De maatschappelijke erkenning van hoogbegaafdheid behoeft nuance, eerlijkheid en volledigheid

Onderbouwing met cijfers kan makkelijk voor waar worden aangenomen. Maar wat als het spookcijfers of wilde claims betreft?

Media-aandacht voor hoogbegaafdheid

Recentelijk is er veel media-aandacht ontstaan voor hoogbegaafdheid naar aanleiding van het rapport van het Instituut Hoogbegaafdheid Volwassenen (IHBV) over hoogbegaafde volwassenen zonder werk. Zo kopten onder meer Trouw en de Telegraaf over hoogbegaafdheid, verschenen er enkele persoonlijke verhalen via de NOS, schreef Metro over veelvoorkomende vooroordelen, en verscheen er een stukje op Nu.nl over dat hoogbegaafdheid de carrière in de weg kan staan. Een ander geluid kwam van de Volkskrant, in de vorm van een kritische kanttekening over het geschatte percentage werkloze hoogbegaafden. Door alle berichtgeving wordt nu in de online community van mijn stichting (in oprichting) extra veel over en weer geschreven, zoals in de groep voor hoogbegaafde volwassenen.

De toegenomen aandacht voor de hoogbegaafde bevolking is waardevol, maar om deze te behouden en in goede banen te blijven leiden zijn nuance, eerlijkheid en volledigheid nodig. Daarvoor zijn we samen verantwoordelijk. Alle betrokken partijen in hoogbegaafdenland, oftewel alle verenigingen, stichtingen, onderzoeksinstituten en professionele begeleiders van hoogbegaafden zijn verantwoordelijk voor het opdoen van de nodige kennis en kunde van hoogbegaafdheid ter bevordering van een genuanceerde beeldvorming. Op die manier kan er een eerlijke aandacht ontstaan voor de unieke (werk- en onderwijsgerelateerde) behoeften van hoogbegaafden.

Spookgetallen gaan een eigen leven leiden

Helaas is er in de recente berichtgeving een spookgetal terechtgekomen. Cijfergeweld, noemt De Correspondent dat. Ingrid Weel schreef in Trouw dat een derde van de hoogbegaafden werkloos thuis zou zitten. Maarten Keulemans zocht het na in het pas verschenen rapport, in een aan het ministerie van OCW gepresenteerde brochure uit 2008, en vroeg het nog eens aan het IHBV. Daaruit bleek het te gaan om een educated guess van de betrokkenen waarna “dat getal een eigen leven is gaan leiden“. Om gericht te kunnen onderzoeken tegen welke problemen hoogbegaafde werklozen aanlopen is actief naar deze doelgroep gezocht. Het vaststellen van een percentage werkloze hoogbegaafden was niet het doel van het rapport, want dat is niet te bepalen door gericht te zoeken op werkloze hoogbegaafden, een niet-representatieve steekproef uit de totale hoogbegaafde bevolking. Om een percentage in te schatten is meer onderzoek nodig dat niet op arbeidssituatie selecteert, en tot die tijd is er eerlijkheid nodig over het nog niet kunnen weten van het percentage. Hopelijk vindt de ontkrachting van het getal als feit verdere doorgang, maar de artikelen die dit getal wel hebben aangenomen blijven beschikbaar. En dat zonder achteraf de errata weer te geven die ik af en toe tegenkom in de wetenschappelijke literatuur: tegen die tijd is er alweer nieuwer nieuws waarover geschreven moet worden.

Het is niet de eerste keer dat er een spookgetal over hoogbegaafdheid in de media terechtkomt, maar het is ongepast om de media te homogeniseren en als schuldigen aan te wijzen van ongenuanceerd of slecht onderbouwd sjoemelen met getallen. Er wordt dan vergeten dat veel journalisten, ook de kritische wetenschapsjournalisten, over een grote diversiteit aan onderwerpen schrijven, waarbij zij experts in die onderwerpen om raad vragen. Spookgetallen, mythes en niet onderbouwde spreuken kunnen ook mede door organisaties gespecialiseerd in hoogbegaafdheid, experts met grote verantwoordelijkheden, de wereld in geholpen worden. In 2013 plaatste het NRC een artikel waarin werd nagegaan of het wel klopte dat “80 procent van de hoogbegaafden niet naar de universiteit zou gaan”. Deze uitspraak kwam uit een artikel in het Algemeen Dagblad (dat ik niet terug kon vinden – of was het deze zonder bronvermeldingen), en was afkomstig van Novilo, een bedrijf dat hoogbegaafdenland domineert in het opzetten van lesprogramma’s voor hoogbegaafde kinderen en grossiert in cursussen voor talentbegeleiders. Zij konden niet vertellen uit welk onderzoek dat zou blijken, maar vertelden wel dat “het uit onderzoek zou blijken dat dit percentage de universiteit niet zou afmaken”. Uit verbazing over het getal belde NRC-journalist Teri van der Heijden met het Centrum voor Begaafdheidsonderzoek, een wetenschappelijk instituut van de Radboud Universiteit in Nijmegen, maar daar wisten ze van niks. Wat rest zijn slechts getallen op het internet die een 80%-20% verhouding dan wel een 84%-16% verhouding laten zien, en een poging uit 2014 om die 16% te ontkrachten. De bewering werd door het NRC terecht beoordeeld als ongefundeerd.

