Optimale ontwikkeling van hoogbegaafden: Vygotsky als leermeester

Ik mag er zijn en ik mag mezelf optimaal ontwikkelen

Gedurende een groot deel van mijn leven was het inleven, inleven, inleven, andermans behoeften, andermans behoeften, en alweer die ander. Ik was een wees in eigen lijf. En een wees van de maatschappij. Want wie mocht ik zijn? Mocht ik mezelf wel ontwikkelen op het tempo dat bij mij paste? Ik wist het niet meer. Het was altijd de ander.

Daar ben ik inmiddels weer een aantal jaren van terug. Ik kan dan wel op bepaalde vlakken buitengewoon zijn, maar dat betekent niet dat ik mijn ruimte altijd en overal maar moet inleveren om aan andermans normen te voldoen. Ik mag er zijn in mijn totaliteit, maar het is niet realistisch om in alles wat mij toebehoort een spiegel te vinden in slechts één andere persoon of groep. Ook niet wat betreft mijn ontwikkelingstempo en -richting.

Gemeenschappelijke authenticiteit en ontwikkeling

Inherent aan de aard van groepen, of zelfs trio’s en duo’s, is er enige mate van aanpassing nodig om de grond van gemeenschappelijkheid het beste te kunnen identificeren. In die gemeenschappelijkheid kan je juist ook veel van je authenticiteit stoppen. Om over het deel van je authenticiteit dat niet aan bod komt te kunnen uitwisselen, kan je het beste weer andere personen of groepen vinden.

Er gelden immers altijd wederzijdse verwachtingen. Bij lagere of op iets anders gerichte verwachtingen van de andere partij, kan je die niet “oprekken” om ook dat stukje authenticiteit, leergierigheid of ontwikkelvermogen van jou te zien en te erkennen. Het kan dan zijn dat je aanvullende (leer)behoeften niet waarneembaar zijn voor de groep, bijvoorbeeld als je uitzonderlijk hoogbegaafd bent en de groep waarin je jezelf bevindt is overwegend normaal begaafd. Ook kan het zijn dat er specifieke leer- en ontwikkelbehoeften buiten het doel van een werkgerelateerde groep vallen.

Optimale ontwikkeling van hoogbegaafden

Lev Vygotsky (1896-1934) was ervan overtuigd dat de betekenis van een stap in de ontwikkeling sterk afhangt van de totale context waarbinnen die ontwikkeling plaatsvindt. Zo een context kan van alles zijn, zoals de geschiedenis en het toekomstperspectief van deze persoon, of de cultuur waarbinnen hij zich ontwikkelt. Zijn theorie wordt veelal beschouwd in de context van cultuuroverdracht, oftewel mediatie. Vygotsky focuste hierbij op de wijze waarop ervaringen, vaardigheden en kennis door volwassenen worden overgedragen op kinderen. Een persoon is gebaat bij veelvuldige geslaagde cultuuroverdrachten.

Ik zie veelvuldig dat ontwikkeling niet puur en vooral plaatsvindt van de volwassene richting het kind. Het werkt vaak twee kanten op. Er zijn bijvoorbeeld vele ouders van hoogbegaafde kinderen die via hun kinderen leren dat zij zelf ook hoogbegaafd zijn, met allerlei eigenschappen die daarbij horen. En deze zodoende ook meer gaan benutten. Er zijn oudere volwassenen die, als ze daarvoor open staan, veel kunnen leren van jongere generaties volwassenen en andersom.

Vooral in zeer grote mate aanwezig bij hoogbegaafden is de intrinsieke wens tot ontwikkeling, oftewel een zeer grote leergierigheid en nieuwsgierigheid. Veel hoogbegaafden functioneren echter onder hun niveau. Dan zijn de aangeboren mogelijkheden van hoogbegaafden niet optimaal tot ontwikkeling gebracht. Bijvoorbeeld doordat een hoogbegaafd kind voortdurend niet-passend onderwijs volgt waarbij er van hem een continue aanpassing gevraagd wordt aan het gemiddelde leertempo van de klas. Het kind is dan gescheiden van ontwikkelingsgelijken en zijn extra capaciteiten worden hier niet aangesproken of uitgedaagd. En zo kan het later ook gaan als een hoogbegaafde volwassene in diens werkomgeving niet volledig wordt uitgedaagd en daarnaast niet nog een bezigheid heeft die hem wel die uitdaging biedt. Soms weten de hoogbegaafde volwassenen van nu dat nog niet van zichzelf, of zijn ze er pas laat achter gekomen in welke mate hun aangeboden mogelijkheden geactualiseerd (hadden) kunnen worden. Hieruit spreekt ook hoe belangrijk de sociale omgeving is.

