaties beter te kunnen faciliteren. Vastlopen op concepties en continu zoeken naar een consensus (oftewel: polderen) zorgt al voor eindeloze discussies binnen het bestaande hoogbegaafdenonderzoek en ik denk dat de totale onderzoekscapaciteit wijzer in te zetten is, met het welzijn van hoogbegaafden als grootste motivatie. Ik begrijp wel waarom verschillende definities bestaan, namelijk om te dienen als hypotheses en structuren aan de hand waarvan onderzoeksvragen kunnen worden getest. Ik denk dat verschillende definities het grotere plaatje dat ontstaat uit al het hoogbegaafdenonderzoek niet belemmeren. Ook moeten we ontzettend goed waken voor verregaande generalisatie van de totale populatie hoogbegaafde volwassenen als gevolg van de focus op definities in plaats van onderzoeksvragen.

Kunnen we enige mentale problematiek van hoogbegaafde volwassenen het beste begrijpen als traumagerelateerd of gerelateerd aan andere situationele factoren boven “hoogbegaafd zijn”?

Ik ben ervan overtuigd dat hoogbegaafde mensen anders met trauma omgaan dan niet-hoogbegaafden, dus er moet een uitwisseling bestaan in plaats van het een of het ander. Pathologiseren voedt de “mad genius” hypothese, maar trauma moet nooit worden genegeerd. Trauma (gediagnosticeerd: PTSS) is heel anders dan wat wordt gezien als echte “madness”, namelijk psychopathie en andere vormen van schadelijk gedrag richting anderen.

Is het woord “hoogbegaafd” problematisch voor onderzoek aan en werk met volwassenen i.t.t. kinderen?

Gebruik het woord, want het schept herkenning binnen de literatuur. Benoem zo nodig wat alternatieven binnen specifieke onderzoeksprojecten, maar gebruik daarna “hoogbegaafd”. Een bedreiging van het niet gebruiken van het woord is een zekere zelfontkenning en instandhouding van maatschappelijke taboes. Benoem het, want het fenomeen heeft een naam. Het is verwarrend om verschillende omschrijvingen van hetzelfde fenomeen te gebruiken. Dan raken we weer verdwaald in definities.

Hoe kunnen we meer kansen laten bestaan voor samenwerking en het uitwisselen van kennis binnen hoogbegaafdenonderzoek?

Zorg ervoor dat er echt een grote diversiteit aan onderzoekers en experts is vertegenwoordigd op symposia en congressen, in lijn met de hoogbegaafde diversiteit. Anders is het telkens weer een vergelijkbaar liedje en krijg je een echokamer die het begrip van de hoogbegaafde diversiteit ondermijnt. Laat nieuwe gezichten toe en verval niet in een status quo.

Het uitbrengen van speciale edities van academische vakbladen klinkt interessant, maar dit lijkt me niet zo veel verschil te maken omdat wetenschappelijke literatuur vaak nog niet toegankelijk is voor een breder publiek van niet-onderzoekende professionals zoals onderwijzers. Veel hoogbegaafdenonderzoek wordt nog niet gepubliceerd met open-access publicatiemodellen. Bovendien hebben veel professionals in Nederland niet de academische achtergrond om wetenschappelijke artikelen te schrijven die acceptabel zijn voor publicatie in vakbladen, of ze behoeven aanzienlijk veel hulp met het opzetten, uitvoeren en opschrijven van dit onderzoek.

Moeten we accepteren dat we het niet allemaal eens zullen zijn over de manier waarop hoogbegaafde volwassenen worden geïdentificeerd en geselecteerd, bijvoorbeeld vanwege praktische uitvoerbaarheid?

Blijf je bewust van de algehele waarde van de groeiende literatuur over hoogbegaafdheid in plaats van eindeloos door te polderen. Elke waarheid heeft vele nuances en zorgt weer voor nieuwe hypotheses. Er blijven open vragen en die bieden weer kansen om nieuwe hypotheses te testen. We moeten denken in kansen. Verschillende onderzoeksmethodes kunnen worden gezien als aanvulling op elkaar. Hoogbegaafdenonderzoek is voor een groot deel een sociale wetenschap, geen wiskunde.

Wat moeten we doen aan de historische strijd tussen het zien van hoogbegaafdheid als presteren, de potentie daartoe of als niet-gerelateerd aan prestatie?