Wie zichzelf expertise aanmeet, draagt een grote verantwoordelijkheid

Deze voorbeelden laten zien dat nuance, eerlijkheid en volledigheid nodig zijn ter bevordering van de maatschappelijke erkenning van hoogbegaafdheid. Experts en belangenbehartigers van hoogbegaafden dienen niet slechts uit eigenbelang te handelen, bijvoorbeeld vanuit commerciële belangen, maar zich er sterk van bewust te zijn dat zij een grote verantwoordelijkheid dragen voor het aanjagen van het maatschappelijke welzijn en de beeldvorming van zowel hoogbegaafde kinderen als volwassenen. Speculaties over wat we nog niet weten en valse waarheden kunnen een stevig beeld neerzetten van wat de hoogbegaafde is en wat elke hoogbegaafde nodig zou hebben. Een aangedikt, ongenuanceerd en niet op (wetenschappelijke) onderbouwingen berustend beeld van de hoogbegaafde zou een grotere aanzet tot actie kunnen impliceren voor de erkenning van hun unieke werkgerelateerde, onderwijsgerelateerde en sociale behoeften. Het probleem is dat dit mythes in stand houdt en de diversiteit en behoeften van hoogbegaafde individuen onrecht aandoet.

In de online community en op bijeenkomsten van mijn stichting (in oprichting) hoor ik mensen vaak verzuchtende opmerkingen maken over het Nederlandse gepolder van “doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg”. Wie vanuit de rol van kennisexpert anderen wil informeren en onderwijzen over hoogbegaafdheid, hoogbegaafden wil coachen en begeleiden, of  in contact wil treden met de media, dient zelfkritisch en onderzoekend te blijven, en niet te polderen, homogeniseren, stigmatiseren en fabriceren. Het getuigt van het op integere en respectvolle wijze omgaan met je medemens en het zien van diversiteit.

Wat is hoogbegaafdheid dan wel?

Laat ik zelf ook een brug slaan. Hoewel de roemruchte “130” niet zozeer een spookgetal is, bestaat er onduidelijkheid over wat hoogbegaafdheid precies is. Omdat er in korte persberichten niet altijd de gelegenheid is voor uitgebreide verklaringen, neem ik hier nog wat ruimte. Een IQ van minimaal 130 wordt gebruikt als harde eis om te spreken van een hoogintelligent persoon. Dit wordt vaak gelijkgesteld aan hoogbegaafdheid, soms door de media, soms vanuit hoogbegaafdenland zelf, maar hoogbegaafdheid wordt door experts steeds vaker gezien als meer dan alleen een hoog IQ. Een IQ-test kan wel gezien worden als een indicatie van minimale intelligentie, maar een enkel getalletje kan niet te boek gaan als absolute waarheid. Een IQ-test heeft namelijk een betrouwbaarheidsinterval, en iemand met een IQ van 129 kan op een betere dag ook 132 scoren. Verder zijn bepaalde groepen hoogbegaafden slecht te testen, waardoor een uitslag van een IQ-test te laag uitvalt en niet hun werkelijke capaciteiten vertegenwoordigt. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij mensen met faalangst, autisme, AD(H)D en dyslexie, welke voorkomen over de breedte van het intelligentiespectrum. Ik voorzie deze uitspraak verder niet van een educated guess in de vorm van een percentage dat aangeeft hoe vaak dit het geval zou zijn in de hoogbegaafde populatie. Hoogstens kan ik zien dat er in de groepen van de online community van mijn stichting (in oprichting) over hoogbegaafdheid en autisme, AD(H)D en dyslexie respectievelijk 120, 150 en 240 mensen aanwezig zijn, voor zichzelf en/of voor hun kinderen.

Wat is hoogbegaafdheid dan wel? Hoewel er geen uniforme definitie bestaat van hoogbegaafdheid, spreken de vele modellen uit de literatuur over meer factoren dan alleen een hoog IQ, welke dus voor sommige groepen niet goed te meten is. In 2007 kwam in Nederland ook zo een model tot stand: het Delphimodel Hoogbegaafdheid. Dit model stelt:

“Een hoogbegaafde is een snelle en slimme denker, die complexe zaken aankan. Autonoom, nieuwsgierig en gedreven van aard. Een sensitief en emotioneel mens, intens levend. Hij of zij schept plezier in creëren.”

