In het donker lig ik wakker. Buiten regent het en ik denk aan wat was. Ik ben van mijn geloof af gevallen, of beter, gegleden, pas van maand tot maand merkbaar aan een steeds dieper moeras.

Ik ben niemand en nergens. Hallo wereld, je kende me misschien in een vorig leven. Wat moet je met me aan? Structuren en systemen zijn log en staan in de weg. Zal ik zelf iets maken? Wat dan? Hoe kan ik dovemansoren van gehoorapparaten voorzien?

Een auto rijdt door de straat. Het is vier uur ‘s ochtends. Wat zou de bestuurder doen? Ben ik niet de enige nachtbraker, of zijn er contracten en verplichtingen die de bestuurder op dit tijdstip op pad doen gaan? Dan is er behalve de tijd niets dat ons bindt.

Na een gewelddadig ziektebed ben ik verdwenen. Voor sommigen ben ik daarmee dood. Blijf ik ongezien tot het tijd wordt om me te herinneren? Ergens zal ik verschijnen.

Ik zink weg in een lucide droom en maak daarin een fout. Mijn fout was een bedreiging voor een systeem waarbinnen fouten maken niet kon. Ik antwoordde: ∞

Het juiste antwoord was . of | of X.

Het antwoord doorbrak een deadline van een project waarin vernietigd diende te worden. Door de opschudding stierf ik als gedoodverfde verliezer. Ik doorbrak dat wat niet mocht maar wel bleek te kunnen.

Ik verdween in de diepte beneden het oppervlak. Baande me een weg door het moeras. Kwam bemodderd, onherkenbaar boven, werd achtervolgd als verdachte van de cruciale fout die het universum doorkliefde zoals iedereen dacht dat ze bestond: als eindigheid. Tot de volgende dag aanbrak.

∞: niets is dat niet iets anders aanraakt en niets stopt zonder in iets anders over te gaan.  Ik ben niet gemaakt om misleid te worden. Ik stroom, zacht en wendbaar als water.

© Tekst “Anoniem” (naam bekend bij de redactie) | Redactie & Beeld Alice K. Burridge van Green Writing | Stichting Hoogbegaafd!