De post-Terman groep is gefocust op prestaties en de post-Hollingworth groep heeft een meer existentiële zienswijze. Ik neig zelf naar die laatste. De focus op presteren is een typisch Anglo-Amerikaanse zienswijze. Ik weet dat ook sommige Afrikaanse zienswijzes van hoogbegaafdheid zijn onderzocht. Deze worden vaak genegeerd als de focus puur ligt op de Anglo-Amerikaanse idealen van presteren.

Dit betekent geenszins dat onderzoek naar topprestaties moet stoppen. Ik weet zeker dat het verschillende aspecten van talentontwikkeling inzichtelijk maakt. Er hoeft geen strijd te zijn: als al het onderzoek verder gaat, boeken we vooruitgang in het begrijpen van hoogbegaafdheid, al dan niet binnen de context van presteren. Ik moedig deze onderzoekers wel aan om hun werk in een bredere context te plaatsen die ook omschrijft wat ze verstaan onder “hoogbegaafdheid”. Zo verklaren ze waarom ze zich in hun onderzoeksvragen focussen op presteren in plaats van dat ze slechts doorgaan met prestatie-onderzoek omdat ze dat nou eenmaal altijd zo deden.

Is “hoogbegaafdheid” als concept niet relevant voor volwassenen omdat het een sociaal construct is, ontwikkeld binnen het hoogbegaafdenonderwijs?

Noem het “hoogbegaafdheid” om praktische redenen en plaats het dan in de context van je onderzoeksvragen. Wat bestudeer je nou helemaal, als je “hoogbegaafdheid” niet benoemt? “Hij Die Niet Wordt Benoemd”? Dan geef je je over aan enig maatschappelijk taboe op hoogbegaafdheid.

Is kwantitatief onderzoek naar hoogbegaafde volwassenen mogelijk als er geen consensus bestaat over populatieparameters, en daarmee representatieve test- en controlegroepen?

Ja, dit is mogelijk en voorkomt vertekening binnen de totale literatuur over hoogbegaafde volwassenen. Anders schrijf je eigenschappen toe aan de hoogbegaafde populatie zonder dat je onderzoekt of deze eigenschappen alleen voorkomen bij hoogbegaafden. Deze context moet altijd worden meegenomen in de keuze voor test- en controlegroepen.

Moet het onderzoek naar hoogbegaafde volwassenen de studie van hoogbegaafde kinderen en onderwijs informeren, ook met oog op financiële middelen en samenwerkingen?

Ik denk dat de twee elkaar kunnen informeren en versterken. Dit is geen eenrichtingsverkeer. De hoogbegaafde volwassene was ooit een hoogbegaafd kind. Het hoogbegaafde kind wordt een hoogbegaafde volwassene.

Is een diversiteit aan standpunten over en definities van hoogbegaafdheid problematisch?

Ik maak me niet te veel zorgen over de diversiteit aan standpunten en definities. Ik begrijp dat dit zo is omdat experts en onderzoekers zelf ook heel diverse achtergronden hebben, maar ik hoop dat het totaalplaatje inclusief is ten aanzien van de werkelijke hoogbegaafde diversiteit.

Hoe moet het onderzoek naar hoogbegaafde volwassenen worden voortgezet, met oog op verschillende standpunten?

Kies en combineer. Ga aan de slag en creëer een totaalplaatje dat verder gaat dan verschillende perspectieven die onverenigbaar lijken.

Een aantal ontwikkelingen binnen de verspreiding van kennis en advies baart mij zorgen. No-go’s zijn de hardnekkigheid van pseudowetenschappelijke, pedagogische neuromythen zoals het strikte onderscheid tussen mensen met een zogenaamd dominante linker- of rechterhersenhelft, de overmatige focus op executieve functies zonder acht te slaan op diepere, onderliggende cognitieve functies, en het ergste: deze executieve functies in de context plaatsen van de uitermate dubieuze en pseudowetenschappelijke spiral dynamics managementtheorie. Deze theorie hoort niet thuis in wetenschappelijk onderzoek, laat staan in de pedagogiek.

>Uitzonderlijk Hoogbegaafd!


© Dr. Alice K. Burridge via >>Waves & Currents<< | Stichting Hoogbegaafd!

E-magazine ontvangen

Print Friendly, PDF & Email

About the Author:

Oprichter (trailblazer) en voorzitter van Stichting Hoogbegaafd! Gepromoveerd in de biologische oceanografie. Heeft vele interesses. Eigenaar van Waves & Currents. Ontembare leerhonger. Internationale ambitie.

Geef een reactie