Mijn afgeronde proefschrift is de deur uit. Het is alsof ik een stukje van mijn werkzame bestaan uit handen geef en de personen aan de andere kant daarmee kunnen doen en laten wat ze willen, het zomaar kunnen afdoen alsof het niets is, zonder dat ik het voor mijn bijna-kind kan opnemen.

Mijn bijna verlopen Britse paspoort is naar het Eiland verzonden. Het is alsof ik een stukje van mijn identiteit uit handen geef en de organisatie aan de andere kant daarmee kan doen en laten wat ze wil, zonder dat ik me kan beroepen op dát stukje van mijn Zijn.

Het niets kunnen doen dan afwachten geeft een ruimte die zich door de zwaartekracht vanzelf opvult met materie die weer andere stukjes van mijn identiteit vertegenwoordigt, of stukjes daarvan vormden die ik als verouderde huidcellen heb afgestoten, ooit onderdeel van het conglomeraat van miljoenen cellen waaruit ik besta. De vingerafdrukken van toen zijn hetzelfde gebleven. Het vertrekspoor is gewijzigd, maar ik ben het nog steeds die zichzelf vervoert en in vervoering brengt. Mijn vingerafdrukken staan op alles wat ik aanraakte terwijl ik mijn koers wijzigde.

De materie die de leegte opvult is de backup van de, zo dacht ik, verwijderde scènes die, hoewel al doorleefd, ook nog gezíen moesten worden. Ik doorleefde ze vanuit een combinatie van liefdevol inlevingsvermogen en de wilskracht om iemand te vinden met wie ik keihard en razendsnel over en weer zou kunnen sparren, iemand die om me zou geven, misschien zelfs een beetje van me zou houden. Mijn inlevingsvermogen en wilskracht bleken onbegrijpelijk. Een wissel was nodig omdat de wisselwerking me op een dood spoor zette. Ik was verdwaald, had er niks te zoeken. Alleen al het meespelen maakte me intimiderend, hoewel door mij zo anders geënsceneerd.

Ik zie stapels vellen met letters erop. Ze vormen woorden, zinnen, gebeurtenissen, scènes in verschillende lettertypen, geschreven door verschillende personen, hun gezichten bevroren in de tijd. Ik heb ze op chronologische volgorde in mappen gestopt. Het uitzetten van informatie tegen de tijd maakt trends inzichtelijk.

De trends in mijn informatie maken dat ik me bezin en dat ik zíe. Ik zie dat wat zo chaotisch, zo onverklaarbaar leek te zijn toen ik het doorleefde, en zó onrechtvaardig! Daarmee raak ik me bewust van mijn acties, die eerst gevoelsmatig waren, zonder woorden te kunnen geven aan het waarom. Mijn acties leken op acteerwerk, maar achteraf is niets in scène gezet. Ik heb alles bewaard, alsof ik wist dat ik me ooit meer bewust wilde worden van die trends, al voelde ik ze ongekwantificeerd aan. Ja, ik wíst het!

Eerder, wonend in kleine flatjes, was er geen ruimte om alles uit te stallen en te ordenen, hoogstens gedeeltelijk, wetend dat dit moment me nog te wachten stond tot ik de ruimte ervoor vond om het in gang te zetten. Eerst als student, terwijl de diepe tonen van gettoblasters van eveneens in het studentencomplex verzeild geraakte nietsnutten gaandeweg vervaagden tot een permanente achtergrondruis. Later als wetenschapper, in de verre verte kijkend vanaf tien hoog, waar de lucht zich begon te klaren, ook al zette het niet door.

Ik had ook geen tijd. Als ik verkrampt en verwrongen van de stress slapeloos was als ik slapen moest, kon ik mijn lijf er niet toe bewegen om de materie te pakken en te vervoegen tot trends. Het papier kwijnde weg in de bunkerachtige berging van mijn hoge flatje; de uit de dozen stekende vellen werden aangevreten door zilvervisjes als personificatie van de tand des tijds. Ik kreeg onsmakelijke tussendoortjes voor mijn kiezen die ik maar moest slikken als zogenaamd noodzakelijk onderdeel van mijn werk.

Disclaimer: onderstaand gedeelte bevat ruige taal.

In de waan van de dag raakte ik er bijna van overtuigd dat ik niet kon besturen, maar de trends in de documenten uit mijn studententijd laten iets anders zien. Geïntimideerd door mijn aanwezigheid raakten mijn verenigingsgenoten óók verblind voor het stukje van mij dat eerst nog binnen hun waarnemingsvermogen lag. Achteraf is het logisch dat ze me niet als geheel zagen. Veel van mijn laagjes zijn maar voor weinig mensen waarneembaar.

In plaats van alleen naar bestuursvergaderingen te gaan, ging ik ook naar overkoepelende vergaderingen met vertegenwoordigers van verschillende studieverenigingen en de studentenunie. Notuleerde er zelfs wel eens. En het interesseerde de in zichzelf gekeerde, éénkleurige klootviooltjes van mijn studievereniging geen biet. Och, misschien vergeef ik het ze nog wel, dat misantrope stel zalmneusjes van weleer wist niet beter en had andere prioriteiten. Misschien zijn ze intussen volwassen geworden, sommigen dan, en de rest… laat maar.

Ik zag hoe we deel waren van een groter geheel. Ik wilde organogrammen maken van dat wat ons zou kunnen binden en daarmee bredere belangen dienen, maar mijn medebestuurders wilden zich, groots gewaand, klein houden en zichzelf in een snurkende, rochelende slaap zuipen tijdens suffe borrels die eindigden in gore meuk. In plaats daarvan dwaalde ik rond op bestuurswissels van partnerverenigingen, op hun feesten met in het gelag verdronken geraakte thema’s, op zoek naar ook maar een klein beetje liefde, welke ik vond en toch ook weer helemaal niet.

Ik ben gerustgesteld. Ik kan het wél… besturen. Fuck die voorzitter van toen, met zijn charismatische boterhoofd, met zijn mooie, maar slappe praatjes waar iedereen in trapte. Ik was de schijnbare slechterik op een verborgen sleutelpositie, ooit afgevoerd naar de damestoiletten om daar door twee ééncellig geïnformeerden te worden uitgescholden, incompetent verklaard namens een mede-bestuurslid dat ineengekrompen tussen hen in zat, als een lillend weekdier zonder ruggengraat, te zwak om me eigenhandig op de brandstapel te gooien.

Dezelfde figuren voeren nu het hoogste woord in de alumnivereniging, waar ik na mijn afstuderen automatisch lid van ben geworden. Met deze observaties vermaak ik me prima als er weer eens een nieuwsbericht in mijn inbox landt. Mijn brandstapel is immers al lang uitgebrand. Ik ben ontsnapt op een manier die ze niet hadden voorzien, terwijl ze dachten dat er van mij niets over was dan as. Ik ben uit hun gezichtsveld verdwenen. Voor werk kijk ik nu internationaal. Ik verzin wel wat, komt wel.

Ik dacht lang dat het overal en altijd zo zou gaan, al weet ik dat ik me op veel plekken maar beter niet kan begeven. Vanuit dit oogpunt is het logisch dat ik een eigen setting heb gecreëerd. Nu nog iets waarvan ik kan leven. Uit de in het vagevuur geworpen slechterik mag hopelijk een gamechanger voortkomen.

Mij wacht een nieuwe stapel ongeordende printjes, kopietjes, aantekeningen en notulen.

Hoogbegaafd! Rouw & Traumaverwerking

 Intake


© Alice Karen | Stichting Hoogbegaafd!

E-magazine ontvangen

Print Friendly, PDF & Email