Zones van Naaste en Actuele Ontwikkeling voor hoogbegaafden

Binnen je authenticiteit, interesses, leergierigheid en ontwikkelvermogen liggen je Zones van Naaste en Actuele Ontwikkeling, zoals geformuleerd door Lev Vygotsky. Het is het prettigst om je zo veel mogelijk binnen deze zones te begeven. Daarbij komt het vaak voor dat je binnen een werkomgeving of enige andere groep mensen alleen een deel van je totale Zones van Naaste en Actuele Ontwikkeling omvat.

In de Zone van Naaste Ontwikkeling kan je samen met een ander een taak uitvoeren of een ontwikkeling doormaken. Je kunt deze taak nog niet zelfstandig uitvoeren. En je had deze ontwikkeling niet doorgemaakt als je alleen op jezelf was aangewezen. De Zone van Actuele Ontwikkeling wordt op volwassen leeftijd bijvoorbeeld gefaciliteerd door een coach, een vriend met voor jou nieuwe (levens)inzichten of een leidinggevende die je talenten ziet. Als hoogbegaafde heb je vaak (existentiële) levensvraagstukken. Het is leerzaam voor je als je iemand hebt met wie je deze inzichtelijker kunt maken. En het is geweldig als je (eindelijk) weer iets nieuws leert van een bedrijfsproces dankzij een fantastische leidinggevende. Of, wanneer je zelf een hoogbegaafde leidinggevende bent, je iemand kunt opzoeken met wie je het kunt hebben over belangrijke zakelijke beslissingen waarbij externe expertise van belang is.

In de Zone van Actuele Ontwikkeling kan je je taken zelfstandig uitvoeren, oftewel op basis van intrinsieke motivatie en autonomie een ontwikkeling doormaken. Je hebt geen hulp nodig, maar komt zelf tot het inzicht. Uiteraard is het leuk als je hierover kunt uitwisselen met anderen. Dan ga je weer enigszins naar de Zone van Naaste Ontwikkeling, wellicht omdat je voor de zekerheid toch zoekt naar extra perspectieven om nog inzichtelijker te krijgen waarom de taak zo goed ging, of omdat je wilt leren hoe je dit succes ook in een andere context kunt herhalen. Bijvoorbeeld als je zelfstandig een belangrijk nieuw levensinzicht kreeg, of als je, vanuit ervaring, aan de basis stond van een fantastisch verlopen bedrijfstransformatie. Het is in dat geval ook mooi om je inzichten over te dragen op anderen en hen zo een Zone van Naaste Ontwikkeling te bieden. Dit levert je ook weer meer erkenning op.

De Zone van “iets niet kunnen, ook niet met hulp van een ander”: bestaat deze voor hoogbegaafden?

Emiel van Doorn voegde aan de Zones van Naaste en Actuele Ontwikkeling nog een derde zone toe: de Zone van het Ontologische Veiligheidssysteem. Dit is de zone van “iets niet kunnen, ook niet met hulp van een ander”. In deze zone zit niemand graag. Het is namelijk de zone waarbinnen iemand ook niet met de hulp van een ander een taak kan uitvoeren of een ontwikkeling kan doormaken. In deze zone ervaar je dwang, onmogelijke druk, onrealistische doelstellingen en vooral een gebrek aan erkenning van je capaciteiten.

Je denkt misschien dat deze zone niet van toepassing is op hoogbegaafden, maar juist op mensen die zich cognitief langzamer ontwikkelen dan gemiddeld. De theorie is vooral op deze populatie toegepast. Misschien leef je met het beeld dat de hoogbegaafde “zo’n alleskunner” is, een “alwetende”, een wandelende encyclopedie, een ultieme vraagbaak. Iemand die is uitgeleerd en een totale expert is in elke vorm van kennis en kunde. Of iemand die alles altijd en overal kan leren. Klinkt al even onrealistisch als het hier staat, niet? Dus ja, deze zone komt voor bij hoogbegaafden.

