Een hoogbegaafd kind in het basisonderwijs – 1 – Jij bent anders dan ik

Drieluik over een hoogbegaafd kind in het basisonderwijs

Hoogbegaafde kinderen en hun ouders maken veel mee in de zoektocht naar het juiste, bij hun passende onderwijs. Door aandacht te besteden aan dat wat er op emotioneel gebied speelt bij hoogbegaafde kinderen en bij jullie als hun ouders hoop ik dat je je gesteund voelt in je zoektocht en de gesprekken met school.

Jij bent anders dan ik

Als jij speelt dan doe je dat op een andere manier dan ik. Als jij leert dan doe je dat op een andere manier dan ik. Als jij praat dan gebruik je andere woorden dan ik. Jij snapt mijn grappen niet en ik snap jou niet. Jij bent echt anders dan ik.

De eerste twijfel over mezelf

Als ik kijk naar de kinderen bij ons in de klas, dan voel ik me anders dan jou en jullie allemaal. Jullie lijken elkaar wel te begrijpen. Jullie vinden dezelfde dingen leuk en lachen om elkaars grappen. Plannen maken jullie samen. In de pauzes spelen jullie altijd samen, ik ben dan vaak in mijn eentje aan het spelen. Je houdt je niet aan je afspraken, ik vind dat niet eerlijk. Zou ik dan toch anders zijn dan jij?

Mijn papa en mama zijn vaak op school, om te praten over hoe het gaat. Ze zijn er veel vaker dan jouw vader en moeder. Juf weet niet goed hoe ze me kan helpen om het leuk te vinden op school. De meester vindt het allemaal wel meevallen. Hij vindt me een vrolijk jongetje en zegt dat ik goed meedoe. Hij zegt ook dat we allemaal weleens iets moeten doen wat we niet leuk vinden.

En ik doe ook echt mijn best om mee te doen met de groep. Ik kijk naar wat jullie doen en pas me daaraan aan. Als ik dat niet doe dan val ik zoveel op, dat wil ik echt niet. Weet je dat ik heel vaak het antwoord weet op wat juf vraagt? Ik zeg niets, want dan val ik op. Ik wil graag bij de groep horen.

Ik ga extra mijn best doen

Papa en mama hebben weer gepraat op school en het lijkt wel of ze zich steeds meer zorgen maken en ook verdrietig worden. Ze hebben een coach voor me gezocht. Iemand die me gaat helpen om het weer leuk te vinden op school. Zie je wel, het is dus toch waar. Ik heb hulp nodig… Jij bent niet anders, ik ben anders!

Dat moet ik toch kunnen oplossen. Ik ga nog meer mijn best doen om mee te doen met de groep. Maar, ik vind het werk echt niet leuk. Het is saai en makkelijk en steeds hetzelfde. Liever zou ik experimenteren, dingen onderzoeken. Ik wil ook graag leren over biologie en ik wil eigenlijk eindelijk wel eens ècht moeilijk rekenwerk doen.

Zo boos

Weet je dat ik daar best heel boos van kan worden. Dat slome gedoe, steeds weer hetzelfde. Wanneer snappen jullie het nou eens? Waarom moet ik steeds wachten? En dan in de kring, steeds weer die verhalen over het konijn of de verjaardag van opa of oma. En als ik dan zit te wiebelen of begin te praten dan vinden de juf en de meester dat ik stil moet zitten en moet luisteren. De laatste tijd zit ik steeds meer naar buiten te kijken. Dan hoor ik wel wat er gezegd wordt hoor, maar ik heb er gewoon geen zin meer in.

Kunnen we het niet eens hebben over het heelal, de oerknal en het ontstaan van de aarde? Dat is toch veel interessanter. Het menselijk lichaam mag trouwens ook hoor, dat vind ik ook leuk. Anders de Romeinen, die konden goed bouwen.

De oplossing van juf

Juf heeft een stickerkaart voor me gemaakt. Iedere keer dat ik niet boos wordt en stil zit krijg ik een sticker. Die stickerkaart hangt in de klas, waar iedereen hem kan zien. Dat vind ik heel vervelend, maar ik durf het niet te zeggen, dan worden ze weer boos.Ik moet getest worden.Papa en mama zijn samen met mijn coach met de juf gaan praten.

Ik moet getest worden

Papa en mama willen weten wat ik kan. Ze hebben me uitgelegd dat ik waarschijnlijk veel meer kan dan de kinderen bij mij in de klas. Zou mijn coach dan toch gelijk hebben? Dat de andere kinderen anders zijn dan ik?