Hoogbegaafden zijn mensen met een buitengewoon groot leerpotentieel en een specifieke bedrading die ervoor zorgt dat ze het leven intens beleven: de vele indrukken in het leven komen hard bij ze binnen. Dit kan onder meer tot fantastische creaties en innovaties leiden, een intense beleving van schoonheid in de gevonden interesses, maar ook kan hun belevingswereld ze kwetsbaarder maken voor een gebrek aan aansluiting, wat kan leiden tot het gevoel buitengesloten worden. Niet elke hoogbegaafde is even hoogbewust of sensitief, niet elke hoogbegaafde denkt even kritisch na, en hoogbegaafden hebben verschillende talenten in verschillende gradaties. De expressie van hun hoge leerpotentieel heeft bovendien verschillende richtingen: de onderwerpen die ze kunnen blijven fascineren zijn nogal divers, maar met plezier duiken ze in soms complexe materie. Al met al zijn hoogbegaafden niet beter dan enig ander persoon in de maatschappij, maar wel anders.

Het stereotype beeld van de hoogbegaafde als genie die voor alles aanleg heeft, altijd maar in de wiskundeboeken woont, en alles al weet, is niet meer van deze tijd. Ook klopt het niet dat de hoogbegaafde zichzelf wel alleen weet te redden, of dat ze “in principe alles zouden kunnen wat ze maar zouden willen“. Net als de rest van de maatschappij hebben ze, hoe autonoom ze ook kunnen zijn, hoor en wederhoor nodig om in hun kracht te staan, en is elke hoogbegaafde onderhevig aan individuele sterktes en zwaktes. Dit neemt niet weg dat zij ook unieke behoeften hebben.

Samen onze verantwoordelijkheid nemen

Om terug te komen op het rapport van het IHBV: wat gebeurt er als hoogbegaafden in hun leerpotentieel en intensiteit niet tot hun recht kunnen komen, in dit geval op het werk, doordat het niet voldoende in hun behoeften voorziet? Het rapport benoemt onder andere verveling door gebrek aan uitdaging, frustratie van het innovatieve vermogen, gebrek aan zingeving, barrières in de communicatie, onderpresteren, faalangst, aansluiting missen, arbeidsconflicten en stress. Hiermee lopen ze onder meer kans op een burn-out of bore-out.

Hoogbegaafden zijn niet slechts onbereikbare vreemde vogels en bollebozen. Ze staan midden in de maatschappij en zijn er een wezenlijk onderdeel van. Ze hebben de maatschappij nodig, en de maatschappij heeft hoogbegaafden nodig. Daarvoor dienen zij optimaal gebruik te kunnen maken van hun talenten in een maatschappij die diversiteit omarmt. Laten we hiervoor samen onze verantwoordelijkheid nemen.

Tot slot

Het kan voor sommigen wellicht lezen alsof ik het dak eraf zou willen blazen. En dat klopt ook wel: ik wil niet verantwoordelijk zijn voor het in stand houden van heilige huisjes die zonder stevig fundament in de zompige Nederlandse polder zijn neergeplempt.

Update – een lijstje:

  • Univers, nieuwswebsite Universiteit Tilburg (!), 4 januari 2017: “Een derde van de hoogbegaafde Nederlanders zit werkeloos thuis. Dat meldt Instituut Hoogbegaafdheid Volwassenen (IBHV) vandaag. Zij worden vaak niet genoeg geprikkeld.”
  • Reformatorisch Dagblad, 5 januari 2017: “Twaalf ambachten, dertien ongelukken. Dat geldt soms ook voor hoogbegaafde werknemers. Een derde van hen vindt een passende baan, een derde werkt onder zijn niveau, en een derde zit werkloos thuis.”
  • Trouw, 17 januari 2017: “Een derde van de hoogbegaafden zit werkloos thuis. Dat was de conclusie van een onderzoek dat het Instituut Hoogbegaafdheid Volwassenen (IHBV) anderhalve week geleden presenteerde.”
  • De Volkskrant, 3 februari 2017: “Sterker, de carrière van eenderde van de hoogbegaafden verloopt juist minder voorspoedig dan die van de gemiddelde Nederlander.”

© Alice via >>Edit & Evolve<< | Stichting Hoogbegaafd!

E-magazine ontvangen

Print Friendly, PDF & Email

About the Author:

Oprichter (trailblazer) en voorzitter van Stichting Hoogbegaafd! Gepromoveerd in de biologische oceanografie. Heeft vele interesses. Eigenaar van Waves & Currents. Ontembare leerhonger. Internationale ambitie.

Geef een reactie