Wanneer een hoogbegaafde niet “hoger” kan

Je kunt een voor een hoogbegaafde totaal niet passend onderwijstempo of totaal niet passende werkomgeving onder de Zone van het Ontologische Veiligheidssysteem scharen. In dat geval is de hoogbegaafde niet in staat om de (grote) aanpassing die van hem wordt verwacht te actualiseren, bijvoorbeeld om zich de leerwijze en het leertempo van de norm eigen te maken: het leren hoe de normaal begaafde leert. Dat gebeurt ook niet wezenlijk na instructies over hoe je dit moet doen. Je probeert het, maar het lukt niet, of het lukt even, maar je houdt het niet vol. Je kunt geen gemeenschappelijkheid vinden van waaruit verdere ontwikkeling plaatsvindt en je blokkeert. Soms, tot overmaat van ramp, wordt er daarna ook nog tegen je aangetrapt door mensen die deze dynamiek niet inzien, omdat je dan zogenaamd een “fixed mindset” hebt die je moet omzetten in een “growth mindset”, terwijl je juist door mediatie en passend leer- of werkaanbod weer in de Zone van Naaste Ontwikkeling gebracht moet worden. Want je leert als hoogbegaafde niet in kleine, betrekkelijk contextloze stukjes die je aaneen rijgt tot er uiteindelijk een beetje context ontstaat, maar vanuit een grotere context, een groter geheel.

Een ander moment waarop deze zone voorkomt is in het geval van dubbel bijzondere hoogbegaafden. Zij hebben enerzijds een grote cognitieve capaciteit waarmee ze zich sneller ontwikkelen dan gemiddeld. Anderzijds hebben ze ook een handicap, die hun ontwikkeling op bepaalde vlakken vertraagt, of hen bij bepaalde taken een maximaal actualisatieniveau geeft dat lager ligt dat je puur op basis van hun hoogbegaafdheid kan verwachten. Een hoogbegaafde met Developmental Coordination Disorder (DCD) zal bijvoorbeeld meer moeite hebben met leren schrijven, omdat het ook een motorisch proces is waarin een handicap bestaat. Terwijl de inhoudelijke moeilijkheidsgraad van de mogelijke opgaven heel hoog mag liggen. Zo iemand is, ook op latere leeftijd, gebaat bij (technische) hulpmiddelen die het motorische proces helpen stimuleren en vereenvoudigen, zodat deze persoon zo min mogelijk in de Zone van het Ontologische Veiligheidssysteem zit.

Wat gebeurt er als je te veel in deze zone moet zitten, waar je ondanks pogingen daartoe geen gemeenschappelijkheid hebt kunnen vinden? Dan raak je beschadigd. Het is traumatiserend en er zijn hoogbegaafde kinderen en volwassenen die hierdoor zelfs PTSS krijgen. En dat heeft weer een negatieve invloed op het maximale actualisatieniveau van de capaciteiten. Een traumasensitieve omgeving houdt hier rekening mee. Dat is dan ook een inclusieve omgeving waarin een diversiteit aan personen en ontwikkelbehoeften aan bod kunnen komen.

One size does not fit all. Wij mogen er allemaal zijn en we mogen ons optimaal ontwikkelen.

Met efficiëntiedenken wordt dit nogal eens vergeten, met minder efficiëntie tot gevolg! Want de grootste efficiëntie komt voort uit de optimale ontwikkeling van allerlei mensen. Maar ook nu nog blijven veel talenten van hoogbegaafden onbenut.

Toegegeven, ik ben flink aan de haal gegaan met Vygotsky door hem vooral in te zetten voor volwassenen en dan ook nog eens voor hoogbegaafden. Dit was onderdeel van mijn Zone van Actuele Ontwikkeling, dus ik denk dat hij het me wel had toegestaan.

Vond je het fijn om dit artikel te lezen? Vergeet het dan niet te delen en schrijf je hieronder in voor toekomstige updates!

Kozulin A, Gindis B, Ageyev VS, Miller SM (editors), 2003. Vygotsky’s Educational Theory in Cultural Context. Cambridge University Press, Cambridge, UK.
Van Loo F, Van Doorn E, 2013. Basisboek Mediërend Leren. Boom Uitgevers, Amsterdam, Nederland.
Vygotsky LS (posthumous), Cole M, John-Steiner V, Scribner S, Souberman E. (editors), 1978. Mind in Society. The Development of Higher Psychological Processes. Harvard University Press, Cambridge, United States and London, UK.

>Uitzonderlijk Hoogbegaafd!


© Dr. Alice K. Burridge via >>Waves & Currents<< | Stichting Hoogbegaafd!

E-magazine ontvangen

Print Friendly, PDF & Email

About the Author:

Oprichter (trailblazer) en voorzitter van Stichting Hoogbegaafd! Gepromoveerd in de biologische oceanografie. Heeft vele interesses. Eigenaar van Waves & Currents. Ontembare leerhonger. Internationale ambitie.

Geef een reactie