Daar word ik wel heel verdrietig van. Is het daarom zo moeilijk om vrienden te vinden? Dan ben ik helemaal alleen. Ik weet niet of ik nou blij moet zijn met de test of niet? Ik vind het spannend, zou ik het wel kunnen? Is het niet te moeilijk? Zou ik niet te dom zijn?

De test was leuk! Ik mocht allemaal moeilijke dingen doen. Sommige dingen waren ook wel makkelijk hoor, maar ik moest ook nadenken. Was het op school maar meer zoals bij de test. Dan ik moet nadenken.

Ik ben hoogbegaafd

Papa en mama zeggen dat mijn coach gelijk had. In de brief die we kregen staat dat ik hoogbegaafd ben. Dat betekent dat ik snelle hersenen heb en veel dingen sneller begrijp en kan dan andere kinderen. Ze hebben me verteld dat de meeste mensen in Nederland minder snelle hersenen hebben dan ik. Dus ik ben toch anders…

Daar moet ik best even over nadenken. Ik ben anders dan jij, jij bent anders dan ik. Wat betekent dat voor ons?

Papa en mama gaan praten met juf en meester

Papa en mama zijn samen met mijn coach gaan praten met juf en meester. Ze hebben afgesproken dat ik minder hoef te oefenen en dat er moeilijker werk voor me komt. Werk waar ik mijn hersenen bij aan moet doen. Dat zal nog best even wennen zijn. Hoe doe ik dat, mijn hersenen aan?

Juf en meester hebben samen afgesproken wat ik nog wel moet doen. Die makkelijke sommen hoeven niet meer, lezen nog wel maar dan moeilijker en ik moet antwoord geven in hele zinnen, die netjes geschreven zijn. Dat klinkt nog best makkelijk.

Nog steeds te makkelijk

Toen ik tegen juf zei dat het nog steeds te makkelijk is zei ze dat ik eerst moet laten zien wat ik kan, daarna maakt ze het nog moeilijker. Ik was daar zo verdrietig van en werd toen zo boos! Nu hangt mijn stickerkaart er weer.

Ik moet naar een andere school

Papa en mama vinden dat ik naar een andere school moet, naar een school waar allemaal hoogbegaafde kinderen bij elkaar in de klas zitten en waar ze de hele dag door moeilijk werk doen. Ik wil helemaal niet van school veranderen. Hier weet ik nu net een beetje hoe het werkt, met wie ik vrienden wil zijn en bij wie ik uit de buurt moet blijven omdat ze me anders gaan pesten.

Oh wat was het spannend vandaag, ik ben bij een andere school geweest. Ik durfde eigenlijk niet zo goed naar binnen. Ik dacht dat ze me vreemd zouden vinden. De juf vertelde dat er meer kinderen van een andere school kwamen, dat hielp, toen durfde ik naar binnen te gaan. Het ging hier helemaal anders. Ze beginnen niet met die saaie kring, maar gaan meteen lezen. Ik mocht zelf een boek uitzoeken. Dat was fijn, niet meer die saaie AVI-boekjes, maar een moeilijk boek. Toen er iemand een grapje maakte moest ik lachen. En ik was niet de enige, er moesten er meer lachen. Ik ging me steeds beter voelen, hier zijn ze hetzelfde als ik. Hier ben ik niet anders!

Het mag van papa en mama

Van papa en mama mag ik naar deze nieuwe school. Mijn coach heeft beloofd om met juf te gaan praten als het nodig is, maar ik denk niet dat het nodig is. Deze juf begrijpt me wel.

Het is wel wennen hoor, op deze nieuwe school. Alles is anders, ze hebben andere regels, de kinderen moet ik allemaal weer leren kennen en ik moet nu echt nadenken. Maar dat is ook heel fijn. Als ik nu naar huis ga zijn mijn hersens moe. Thuis kan ik dan lekker spelen. Ik verveel me niet meer!

Deel 2 – Deel 3


© Marjolijn Peters via >>Marjolijn Peters<< | Redactie Alice via >>Edit & Evolve<< | Stichting Hoogbegaafd!

E-magazine ontvangen

Print Friendly, PDF & Email
By |2018-06-29T02:02:09+00:00december 9th, 2015|Hoogbegaafde kinderen|0 Comments

About the Author:

Ik ben ervaringsdeskundige, werd opgeleid door Truus van der Kaaij en Frank de Mink, werk als gediplomeerd Coach, Kindercoach, Therapeut Systemisch Werk, ben begeleider & docent familie- en verlangenopstellingen, en werk als docent Innerlijk Kind Therapie bij Civas.

Geef een reactie